Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Besluit in- en doorstroombanen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 

BELEIDSREGELS  VASTSTELLING  SUBSIDIE
REGELING  IN-  EN  DOORSTROOMBANEN  VOOR  LANGDURIG  WERKLOZEN  VOOR  HET  JAAR  1999  EN  BESLUIT  IN-  EN  DOORSTROOMBANEN  VOOR  DE  JAREN  2000  EN  2001

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2004
(art. 21 Besluit ID-banen en art. 2:1 IWwb)

 
 

13 juli 2001, Stcrt. 2001, 138
Inwerkingtreding: 22 juli 2001
(T.a.v. Ridlw en Besluit ID-banen)

 

 

 

 
13 juli 2001/nr. AM/RAW/01/39998
Directie Arbeidsmarkt

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

     Besluit:

 

 

§ 1.  Beleidsregels vaststelling subsidie Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen (Regeling ID-banen) en Besluit in- en doorstroombanen (Besluit ID-banen)

 

Beleidsregel 1. Het aantal vervulde arbeidsplaatsen stemt niet overeen met het aantal arbeidsplaatsen op grond waarvan subsidie is verleend. Grondslag artikel 14, zesde lid, onderdeel a, van de Regeling ID-banen en artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van het Besluit ID-banen

     In een geval als bedoeld in artikel 14, zesde lid, onderdeel a, van de Regeling ID-banen voor langdurig werklozen respectievelijk artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van het Besluit ID-banen wordt de verleende subsidie voor het jaar 1999 respectievelijk 2000 en 2001 vastgesteld op basis van de verantwoording van de kwartaaldeclaraties die in de jaaropgave zijn opgenomen, alsmede de hierbij behorende accountantsverklaring en het verslag van controle. De subsidierelatie tussen Rijk en gemeente met betrekking tot het aantal voor subsidie in aanmerking komende arbeidsplaatsen bestaat uitsluitend tot het maximum aantal arbeidsplaatsen dat door de gemeente in de bereidverklaring is aangegeven, voor zover dit aantal niet meer bedraagt dan het aantal door de minister toegekende arbeidsplaatsen. Bij de vaststelling van de subsidie zal derhalve van het laagste aantal arbeidsplaatsen worden uitgegaan.
     Heeft een gemeente meer arbeidsplaatsen gerealiseerd dan zij in de bereidverklaring heeft aangegeven te zullen doen dan wel het aantal dat door de minister is toegekend, dan worden de kosten van deze arbeidsplaatsen bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen. Bij de bepaling welke arbeidsplaatsen dan niet voor vergoeding in aanmerking komen, wordt uitgegaan van die arbeidsplaatsen waarop dienstbetrekkingen zijn vervuld die als laatste zijn gerealiseerd. Het is van belang dat voor gemeenten duidelijkheid bestaat, omdat verschillende normbedragen bestaan en ik bij de vaststelling op basis van concrete dienstbetrekkingen moet bepalen om welke bedragen het gaat.

 

Beleidsregel 2. Het verstrekken van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot een andere subsidieverlening. Grondslag artikel 14, zesde lid, onderdeel c, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 15, vierde lid, onderdeel b, van het Besluit ID-banen

     In een geval als bedoeld in artikel 14, zesde lid, onderdeel c, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 15, vierde lid, onderdeel b, van het Besluit ID-banen wordt de verleende subsidie voor het jaar 1999 respectievelijk 2000 en 2001 lager vastgesteld met het bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen de subsidie die is verleend op basis van de door de gemeente onjuist of onvolledig verstrekte gegevens en de subsidie die zou zijn verleend indien deze gegevens juist of volledig zouden zijn verstrekt.

 

Beleidsregel 3. Handelen in strijd met de Regeling ID-banen respectievelijk het Besluit ID-banen. Grondslag artikel 14, zesde lid, onderdeel d, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 15, vierde lid, onderdeel c, van het Besluit ID-banen

     In een geval als bedoeld in artikel 14, zesde lid, onderdeel d, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 15, vierde lid, onderdeel c, van het Besluit ID-banen wordt de verleende subsidie voor het jaar 1999 respectievelijk 2000 en 2001 lager vastgesteld met het bedrag dat in strijd met het bij de Regeling ID-banen respectievelijk het bij of krachtens het Besluit ID-banen bepaalde aan subsidie is verleend, voor zover de betreffende tekortkoming op een bedrag kan worden vastgesteld.

 

 

§ 2.  Inwerkingtreding, citeertitel

 

-1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en is van toepassing bij de vaststelling van de subsidie Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen voor het jaar 1999 en het Besluit in- en doorstroombanen voor de jaren 2000 en 2001.
-2. Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels vaststelling subsidie Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen voor het jaar 1999 en Besluit in- en doorstroombanen voor de jaren 2000 en 2001.

 

 

     De Beleidsregels vaststelling subsidie Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen voor het jaar 1999 en Besluit in- en doorstroombanen voor de jaren 2000 en 2001 zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 13 juli 2001.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

TOELICHTING
[13 juli 2001]

 

1. Algemeen


     In 1999 is voor de uitvoering van de Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen (Regeling ID-banen) en in 2000 en 2001 voor de uitvoering van het Besluit in- en doorstroombanen (Besluit ID-banen) aan gemeenten door het Rijk subsidie toegekend. De uitvoering van de ID-banen op rijksniveau is per 1 januari 1999 overgegaan van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Over het jaar 1999 dienden de gemeenten voor de eerste keer de verantwoording van de subsidie, bestaande uit de jaaropgave ID-banen, de accountantsverklaring en het verslag van de controle, toe te zenden aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
     Op grond van artikel 14, vijfde lid, van de Regeling ID-banen en artikel 15, derde lid, van het Besluit ID-banen wordt de subsidie binnen twaalf maanden na ontvangst van de jaaropgave vastgesteld. De vaststelling zal geschieden door de Rijksconsulent Sociale Zekerheid.
     Voor de vaststelling van de subsidie Regeling ID-banen voor het jaar 1999 en de subsidie Besluit ID-banen voor de jaren 2000 en 2001 is een drietal beleidsregels geformuleerd. Deze beleidsregels zijn een bekendmaking van het beleid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot de subsidievaststelling Regeling ID-banen onderscheidenlijk Besluit ID-banen. De beleidsregels vermelden de wijze waarop de minister voor het jaar 1999 wat betreft de Regeling ID-banen en voor de jaren 2000 en 2001 wat betreft het Besluit ID-banen toepassing geeft aan zijn bevoegdheid om af te wijken van de verleende subsidie in de gevallen, bedoeld in artikel 14, zesde lid, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 15, vierde lid, van het Besluit ID-banen.

 

2. Toetsingskader


     Het toetsingskader ID-banen voor de jaren 1999, 2000 en 2001 is beperkt. Correcties op de verleende subsidie worden uitsluitend toegepast voor zover de tekortkomingen te herleiden zijn tot een direct te kwantificeren financieel bedrag. In een drietal situaties wordt de subsidie lager vastgesteld dan is verleend.
     Op grond van artikel 14, zesde lid, van de Regeling ID-banen en artikel 15, vierde lid, van het Besluit ID-banen kan van de verleende en betaalde subsidie worden afgeweken, indien:
1. de vervulde dienstbetrekkingen met betrekking tot arbeidsplaatsen niet overeenstemmen met het aantal arbeidsplaatsen op grond waarvan de subsidie is verleend (artikel 14, zesde lid, onderdeel a, van de Regeling ID-banen en artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van het Besluit ID-banen);
2. de gemeente de gegevens, bedoeld in artikel 14 van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 15 van het Besluit ID-banen, niet juist of niet volledig heeft verstrekt (artikel 14, zesde lid, onderdeel c, van de Regeling ID-banen en artikel 15, vierde lid, onderdeel b, van het Besluit ID-banen);
3. de gemeente anderszins handelt in strijd met genoemde regeling respectievelijk genoemd besluit (artikel 14, zesde lid, onderdeel d, van de Regeling ID-banen en artikel 15, vierde lid, onderdeel c, van het Besluit ID-banen).
     In dit verband wordt nog gewezen op het volgende. In de Regeling ID-banen kon op een viertal gronden worden afgeweken van de verleende en betaalde subsidie, terwijl dit in het kader van het Besluit ID-banen slechts op een drietal gronden mogelijk is. In artikel 14, zesde lid, onderdeel b, van de regeling was bepaald dat indien de subsidie niet of niet geheel overeenkomstig die regeling was besteed, van de verleende en betaalde subsidie kon worden afgeweken. Het niet of niet geheel overeenkomstig de regeling besteden van de subsidie had betrekking op de besteding van het spaartegoed dat de gemeenten konden opbouwen bij de bezetting van arbeidsplaatsen. In de jaaropgave moesten de gemeenten van dit spaartegoed melding maken. Nu deze grond niet langer deel uitmaakt van de gronden die in het kader van het Besluit ID-banen aanleiding kunnen geven tot afwijking van de verleende en betaalde subsidie heb ik besloten bij de vaststelling van de subsidie voor het jaar 1999 deze grond buiten beschouwing te laten. Als gevolg van de gekozen financieringssystematiek met betrekking tot de aan de gemeenten te verstrekken subsidies kunnen overschotten ontstaan. Deze kunnen worden gereserveerd voor (latere) besteding in het kader van de ID-banen.

 

3. Beleidsregels vaststelling subsidie Regeling ID-banen respectievelijk Besluit ID-banen


Beleidsregel 1. Het aantal vervulde arbeidsplaatsen stemt niet overeen met het aantal arbeidsplaatsen op grond waarvan subsidie is verleend

     Een subsidierelatie tussen Rijk en gemeente met betrekking tot het aantal arbeidsplaatsen dat maximaal voor subsidie in aanmerking komt, kan uitsluitend bestaan tot het maximum aantal arbeidsplaatsen dat in de bereidverklaring van de gemeente, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 3, zesde lid, van het Besluit ID-banen, is opgenomen, voor zover dit aantal niet meer bedraagt dan het aantal arbeidsplaatsen dat door de minister is toegekend. Mocht de bereidverklaring een hoger aantal arbeidsplaatsen aangeven dan is toegekend door de minister, dan zal bij de vaststelling het door de minister toegekende aantal arbeidsplaatsen als maximaal te subsidiėren arbeidsplaatsen gelden. De basis voor de vaststelling van het aantal arbeidsplaatsen wordt gevonden in de verantwoording van de kwartaaldeclaraties die zijn opgenomen in de jaaropgave en de hierbij behorende accountantsverklaring.
     In geval van overrealisatie komen die arbeidsplaatsen niet voor vergoeding in aanmerking waarop in het betrokken jaar de laatst gerealiseerde dienstbetrekkingen zijn vervuld. Het is van belang dat voor gemeenten duidelijkheid bestaat, omdat verschillende normbedragen bestaan en bij de vaststelling op basis van concrete dienstbetrekkingen door de minister bepaald moet worden om welke bedragen het gaat.
     Bij het vaststellen van het voor subsidie in aanmerking komende aantal arbeidsplaatsen zal rekening worden gehouden met het bepaalde in artikel 13, zesde lid, van het besluit. Op grond van dit artikellid kan op verzoek van een gemeente waaraan niet meer dan acht arbeidsplaatsen zijn toegekend, de subsidieverlening worden gewijzigd indien vanwege de duur van de dienstbetrekkingen de subsidie per arbeidsplaats niet voldoende is.


Beleidsregel 2. Het verstrekken van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot een lagere subsidieverlening

     Het betreft hier gegevens die de gemeente moet verstrekken in het kader van de financiėle verantwoording. In artikel 14, zesde lid, onderdeel c, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 15, vierde lid, onderdeel b, van het Besluit ID-banen is bepaald dat het hierbij uitsluitend gaat om de in die artikelen bedoelde gegevens, dat wil zeggen dat het gaat om gegevens en bescheiden die van belang zijn in het kader van de financiėle verantwoording. Heeft de gemeente deze gegevens niet juist dan wel niet volledig ingediend, dan wordt bij de vaststelling van de subsidie rekening gehouden met het bedrag dat in geval van het juist of volledig verstrekken van gegevens aan subsidie zou zijn verstrekt. De subsidie wordt verlaagd met het bedrag dat ten onrechte is verstrekt op grond van het door de gemeente niet juist of niet volledig verstrekken van gegevens.


Beleidsregel 3. Handelen in strijd met de Regeling ID-banen respectievelijk het Besluit ID-banen

     In het kader van deze beleidsregels is het handelen in strijd met de Regeling ID-banen respectievelijk het Besluit ID-banen uitsluitend in verband gebracht met die aspecten die een te kwantificeren bedrag met zich brengen. Dit betekent in de volgende situaties:
1. de werknemer die de arbeidsplaats vervult, is niet een gewezen langdurig werkloze in de zin van de regeling respectievelijk het besluit (artikel 10 Regeling ID-banen respectievelijk artikel 1, eerste lid, onderdeel b, en artikel 1, tweede lid, Besluit ID-banen);
2. de werkgever bij wie de arbeidsplaats wordt vervuld, is niet een werkgever in de zin van de regeling respectievelijk het besluit (artikel 1, eerste lid, onderdeel g, en artikel 1, tweede en vierde lid, Regeling ID-banen respectievelijk artikel 1, derde lid, onderdeel d, en artikel 1, vierde en vijfde lid, Besluit ID-banen;
3. de dienstbetrekking voldoet niet aan de vereisten die daarvoor zijn gesteld in artikel 5, vierde lid, onderdeel b, Regeling ID-banen respectievelijk artikel 6, tweede lid, onderdeel b, Besluit ID-banen;
4. de werkgever heeft het bepaalde in artikel 5, vierde lid, onderdeel c, Regeling ID-banen respectievelijk artikel 6, tweede lid, onderdeel c, Besluit ID-banen inzake de anticumulatie niet in acht genomen;
5. de gemeente bij het bezetten van een doorstroombaan het daaromtrent bepaalde in het besluit niet in acht heeft genomen (artikel 10 Besluit ID-banen);
6. de gemeente bij het uitkeren van de uitstroompremie het daaromtrent bepaalde in het Besluit ID-banen niet in acht heeft genomen (artikel 4, tweede, derde en vijfde lid, Besluit ID-banen, alsmede artikel 4, vierde lid, Regeling uitvoering en financiering Besluit ID-banen);
7. de gemeente de Richtlijn toepassing detacheringsverbod respectievelijk de Beleidsregels toepassing detacheringsverbod Besluit in- en doorstroombanen niet in acht heeft genomen (artikel 5, vierde lid, onderdeel d en e, Regeling ID-banen respectievelijk artikel 6, tweede lid, onderdeel d en e, Besluit ID-banen.

     Ad 1. Blijkt de werknemer niet een langdurig werkloze te zijn geweest of is hij niet met een langdurig werkloze gelijkgesteld overeenkomstig artikel 9 juncto artikel 10, derde lid, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 5 van het Besluit ID-banen, dan is de vervulling van de arbeidsplaats niet overeenkomstig de regeling respectievelijk het besluit geschied. De dienstbetrekking waarvan de vervulling niet voldoet aan artikel 9 van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 5 van het Besluit ID-banen, komt niet in aanmerking voor subsidieverlening.

     Ad 2. Indien de arbeidsplaats wordt vervuld bij een werkgever die niet voldoet aan het bepaalde in de Regeling ID-banen respectievelijk het Besluit ID-banen, dan is de vervulling van de arbeidsplaats niet overeenkomstig de regeling respectievelijk het besluit geschied.

     Ad 3. Blijkt de dienstbetrekking niet te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd en is evenmin sprake van de in de regeling respectievelijk het besluit genoemde uitzondering, dan komt zo’n dienstbetrekking niet in aanmerking voor subsidieverlening.

     Ad 4. Blijkt een werkgever nog een subsidie in de loonkosten te hebben ontvangen in strijd met hetgeen is bepaald in artikel 5, vierde lid, onderdeel c, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit ID-banen ten aanzien van de cumulatie, dan komt zo’n dienstbetrekking niet in aanmerking voor subsidieverlening.

     Ad 5. Een doorstroombaan kan slechts worden bezet door een werknemer die voldoet aan het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van het Besluit ID-banen. Voldoet de werknemer daaraan niet, dan komt zo’n dienstbetrekking niet in aanmerking voor subsidieverlening.

     Ad 6. In artikel 4, vijfde lid, van het Besluit ID-banen is bepaald dat de gemeente de uitstroompremie ten behoeve van een werknemer slechts mag aanwenden indien de dienstbetrekking van de werknemer ingevolge de Regeling ID-banen respectievelijk het Besluit ID-banen ten minste twee jaar heeft geduurd. Wordt daaraan niet voldaan, dan komt de gemeente niet in aanmerking voor de uitstroompremie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit ID-banen.

     Ad 7. Ingevolge het bepaalde in artikel 5, vierde lid, onderdeel d en e, van de Regeling ID-banen respectievelijk artikel 6, tweede lid, onderdeel d en e, van het Besluit ID-banen verstrekt de gemeente de vergoeding aan de werkgever slechts indien geen sprake is van detachering dan wel zogenaamde omgekeerde detachering. In onderdeel d is opgenomen dat de werkgever de werknemer in die dienstbetrekking niet ter beschikking stelt voor het verrichten van arbeid in een andere door een andere ondernemer of de werkgever in stand gehouden onderneming (verbod op detachering). In onderdeel e is bepaald dat de werknemer in die dienstbetrekking alleen onder directe leiding en toezicht van een persoon die, indien het niet de werkgever zelf betreft, in dienst is bij de werkgever in dezelfde onderneming (verbod op omgekeerde detachering). In de Gewijzigde richtlijn toepassing detacheringsverbod respectievelijk de Beleidsregels toepassing detacheringsverbod Besluit in- en doorstroombanen ¹ wordt hierop nader ingegaan.
     Wordt hieraan niet voldaan, dan komt deze dienstbetrekking niet voor subsidieverlening in aanmerking. Ten aanzien van de aspecten 1 tot en met 5 en 7 geldt dat de definitieve vaststelling van het maximum aantal gerealiseerde arbeidsplaatsen plaatsvindt op basis van het aantal voor subsidieverlening in aanmerking komende dienstbetrekkingen.

1. Gewijzigde richtlijn toepassing detacheringsverbod, Stcrt. 1997, 245, en Beleidsregels toepassing detacheringsverbod Besluit in- en doorstroombanen, Stcrt. 28 december 2000, 251, pag. 55.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Besluit ID-banen | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x