Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

REGELING  VRIJSTELLING  VERPLICHTINGEN  IOAW  EN  IOAZ

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(artt. 23, onderdeel J, en 24, onderdeel J, IWwb)

 
 

13 juni 1996, Stcrt. 1996, 115
Inwerkingtreding: 1 januari 1996
(T.a.v. artt. 35:5 Ioaw en 35:5 Ioaz)

 

 

 

 
13 juni 1996/nr. BZ/VOL/96/2471
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 35, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en 35, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 35, eerste lid, onderdeel a, e en f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en 35, eerste lid, onderdeel a, e en f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, zijn belanghebbenden die ouder zijn dan 57,5 jaar vrijgesteld. Belanghebbenden die op 1 mei 1999 ouder zijn dan 57,5 jaar, zijn eveneens vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 35, eerste lid, onderdeel b, c en d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en 35, eerste lid, onderdeel b, c en d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
-2. Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de Centrale organisatie werk en inkomen, in een bijzonder geval van het eerste lid afwijken.

1. Zie wijzigingsregeling van 25 februari 1999, red.

 

Art. 2.
De Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 juni 1987 inzake vrijstelling van verplichtingen ingevolge de Ioaw en de Ioaz (Stcrt. 1987, 122) wordt ingetrokken.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

 

Art. 4.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling verplichtingen Ioaw en Ioaz.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

s-Gravenhage, 13 juni 1996.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

TOELICHTING
[13 juni 1996]

 

     De artikelen 35, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en 35, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) bevatten op de arbeidsinpassing gerichte verplichtingen die rusten op de belanghebbende die voor zijn bestaansvoorziening is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking. De artikelen 35, vijfde lid, van de Ioaw en 35, vijfde lid, van de Ioaz geven de minister de bevoegdheid over het toepassen of niet toepassen van deze verplichtingen ten aanzien van groepen van belanghebbenden regels te stellen.
     In artikel 1, eerste lid, van deze regeling worden 57,5-jarigen of ouder vrijgesteld van de bedoelde arbeidsverplichtingen. Aan de categoriale ontheffing ligt de overweging ten grondslag dat onder de huidige arbeidsmarktomstandigheden wederinpassing in het arbeidsproces van deze groep van werklozen in het algemeen niet mag worden verwacht.
     De belanghebbenden behouden het recht als werkzoekende te worden ingeschreven. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale organisatie werk en inkomen (CWI), red.] zal in dat geval haar bemiddelingsrol blijven vervullen.
     In artikel 1, tweede lid, wordt aan burgemeester en wethouders de mogelijkheid gelaten in individuele situaties waarin naar hun oordeel wel uitzicht bestaat op arbeidsinpassing, van vrijstelling af te zien. Alvorens hiertoe te besluiten, dient het advies van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie te worden ingewonnen.
     Met de regeling wordt een reeds enige tijd bestaande uitvoeringspraktijk, gebaseerd op de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 juni 1987 (Stcrt. 1987, 122) betreffende de ontheffing van verplichtingen gericht op arbeidsinpassing ten aanzien van 57,5-jarigen of ouder, gecontinueerd. De hernummering van de Ioaw en de Ioaz (Stb. 1995, 205 en 206) maakt evenwel hernieuwde vaststelling van de vrijstellingsregeling noodzakelijk.

1. Zie wijzigingsregeling van 25 februari 1999, red.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ioaw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x