Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

BESLUIT  MELDINGSREGELING
COÍRDINATIEWET  SOCIALE  VERZEKERING

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 48:3 IWfsv)

 
 

24 oktober 1986, Stb. 1986, 581
Inwerkingtreding: 1 januari 1887
(T.a.v. art. 16d:2 CSV)

 

 

 

 
BESLUIT van 24 oktober 1986, houdende vaststelling van het Besluit meldingsregeling Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering (Besluit meldingsregeling Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 juli 1986, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Werknemersverzekeringen, Afdeling Werkloosheidsregelingen, nr. SZ/SV/SVW/86/06007;
     Gelet op artikel 16d, eerste lid, van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1966, 64);
     De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1986, nr. W12.86.0395);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 oktober 1986, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Werknemersverzekeringen, Afdeling Werkloosheidsregelingen, nr. SZ/SV/SVW/86/08693;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1.
Dit besluit verstaat onder:
a. wet: Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1966, 64);
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. lichaam: het lichaam, bedoeld in artikel 16d, eerste lid, van de wet;
d. mededeling: de mededeling, bedoeld in artikel 16d, tweede lid, van de wet.

 

Art. 2.
-1. De mededeling ter zake van premie die op grond van artikel 11, eerste en vierde lid, van de wet is vastgesteld, dient schriftelijk te worden gedaan binnen twee weken na de dag waarop het bedrag van de premie, onderscheidenlijk het bedrag van de voorschotpremie, op grond van de kennisgeving, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de wet, behoorde te zijn betaald.
-2. De mededeling ter zake van een ambtshalve premieaanslag op grond van artikel 12, eerste lid, van de wet dient schriftelijk te worden gedaan binnen twee weken na de dag waarop het bedrag van de premie op grond van de ambtshalve premieaanslag behoorde te zijn betaald.
-3. Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde premie niet kan worden betaald.

 

Art. 3.
-1. Het lichaam is verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:
a. de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gevraagde inlichtingen te verstrekken welke voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, alsmede voor de bepaling van de financiŰle positie van het lichaam, van belang kunnen zijn;
b. boeken, bescheiden en andere informatiedragers waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, alsmede voor de bepaling van de financiŰle positie van het lichaam, desgevraagd ter inzage te verstrekken.
-2. De inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden verstekt. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bepaalt de wijze waarop alsmede een redelijke termijn waarbinnen deze inlichtingen dienen te worden verschaft.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd afschrift te nemen en uittreksels te maken van de boeken, bescheiden en andere informatiedragers die ter inzage worden verstrekt. Ter zake dient de medewerking te worden verleend die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt verlangd.

 

Art. 4.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum waarop de Wet van 21 mei 1986 (Stb. 1986, 276) tot nadere wijziging van enige socialeverzekeringswetten, de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds en enige fiscale wetten in verband met het misbruik van rechtspersonen, in werking treedt.

 

Art. 5.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit meldingsregeling Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

's-Gravenhage, 24 oktober 1986

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L. de Graaf

 

Uitgegeven de tweede december 1986
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x