Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Besluit in- en doorstroombanen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 juni 2006

 

TIJDELIJKE  AANVULLENDE  STIMULERINGSREGELING  REGULIER  MAKEN  10i000  ID-BANEN

Vervallen
m.i.v. 1 juli 2006
(art. 7:1 van deze regeling)

 
 

22 april 2003, Stcrt. 2003, 78
Inwerkingtreding: 25 april 2003
Vervalt m.i.v. 1 juli 2006
(T.a.v. artt. 3:1, 5 en 8:1 Kaderwet SZW-subsidies)

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte, van  22 april 2003, Directie Arbeidsmarktbeleid Bijzondere Groepen, nr. ABG/GA/2003/32256, houdende regels inzake de verstrekking van een eenmalige subsidie, in aanvulling op de op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen verstrekte subsidie aan werkgevers in de sectoren zorg, welzijn, jeugdhulpverlening, cultuur en kinderopvang (Tijdelijke aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen)

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, C.H.J. Van Leeuwen, en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, K.L. Phoa;
     Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 5 en 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
-1. In deze regeling wordt verstaan onder de Stimuleringsregeling: de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen.
-2. Artikel 1 van de Stimuleringsregeling is van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 2. Aanvullende subsidie aan werkgever
-1. De minister verstrekt een subsidie aan een werkgever, indien:
a. aan die werkgever een subsidie wordt verstrekt op grond van de Stimuleringsregeling;
b. die werkgever of de ID-dienstbetrekking bij die werkgever blijkens de in de door hem ingediende aanvraag, bedoeld in artikel 4, opgegeven sector gerekend wordt tot één van de sectoren, genoemd in artikel 3, eerste en tweede lid; en
c. de opgave van die sector niet kennelijk onjuist is.
-2. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de in het eerste lid bedoelde sector dezelfde is als de door burgemeester en wethouders in de verklaring, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Stimuleringsregeling, op te geven sector.
-3. Indien niet is voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, of de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld aan te tonen tot welke sector de werkgever of de ID-dienstbetrekking gerekend moet worden. Indien de werkgever dit niet binnen drie weken na ontvangst van een schriftelijk verzoek daartoe aantoont, wordt geen subsidie verstrekt.

 

Art. 3. Subsidieplafond
-1. Subsidies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden verstrekt voor ten hoogste:
a. 2554 aanvragen uit de sector zorg;
b. 907 aanvragen uit de sector welzijn;
c. 32 aanvragen uit de sector jeugdhulpverlening.
-2. Voor de verstrekking van de subsidies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor aanvragen uit de volgende sectoren is beschikbaar:
a. cultuur: €|3 375 000,00, waarvan €|500 000,00 in het jaar 2004;
b. kinderopvang: €|1 800 000,00.
-3. De ingevolge het eerste en tweede lid beschikbare subsidies worden verdeeld in volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen, bedoeld in artikel 4.

 

Art. 4. Subsidieaanvraag
De door de werkgever ingediende aanvraag voor subsidie op grond van de Stimuleringsregeling wordt aangemerkt als een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

 

Art. 5. Hoogte subsidie, tijdvak en betaling
-1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt in geval van een reguliere dienstbetrekking met een arbeidsduur van 32 uren of meer per week:
a. voor de sector zorg €|3500,00;
b. voor de sector welzijn €|4000,00;
c. voor de sector jeugdhulpverlening €|3500,00;
d. voor de sector cultuur €|9000,00;
e. voor de sector kinderopvang €|2500,00.
-2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt naar rato van 32 uren verminderd wanneer de arbeidsduur van de reguliere dienstbetrekking minder dan 32 uren per week bedraagt.
-3. De subsidie wordt verleend voor een tijdvak dat eindigt op de datum waarop het tijdvak eindigt waarvoor de subsidie op grond van de Stimuleringsregeling wordt verleend.
-4. De subsidies worden bij wijze van voorschot betaalbaar gesteld op het tijdstip, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Stimuleringsregeling.

 

Art. 6. Stimuleringsregeling van overeenkomstige toepassing
De artikelen 2, 5, 6 en 8 tot en met 14 van de Stimuleringsregeling zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 7. Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2006.
-2. De regeling blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van de op basis van deze regeling verstrekte subsidies.

 

Art. 8. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 22 april 2003.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

TOELICHTING
[22 april 2003]

 

Algemeen

 

     In het Convenant Gesubsidieerde Arbeid 2003 van 20 december 2002 (op dezelfde datum toegezonden aan de Tweede Kamer) hebben de sociale partners, de VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.] en het ministerie van SZW met elkaar afgesproken dat er een tijdelijke subsidieregeling in het leven wordt geroepen om werkgevers te stimuleren in het jaar 2003 10 000 ID-banen om te zetten in reguliere banen. De regeling is onder de naam Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen gepubliceerd in de Staatscourant van 21 februari 2003 (nr. 37). De regeling voorziet in een eenmalige subsidie voor werkgevers die een ID-baan vóór 31 december 2003 omzetten in een reguliere dienstbetrekking. Het ministerie van SZW verleent aan werkgevers een subsidie van maximaal €|17 000,- indien de werkgever een ID-baan omzet in een reguliere baan met een reguliere arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (zie verder de vereisten zoals genoemd in de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen, hierna te noemen: de Stimuleringsregeling).
     Door de verantwoordelijke bewindspersonen van VWS, OCW en SZW zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor initiatieven om de uitstroom van ID-werknemers naar regulier werk in de sectoren waarvoor de ministeries beleidsverantwoordelijkheid dragen te bevorderen. Deze middelen worden deels ingezet in de vorm van een aanvulling op het basisbedrag dat werkgevers die een ID-baan regulier gaan financieren vanuit de Stimuleringsregeling als subsidie ontvangen. De Tijdelijke aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen (Aanvullende stimuleringsregeling) voorziet in de inzet van dit deel van de aanvullend door de bewindspersonen beschikbaar gestelde middelen voor de sectoren zorg, welzijn, jeugdhulpverlening (VWS), cultuur (OCW) en kinderopvang (SZW).
     Aanvankelijk was het de bedoeling per departement een ministeriële regeling op te stellen op basis waarvan de aanvullende subsidies verstrekt zouden worden. Om praktische redenen is besloten in plaats daarvan één regeling tot stand te brengen waarin de verschillende subsidiestromen gezamenlijk worden geregeld. De Aanvullende stimuleringsregeling is dan ook in overeenstemming met de verantwoordelijke bewindspersonen van VWS, OCW en SZW tot stand gekomen en hun medeverantwoordelijkheid is tot uitdrukking gebracht in de aanhef van de regeling.
     De uitvoering van de Aanvullende stimuleringsregeling wordt, evenals de uitvoering van de Stimuleringsregeling, overgelaten aan het Agentschap van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Agentschap SZW).  Voor de niet in deze Aanvullende stimuleringsregeling genoemde sectoren zijn door de daarvoor verantwoordelijke bewindspersonen in het kader van deze regeling geen aanvullende middelen ter beschikking gesteld.
     De aanvullende subsidies voor de in de Aanvullende stimuleringsregeling genoemde sectoren en de voor uit deze sectoren afkomstige aanvragen geldende subsidieplafonds variëren in hoogte. Deze verschillen berusten uitdrukkelijk niet op een beleidskeuze van de ondertekenaar van deze regeling, maar vloeien voort uit zelfstandige afwegingen van de voor die sectoren verantwoordelijke bewindspersonen. Factoren die hierbij onder meer een rol hebben gespeeld, zijn de behoefte om op een bepaald terrein de omzetting extra te stimuleren, de wensen van de sociale partners op dit punt alsmede beleidsmatige prioriteiten die de betrokken bewindspersoon binnen een bepaalde sector heeft gesteld.
     In de oorspronkelijke opzet van een aanvullende subsidie zouden, zoals gezegd, door de bewindslieden van VWS, OCW en SZW (kinderopvang) afzonderlijke ministeriële regelingen worden opgesteld. Dit is ook zo in de toelichting op de Stimuleringsregeling vermeld. Bij die opzet treden genoemde verschillen ook op. Alleen om pragmatische redenen (snelheid van uniforme totstandkoming, uitvoering door het Agentschap SZW en het ontbreken van een andere wettelijke grondslag voor een regeling voor de sectoren welzijn en jeugdhulpverlening) is er uiteindelijk voor gekozen de voorschriften in één ministeriële regeling op te nemen.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2

     In dit artikel wordt aangegeven wie in aanmerking komen voor subsidie. Die werkgevers aan wie een stimuleringssubsidie wordt verleend op grond van de Stimuleringsregeling ontvangen automatisch een subsidie op grond van deze Aanvullende stimuleringsregeling wanneer de betrokken werkgever dan wel, indien het een gemeentelijke werkgever betreft, de om te zetten ID-dienstbetrekking gerekend wordt tot één van de in artikel 3, eerste en tweede lid, genoemde sectoren en het in deze regeling aangegeven plafond per sector nog niet is bereikt.
     De vaststelling van de sector geschiedt op grond van de opgave van de werkgever in het aanvraagformulier voor de subsidie op grond van de Stimuleringsregeling en de verklaring van de gemeente die de werkgever binnen zes weken na de datum van de ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening heeft in te dienen bij het Agentschap SZW.
     Wanneer de verklaring van de gemeente niet overeen blijkt te stemmen met de door de werkgever opgegeven sector of de opgave van de sector kennelijk onjuist is, rust op de werkgever de verantwoordelijkheid daaromtrent duidelijkheid te verschaffen. De grond voor de aanvullende subsidie vervalt wanneer de werkgever daarin niet slaagt. In dat geval zal de verlening van de aanvullende subsidie op grond van deze regeling in worden getrokken.

 

Artikel 3

     Voor de verstrekking van de aanvullende subsidies is een beperkt bedrag beschikbaar. Voor de sectoren zorg, welzijn en jeugdhulpverlening geldt een subsidieplafond in de vorm van de in dit artikel gegeven limitering van het aantal te honoreren aanvragen per sector. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor maximaal 32 banen in de sector jeugdhulpverlening een aanvullende subsidie kan worden toegekend. Daarna is het plafond bereikt en kunnen werkgevers uit die sector alleen nog in aanmerking komen voor een subsidie op grond van de Stimuleringsregeling (op voorwaarde dat het voor die regeling geldende subsidieplafond nog niet is bereikt). Voor de sectoren cultuur en kinderopvang geldt een andere systematiek: het subsidieplafond bestaat uit het weergegeven beschikbare budget voor aanvragen uit de betreffende sectoren. Dit betekent bijvoorbeeld dat in ieder geval 720 aanvragen van werkgevers uit de sector kinderopvang gehonoreerd kunnen worden. Dit aantal neemt toe wanneer er aanvragen worden gedaan voor in reguliere dienstbetrekkingen om te zetten ID-banen die een arbeidsduur per week behelzen van minder dan 32 uren per week. (De subsidie wordt immers naar rato verleend, zie artikel 5, tweede lid).
     In het algemene deel van de toelichting is aangegeven dat de verschillen tussen de voor de verschillende sectoren geldende subsidieplafonds voortvloeien uit zelfstandige beleidsmatige afwegingen van de voor die sectoren verantwoordelijke bewindspersonen. De verdeling van de subsidies geschiedt, in navolging van de Stimuleringsregeling, in volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen. Dit betekent dat, indien een aanvrager een onvolledige aanvraag heeft ingediend en die aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld die aanvraag aan te vullen, voor de verdeling van de subsidies de datum van ontvangst van de (toereikende) aanvulling van de aanvraag bepalend is.

 

Artikel 4

     De op basis van deze regeling te verlenen subsidies worden verstrekt in aanvulling op de aan werkgevers in de in de sectoren zorg, welzijn, jeugdhulpverlening, cultuur en kinderopvang op grond van de Stimuleringsregeling verstrekte subsidies. Daarbij worden geen aanvullende eisen gesteld. Om de administratieve lastendruk voor de werkgevers zo laag mogelijk te houden, is geregeld dat een aanvraag voor subsidie op grond van de Stimuleringsregeling automatisch wordt aangemerkt als een aanvraag voor subsidie op grond van de Aanvullende stimuleringsregeling.

 

Artikel 5

     In artikel 5 wordt per sector aangegeven hoeveel subsidie aanvullend wordt verleend en op welk moment deze wordt uitbetaald. In het algemene deel van de toelichting is aangegeven dat de verschillen in hoogte van de subsidies tussen de verschillende sectoren voortvloeien uit zelfstandige beleidsmatige afwegingen van de voor die sectoren verantwoordelijke bewindspersonen.
     Bij de bepaling van de hoogte van de aanvullende subsidie is voor alle sectoren aangehaakt bij de systematiek van de Stimuleringsregeling. In die regeling is bepaald dat het volledige subsidiebedrag wordt betaald voor reguliere dienstbetrekkingen met een arbeidsduur van 32 uren of meer per week. Wanneer het een dienstbetrekking betreft van minder dan 32 uren per week, ontvangt de werkgever een subsidiebedrag naar rato, waarbij 32 uur als basis geldt.

 

Artikel 6

     Door de in dit artikel genoemde artikelen van de Stimuleringsregeling van overeenkomstige toepassing te verklaren, wordt bewerkstelligd dat onderhavige regeling naadloos aansluit bij de Stimuleringsregeling. In deze regeling worden dan ook geen extra verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening. Zo hoeven voor bijvoorbeeld de verantwoording over de aanvullende subsidie geen extra stukken te worden ingediend: als aan de eisen die de Stimuleringsregeling ter zake stelt, is voldaan, is daarmee ook aan de voorwaarden voor de verantwoording op grond van de onderhavige regeling voldaan.
     Ook het toezicht vindt op dezelfde wijze plaats als geregeld in de Stimuleringsregeling. Het toezicht wordt overeenkomstig artikel 13 van de Stimuleringsregeling uitgeoefend door het Agentschap SZW en de Accountantsdienst van het ministerie van SZW.

 

Artikel 7

     Deze regeling treedt later in werking dan de Stimuleringsregeling. Dit betekent echter niet dat in die gevallen waarin een stimuleringssubsidie is verleend vóór de inwerkingtreding van de Aanvullende stimuleringsregeling geen aanvullende subsidie wordt toegekend. Uit de artikelen 2 en 4 vloeit voort dat ook aan de werkgevers die reeds een beschikking tot subsidieverlening hebben ontvangen vóór de inwerkingtreding van deze regeling alsnog een aanvullende subsidie zal worden toegekend als aan de voorwaarden van deze regeling wordt voldaan.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Besluit ID-banen | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x