Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 21 december 2000

 

BESLUIT  BUITEN  TOEPASSING  LATEN  ARTIKEL  40,  TWEEDE  LID,  OOW  VOOR  WERKGEVERSBETALINGEN  IN  DE  SECTOR  ONDERWIJS  EN  WETENSCHAPPEN

Vervallen
m.i.v. 22 december 2000
(art. IV Aanpassingswet OOW)

 
 

7 september 1998, Stb. 1998, 558
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. art. 46 OOW)

 

 

 

 
BESLUIT van 7 september 1998, houdende het buiten toepassing laten van artikel 40, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen voor werkgeversbetalingen in de sector Onderwijs en Wetenschappen

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 juli 1998, nr. AB98/U842, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen;
     Gelet op artikel 46 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;
     De Raad van State gehoord (advies van 30 juli 1998, nr. WO4.98.0327);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 augustus 1998, nr. AB98/930, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1.
-1. Artikel 40, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen blijft buiten toepassing ten aanzien van de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, onder 1º, van die wet, die werkzaam is bij meer dan één overheidswerkgever behorende tot de sector Onderwijs en Wetenschappen, bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder 3º, van de Wet privatisering ABP, voor zover zijn uitkeringen op 31 december 1997 op grond van artikel 47 van laatstgenoemde wet reeds werden betaald door tussenkomst van meer dan één overheidswerkgever behorende tot genoemde sector.
-2. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen vindt de uitbetaling gesplitst plaats door tussenkomst van de betrokken overheidswerkgevers naar rato van het feitelijk verdiende loon uit hoofde van de desbetreffende dienstverhouding, welk loon wordt vastgesteld met inbegrip van het loon dat uitgaat boven het maximumdagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
-3. Indien de in het eerste lid bedoelde overheidswerkgevers hun kosten ter zake van doorbetaling van het loon wegens ziekte declareren bij een ander orgaan, geschiedt de uitbetaling achtereenvolgens door tussenkomst van dat andere orgaan en de overheidswerkgever.

 

Art. 2.
-1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.
-2. Dit besluit wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de wijziging van artikel 40 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen in werking treedt, waarbij materieel de inhoud van artikel 1 van dit besluit bij wet wordt geregeld.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 7 september 1998

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper

 

Uitgegeven de negenentwintigste september 1998
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

NOTA  VAN  TOELICHTING
[7 september 1998]

 

     In de Eindejaarscirculaire van 18 december 1997, kenmerk AB97/U1595, heb ik aangekondigd dat de praktijk van gesplitste uitbetaling van de WAO-conforme uitkering door tussenkomst van meer dan één werkgever ten behoeve van personen die meer dan één werkgever hebben uitsluitend binnen de sector Onderwijs en Wetenschappen, op uitvoeringstechnische gronden vanaf 1 januari 1998 zou worden voortgezet.
     Op basis van bedoelde circulaire kon worden vooruitgelopen op het voornemen om bij algemene maatregel van bestuur artikel 40, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW) voor bovengenoemde gevallen buiten toepassing te verklaren.
     Het onderhavige besluit dient ter formalisering van deze praktijk. Op basis van artikel 46 van de OOW is het namelijk mogelijk om, ter uitvoering van hoofdstuk 1 van de OOW, bij algemene maatregel van bestuur nadere en, zo nodig, tijdelijk afwijkende regels te stellen.
     De in dit besluit opgenomen regels zijn dan ook in die zin tijdelijk dat het in het voornemen ligt om eind 1998, begin 1999 materieel de inhoud van artikel 1 van dit besluit bij wet te regelen. Ingevolge artikel 2, tweede lid, van dit besluit komt het voorliggende besluit in ieder geval te vervallen op de dag dat de bedoelde wettelijke regeling in werking treedt.

     Ter toelichting dient het volgende.
     De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) kent een ander systeem van betaling van de uitkering dan de WAO-conforme regeling.
     Met de invoering van de WAO voor het overheidspersoneel per 1 januari 1998 is het WAO-conforme systeem van betaling van de uitkering vervangen door dat van de WAO. Het uitgangspunt van het WAO-systeem is dat de betaling van de uitkering direct aan de werknemer geschiedt.
     Dit geldt in ieder geval voor de op of na 1 januari 1998 nieuw toegekende uitkeringen. In het belang van de continuïteit van de uitbetaling aan de betrokkene geldt voor de lopende gevallen echter een overgangsregeling naar het WAO-systeem van uitbetaling.
     Met "lopende gevallen" zijn hier de per 31 december 1997 bestaande uitkeringen bedoeld die op grond van artikel 47 van de Wet privatisering ABP (WPA) aan de overheidswerkgever werden betaald.

     De overgangsregeling is opgenomen in artikel 40 van de OOW. Op grond van dat artikel wordt voor de lopende gevallen de betaling van de uitkering aan de werkgever op en na 1 januari 1998 voortgezet. Dit voor zover er sprake is van een overheidswerknemer met één (overheids)werkgever. In het tweede lid van artikel 40 OOW is hierop een uitzondering gemaakt. Indien de overheidswerknemer namelijk meer dan één werkgever heeft, betaalt de uitvoeringsinstelling de WAO-uitkering aan de overheidswerknemer. Dit geldt ook in de marktsector.

     De sector Onderwijs en Wetenschappen voorzag bij een onverkorte toepassing van dat tweede lid evenwel grote uitvoeringstechnische problemen. In deze sector komt het vaker voor dan gemiddeld binnen de overheid dat de werknemer meer dan één werkgever heeft. Dit geldt zelfs voor het overgrote deel van de werknemers binnen de onderwijssector. De WAO wordt in alle gevallen van meerdere werkgevers binnen de onderwijssector uitgevoerd door de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs, de USZO.
     Teneinde de voorzienbare uitvoeringstechnische problemen voor deze sector te voorkomen, is besloten te bevorderen dat artikel 40, tweede lid, van de OOW met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1998 buiten toepassing zou blijven voor zover het overheidswerknemers betreft:
a. wier per 31 december 1997 bestaande uitkeringen op grond van artikel 47 van de WPA reeds aan de overheidswerkgever werden betaald; en
b. die meer dan één werkgever hadden uitsluitend binnen de sector Onderwijs en Wetenschappen.

     Het voorgaande betekent dat voor deze personen de voormalige WAO-conforme praktijk van de naar rato van het feitelijk genoten loon gesplitste uitbetaling aan meer dan één werkgever is voortgezet. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.], de opdrachtgever van de USZO wat betreft de uitvoering van de WAO voor het overheidspersoneel, is met deze wijze van betaling akkoord gegaan. Het stelde enkel als voorwaarde dat de splitsing van betaling van de WAO-uitkering beperkt zou blijven tot de betaling aan de werkgevers en er dus niet bij voorbeeld zou worden betaald aan beslagleggers.

     Het bovenstaande laat overigens onverlet dat een werknemer die met ingang van 1 januari 1998 WAO-gerechtigde is geworden de mogelijkheid heeft om de USZO te verzoeken de WAO-uitkering rechtstreeks aan hemzelf of een andere derde dan zijn werkgever te betalen. De betaling via de werkgever eindigt in dat geval. Hiervoor is echter een specifieke actie van de betrokken werknemer vereist.

     Voor de goede orde wordt hierna ingegaan op de specifieke situatie voor de sector Onderwijs en Wetenschappen, met name binnen het primaire onderwijs.
     Voor het primaire onderwijs geldt dat de loonkosten (inclusief werkgeverslasten) declarabel zijn. In die voorkomende gevallen dat de betrokken werknemer die met ingang van 1 januari 1998 WAO-gerechtigd is geworden en aangesteld is binnen het primair onderwijs, er niet voor kiest om de middelen aan het Vervangingsfonds te laten betalen, zullen de middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen achteraf bij de bevoegde gezagsorganen in mindering worden gebracht op de rijksbijdrage. Dit op basis van de aanvragen rijksvergoeding.

 

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | OOW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x