Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 

REGELING  STATISTISCHE  GEGEVENS  IOAW  EN  IOAZ

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2004
(art. 7,c RsWIIW)

 
 

5 september 1995, Stcrt. 1995, 178
Inwerkingtreding: 1 januari 1996
(T.a.v. artt. 55 Ioaw en 55 Ioaz)

 

 

 

 
5 september 1995/ nr. BZ/AV/95/3033
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 55 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Burgemeester en wethouders verstrekken maandelijks aan de Directeur-Generaal van de Statistiek, overeenkomstig de in de bijlagen bij deze regeling opgenomen overzichten, gegevens met betrekking tot personen en gezinnen aan wie zij uitkering hebben verleend op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

 

Art. 1a.
Burgemeester en wethouders verstrekken maandelijks aan de Directeur-Generaal van de Statistiek, overeenkomstig het in de bijlage bij deze regeling opgenomen overzicht, gegevens met betrekking tot personen en gezinnen aan wie zij betalings- en aflossingsverplichtingen hebben opgelegd met betrekking tot verleende bijstand Ļ.

1. Volgens de redactie dient "bijstand" te worden vervangen door: uitkering.

 

Art. 2.
Met betrekking tot de belanghebbende die op 31 december 1995 uitkering ontving op grond van een van de in artikel 1 genoemde wetten en deze uitkering niet langer dan een kalendermaand is onderbroken, is deze regeling van toepassing met ingang van het tijdstip van het heronderzoek als bedoeld in artikel 14 van de genoemde wetten, doch uiterlijk met ingang van 31 december 1996.

 

Art. 3.
Burgemeester en wethouders verstrekken de in de artikelen 1 en 1a bedoelde gegevens op een door de Directeur-Generaal van de Statistiek te bepalen wijze en tijdstip.

 

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.Ļ

1. Volgens de redactie dient deze volzin, in Staatscourant 1995, 178, los geschreven van artikel 3, te worden ondergebracht in een vierde artikel.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

 

's-Gravenhage, 5 september 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

TOELICHTING
[5 september 1995]

 

     Met de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet wordt de statistische informatievoorziening omtrent de bijstand ingrijpend gewijzigd. Het gaat hierbij niet alleen om aanpassingen aan gewijzigde regelgeving, maar vooral om een verbreding van de informatievoorziening, met name waar het gaat om de factoren die het beroep op bijstand beÔnvloeden. Daarmee hangt ook de wijziging van de periodiciteit van de gegevensverstrekking door de gemeenten aan het CBS [Centraal Bureau voor de Statistiek, red.] samen. In plaats van een jaarlijkse verstrekking zullen de gemeenten vanaf 1 januari 1996 per maand berichten over de ontwikkelingen in de bijstandverlening. Hiermee wordt het mogelijk de in- en uitstroom van de bijstand nauwkeurig in beeld te brengen. Uitgangspunt bij de huidige statistieken met betrekking tot de Ioaw en Ioaz is dat deze zoveel mogelijk overeenkomen met de bijstandsstatistiek. Achtergrond daarvan is dat deze regelingen, naast de doorslaggevende verschillen, qua inhoud en procedure zijn geŽnt op de bijstandsregelgeving. Het heeft voor de gemeenten derhalve grote voordelen dat de statistische informatievoorziening in beginsel gelijk is aan die van de bijstand. In de regelgeving blijft die aansluiting ook bij de nieuwe Abw gehandhaafd.
     Waar voor de bijstandverlening een nieuwe statistiek wordt gerealiseerd, dient die met betrekking tot de Ioaw en Ioaz eveneens te worden aangepast om de beoogde aansluiting te handhaven. Evenals dat momenteel het geval is, wordt voor deze regelingen in beginsel dezelfde vraagstelling gehanteerd als bij de bijstandsstatistiek het geval is. De beperktere reikwijdte van de Ioaw en Ioaz betekent dat een groot gedeelte van de vraagstelling niet behoeft te worden overgenomen of belangrijk kan worden vereenvoudigd. Slechts op een enkel punt is er sprake van een afwijkende vraagstelling. De wijze van gegevensverstrekking aan het CBS wordt eveneens aangepast aan die van de nieuwe bijstandsstatistiek.

 

Overleg en advisering


     In hetzelfde kader als waarin met de VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.], Divosa [Vereniging van directeuren van overheidsorganen voor sociale arbeid, thans directeuren van Sociale Diensten van gemeenten respectievelijk afdelingshoofden Sociale Zaken van gemeenten, red.] en enkele individuele gemeenten overleg is gevoerd over de nieuwe bijstandsstatistiek, hebben besprekingen plaatsgevonden over de nieuwe Ioaw- en Ioaz-statistieken. De bij dit besluit als bijlagen opgenomen vraagstellingen ontmoetten geen bezwaar.
     Tezamen met de voorgestelde nieuwe bijstandsstatistiek is aan de Centrale Commissie voor de Statistiek advies gevraagd over de doorwerking daarvan naar de Ioaw- en Ioaz-statistieken. De CCS zag geen aanleiding om de aandacht te vragen voor specifieke punten.

 

Overgangsperiode


     De statistieken zoals deze vanaf 1 januari 1996 voor de Ioaw en Ioaz gelden, bevatten enkele nieuwe gegevens, met name met betrekking tot de arbeidsmarktpositie en de reden van beŽindiging van de uitkering. Deze informatie zal doorgaans niet in de administratie zijn opgenomen waarop de gemeente de levering van de statistische gegevens baseert en zal veelal aan het dossier moeten worden ontleend. De invoering van de nieuwe statistiek wordt vergemakkelijkt door hiervoor een overeenkomstige systematiek te hanteren als die geldt voor de nieuwe statistiek voor de Algemene bijstandswet.
     Dit houdt in dat de nieuwe statistiek nog niet van toepassing is als nog geen heronderzoek heeft plaatsgevonden. Evenals dat het geval is bij de herbeoordeling in 1996 bij de Abw, biedt het reguliere heronderzoek bij de Ioaw en Ioaz de gemeenten de gelegenheid om de nieuwe statistische gegevens volledig te verzamelen. Vanaf dat moment wordt voor het betrokken geval de nieuwe statistiek van toepassing. Als in het betrokken geval in 1996 geen heronderzoek zal plaatsvinden, is de nieuwe statistiek op 31 december 1996 van toepassing. Aangezien het heronderzoek doorgaans volgens een vast plan verloopt, zijn de gemeenten in de gelegenheid om - voor zover dat gezien de relatief beperkte omvang van deze regelingen noodzakelijk is - ook voor deze gevallen geleidelijk de nieuwe statistische gegevens te verzamelen. Ultimo 1996 is immers voor het gehele Ioaw- en Ioaz-bestand de nieuwe statistiek van toepassing.
     Omdat de huidige Ioaz- en Ioaz-statistieken uitsluitend een peiling aan het eind van het kalenderjaar omvatten, heeft deze regeling tot gevolg dat een gegevensverstrekking volgens de huidige systematiek niet meer behoeft plaats te vinden.

 

Overige aspecten


     Aan de invoering van de nieuwe Ioaw- en Ioaz-statistieken zullen naar verwachting slechts in zeer beperkte mate extra kosten voor de gemeenten verbonden zijn. Door de aansluiting met de bijstandsstatistiek zijn er geringe automatiseringskosten. Aan de frequentere levering zal voor de gemeenten evenmin betekenisvolle extra kosten verbonden zijn, omdat deze tezamen met de bijstandsgegevens door de geautomatiseerde systemen kunnen worden gegenereerd en aan het CBS geleverd.
     Eveneens als dat het geval is met betrekking tot de bijstand, is de verstrekking van de onderhavige gegevens bestemd voor de landelijke beleidsinformatie en kunnen deze niet worden gebruikt voor het toezicht op individuele gemeenten.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ioaw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x