Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2007

 

REGELING  EX  ARTIKEL  48,  VIERDE  LID,  INVOERINGSWET  STELSELHERZIENING  SOCIALE  ZEKERHEID

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2008
(art. V Wet van 21 juli 2007, Stb. 2007, 302)

 
 

18 december 1997, Stcrt. 1997, 248
Inwerkingtreding: 1 januari 1988
(T.a.v. art. 48:4 IWS)

 

 

 

 
REGELING houdende regels inzake het aanmerken van de in artikel 48, eerste lid, van de invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid bedoelde verhoging als uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

18 december 1997/nr. SV/AVF/97/5390
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 48, vierde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. De verhoging van de uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen respectievelijk de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, wordt aangemerkt als uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
-2. Indien gelijktijdig recht bestaat op twee of meer van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, wordt de verhoging, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, naar rato van de uit te betalen uitkeringen aangemerkt als uitkering op grond van de desbetreffende wetten.

 

Art. 2.
Het Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 december 1986, houdende regels inzake het aanmerken van een verhoging als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid als een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stcrt. 1986, 250) wordt ingetrokken.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

ís-Gravenhage, 18 december 1997.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de
Grave.

 

 

 

TOELICHTING
[18 december 1997]

 

     Met ingang van 1 januari 1998 wordt de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) ingetrokken. Voor werknemers is de verzekering krachtens de AAW geÔncorporeerd in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Voor niet-werknemers komen er twee wettelijke regelingen inzake geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en voor jonggehandicapten de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). In verband hiermee wordt deze nieuwe regeling getroffen. De MinisteriŽle Regeling van 23 december 1986, houdende regels inzake het aanmerken van een verhoging als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid als een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stcrt. 1986, 250) wordt ingetrokken. In de situatie vanaf 1 januari 1998 ligt het in de rede om een verhoging op grond van de WAO aan te merken als een uitkering op grond van de WAO, een verhoging op grond van de WAZ aan te merken als een uitkering op grond van de WAZ en een verhoging op grond van de Wajong aan te merken als een uitkering op grond van de Wajong. Indien zich de situatie voordoet dat er recht bestaat op twee of meer van de in het eerste lid genoemde uitkeringen, wordt de verhoging naar rato van de uit te betalen uitkeringen aangemerkt als een uitkering op grond van de desbetreffende wetten opdat de kosten van de verhogingen zuiver worden doorberekend naar de desbetreffende fondsen.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | IWS | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x