Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2001

 

REGELING  AANWIJZING  UITVOERINGSINSTELLING  OOW

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2002
(art. 104, onderdeel J, ISUWI)

 
 

18 december 1997, Stcrt. 1997, 248
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
Vervalt m.i.v. fase 3 OOW
(T.a.v. art. 92 OOW)

 

 

 

 
REGELING houdende het aanwijzen van een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 92 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen

18 december 1997/nr. SV/WV/97/5311
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken;
     Gelet op artikel 92 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder overheidswerknemer: overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.

 

Art. 2.
-1. In geval van samenloop van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een mede uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer dan wel voormalige dienstbetrekking als overheidswerknemer toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering worden, zo nodig in afwijking van de artikelen 99 en 100 van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen, de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, ter zake van de eerstgenoemde uitkering verricht door de uitvoeringsinstelling die deze werkzaamheden zou verrichten indien een dienstbetrekking als overheidswerknemer niet als dienstbetrekking in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zou worden beschouwd.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkering op grond van de Werkloosheidswet is ontstaan na het tijdstip van aanvang van fase 2 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 53 van die wet.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip van aanvang van fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 50 van die wet. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na vorenbedoeld tijdstip, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met vorenbedoeld tijdstip. Deze regeling vervalt op het tijdstip van aanvang van fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 54 van die wet.

1. Bij Besluit van 13 juni 2002, Stb. 2002, 343, is fase 3 afgesteld; zie echter artikel 104, onderdeel J, Invoeringswet SUWI, red.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

s-Gravenhage, 18 december 1997.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

TOELICHTING
[18 december 1997]

 

     De Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW) strekt ertoe, in verschillende fases, het overheidspersoneel onder de werkingssfeer van de wettelijke werknemersverzekeringen te brengen.
     De eerste fase heeft betrekking op het per 1 januari 1998 brengen van het (gewezen) overheidspersoneel onder de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Daarna zal in twee fases het overheidspersoneel onder de werkingssfeer van de Ziektewet (ZW) worden gebracht.
     Indien het kabinet in het voorjaar van 1998 beslist dat de Werkloosheidswet (WW) ook gaat gelden voor de overheidssector, wordt het overheidspersoneel en gewezen overheidspersoneel ook in twee fases onder de werkingssfeer van de WW gebracht. Eerst zal het overheidspersoneel, uitgezonderd de bestaande wachtgelders, onder de werkingssfeer van de WW worden gebracht (fase 2, bedoeld in artikel 53 van de OOW). Dit zal op zijn vroegst per 1 januari 1999 mogelijk zijn. Op een later tijdstip zullen ook de bestaande wachtgelders onder de werkingssfeer van de WW worden gebracht, voor zover deze op dat moment nog recht hebben op een wachtgeld (fase 3, bedoeld in artikel 54 van de OOW). Uitgaande van 1 januari 1999 als de vroegst mogelijke datum voor invoering van de WW zal laatstgenoemde groep op zijn vroegst met ingang van 1 januari 2000 onder de WW gebracht kunnen worden.
     Op grond van de OOW zal USZO de werkzaamheden gaan verrichten met betrekking tot de WAO-uitkering van iedereen die op 31 december 1997 een WAO-conforme uitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene militaire pensioenwet had. De op genoemde datum bestaande arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zullen worden samengevoegd tot n WAO-uitkering. Daarnaast zal USZO de WAO-uitkering verzorgen van de (gewezen) overheidswerknemers die op of na 1 januari 1998 recht krijgen op een WAO-uitkering. Bedoelde werkzaamheden kunnen ook uitkeringsgerechtigden betreffen die, naast hun WAO-uitkering, recht hebben op een WW-uitkering uit hoofde van een dienstbetrekking in de marktsector.
     Vanwege de genoemde fasering voert de uitvoeringsinstelling USZO met ingang van 1 januari 1998 wel de WAO, maar niet de WW uit. Voor de uitvoering van de WW dient USZO ook na die datum nog de nodige voorbereidingen te treffen.
     In een geval van samenloop van een WW- en een WAO-uitkering waarbij de USZO de WAO-uitkering verzorgt, kan de USZO derhalve vooralsnog niet de werkzaamheden ten aanzien van de WW-uitkering van de betrokkene verrichten. In de onderhavige regeling wordt daarom bepaald dat die werkzaamheden verricht dienen te worden door de uitvoeringsinstelling die die werkzaamheden zou verrichten als de dienstbetrekking als overheidswerknemer niet als dienstbetrekking in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zou worden beschouwd. Concreet betekent dit dat, in het geval de USZO de uitvoeringsinstelling is die de WAO-uitkering verzorgt, een daarnaast bestaande WW-uitkering niet wordt verzorgd door de USZO, maar door de uitvoeringsinstelling die de WW-uitkering al verzorgde vr 1 januari 1998. Als het een recht op WW-uitkering betreft dat ontstaat na die datum, zal de WW-uitkering worden verzorgd door de uitvoeringsinstelling die de WAO-uitkering - en daarmee de WW-uitkering - zou verzorgen als fase 1 van de OOW niet zou zijn aangevangen en dus niet de USZO.
     Vanaf het tijdstip dat de overheidswerknemers onder de werkingssfeer van de WW worden gebracht, komt de grond voor deze afwijkende regeling te vervallen, met dien verstande dat WW-uitkeringen die in vorenbedoelde samenloopgevallen vr dat tijdstip zijn ontstaan pas vanaf het tijdstip van fase 3, bedoeld in artikel 54 van de OOW, door de USZO zullen worden verzorgd. Dit om te voorkomen dat USZO bij haar start van de uitvoering van de WW in n keer wordt geconfronteerd met een groot aantal WW-uitkeringen die zij moet verzorgen.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | OOW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x