Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

LOONBESLUIT  OVERHEIDSWERKNEMERS

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. I, onderdeel J, Walvis)

 
 

8 februari 1996, Stb. 1998, 97
Inwerkingtreding: 1 januari 1995
(T.a.v. art. 16e CSV)

 

 

 

 
BESLUIT van 8 februari 1996, houdende uitbreiding van het loonbegrip in de zin van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering met bepaalde inhoudingen voor overheidswerknemers (Loonbesluit overheidswerknemers)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van 21 december 1995, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/AVF/95/5267;
     Gelet op artikel 16e van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering;
     De Raad van State gehoord (advies van 15 januari 1996, nr. W12.95.0709);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van 2 februari 1996, nr. SV/AVF/96/0314;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1.
De inhoudingen op het loon van een werknemer ingevolge paragraaf 5 van de Wet financiŰle voorzieningen privatisering ABP worden aangemerkt als loon in de zin van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering.
 
 
 
Art. 1a.

-1. Als loon in de zin van artikel 4 van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering wordt aangemerkt:
a. wachtgeld uit hoofde van een dienstbetrekking die is geŰindigd vˇˇr 1 januari 2001;
b. wachtgeld uit hoofde van een dienstbetrekking die is geŰindigd op of na 1 januari 2001, voor zover de periode waarover het recht op wachtgeld zich uitstrekt niet samenvalt met de periode waarover het, in verband met dezelfde werkloosheid ontstane, recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet, bedoeld in hoofdstuk IIa of IIb van die wet, inclusief een eventuele verlenging van die duur op grond van artikel 76 van die wet, zich uitstrekt; en
c. uitkering wegens ziekte, tenzij in verband met die ziekte tevens recht is ontstaan op uitkering op grond van de Ziektewet.
-2. In dit artikel wordt verstaan onder wachtgeld: wachtgeld in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 of een soortgelijke uitkering van een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid alsmede een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden.
-3. In dit artikel wordt verstaan onder uitkering wegens ziekte: bezoldiging of uitkering wegens ziekte na beŰindiging van het dienstverband als bedoeld in artikel 42 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dat luidde op 31 december 1997, of een overeenkomstige bepaling van een soortgelijke regeling.
 
 
 
Art. 2.

Dit besluit wordt aangehaald als: Loonbesluit overheidswerknemers.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1995.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

ĺs-Gravenhage, 8 februari 1996

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten

 

Uitgegeven de twintigste februari 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

NOTA  VAN  TOELICHTING
[8 februari 1996]

 

     In dit besluit wordt bepaald dat als loon in de zin van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering (CSV) wordt aangemerkt de inhoudingen op het loon van de overheidswerknemers ter zake van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiŰle voorzieningen privatisering ABP (Wet FVP/ABP) [ABP: Algemeen burgerlijk pensioenfonds, red.].

     Bedoelde inhoudingen zijn ingevoerd om het bruto-nettotraject van overheidswerknemers gelijk te maken aan dat van werknemers in particuliere dienst die verzekerd zijn op grond van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet.
     Deze inhoudingen worden niet afgedragen aan een fonds, maar blijven na inhouding in kas bij de overheidswerkgever.

     De inhoudingen zijn ingevoerd per 1 januari 1995. Als grondslag voor de berekening van de inhoudingen wordt ingevolge artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Wet FVP/ABP het loonbegrip van de CSV gehanteerd. De premies werknemersverzekeringen behoren tot dat loonbegrip. Vanwege het uitgangspunt binnen de overheidssector een met de marktsector gelijk bruto-nettotraject tot stand te brengen, zouden genoemde inhoudingen eveneens in dat loonbegrip opgenomen moeten zijn. Bij de totstandkoming van de Wet FVP/ABP is verondersteld dat die inhoudingen in dat loonbegrip begrepen zouden zijn en dat daartoe geen bijzondere bepaling nodig zou zijn. Bij circulaire met het onderwerp "Rekenregels bruto-nettotraject 1995", d.d. 16 november 1994, kenmerk AB94/U1528, is dit uitgangspunt toegelicht ten behoeve van alle organen in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet.
     De overheidswerkgevers hebben conform de bedoeling van de Wet FVP/ABP met ingang van 1 januari 1995 de inhoudingen vastgesteld op basis van het loon inclusief de inhoudingen.

     Inmiddels is na overleg met het Tijdelijk instituut voor co÷rdinatie en afstemming [Tica, de rechtsvoorganger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), dat met ingang van 1 januari 2002 is opgevolgd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] geconstateerd dat de gelijkstelling van de inhoudingen met loon in de zin van de CSV wel een bijzondere bepaling vergt, omdat de inhoudingen niet automatisch onder genoemd loonbegrip blijken te vallen. Artikel 1 van het onderhavige besluit voorziet alsnog in de bedoelde gelijkstelling. Er is hierbij, zoals reeds aangegeven, sprake van bestendiging van de bestaande praktijk. Teneinde die praktijk alsnog een rechtsgrond te geven, voorziet artikel 3 in terugwerkende kracht van de bedoelde gelijkstelling tot 1 januari 1995.

     In het bovenstaande alsmede in de citeertitel wordt gesproken van "overheidswerknemer", terwijl in het besluit wordt uitgegaan van het begrip "werknemer". Dit is bewust gedaan. In deze toelichting alsmede in de citeertitel is het begrip "overheidswerknemer" gebruikt om het onderscheid met de werknemer in de marktsector helder te houden. In het besluit wordt aangesloten bij de formele omschrijving van degene op wiens loon ingevolge de Wet FVP/ABP de inhoudingen worden gepleegd: de werknemer in de zin van artikel 28 van die wet.
     Er is voor gekozen om met dit besluit een vangnet te bieden voor situaties waarvoor geen specifieke regeling bij of krachtens de wet is getroffen. Voor een viertal specifieke situaties is in andere regelingen reeds een bepaling opgenomen op grond waarvan het loonbegrip is uitgebreid met de bedoelde inhoudingen. Dit betreft de volgende situaties:
1. In artikel 25 juncto artikel 22, tweede lid, van de Wet FVP/ABP is bepaald dat de invaliditeitspremie voor de WAO-conforme regeling berekend wordt over het loon inclusief de inhoudingen.
2. In artikel 29 juncto artikel 28, tweede lid, van de Wet FVP/ABP is bepaald dat de inhoudingen berekend worden over het loon inclusief de inhoudingen.
3. In artikel 4, tweede lid, van het Aanwijzingsbesluit verplicht verzekerden Ziekenfondswet [zie artikel 4, tweede volzin, van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw, red.] is bepaald dat de premie Ziekenfondswet wordt berekend over het loon inclusief de inhoudingen.
4. In artikel 32, eerste lid, van de Wet privatisering ABP (WPA) juncto artikel 14, eerste lid, van de WAO is bepaald dat de WAO-conforme uitkering berekend wordt over het dagloon. Krachtens artikel 32, vierde lid, van de WPA is een dagloonbesluit voor de WAO-conforme uitkering vastgesteld. In dat dagloonbesluit is bepaald dat het dagloon van de WAO-conforme uitkering wordt berekend over het loon inclusief de inhoudingen.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x