Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  PREMIEDIFFERENTIATIE  EN  MARKTWERKING  BIJ  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERINGEN

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1995-1996, 24 698

Wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en enkele andere wetten in verband met premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 [Inleiding, red.]
1.1 Doelstelling en inzet van het beleid
1.2 Herijking van verantwoordelijkheden
1.3 De wetsvoorstellen in het kort
1.4 Flankerend beleid
1.5 Het SER-advies
1.6 Andere reacties op de SER-adviesaanvraag
1.7 Overige commentaren
2 Financiering en premiedifferentiatie WAO
2.1 Algemeen
2.2 Vormgeving premiedifferentiatie
2.3 Overgang naar een systeem van premiedifferentiatie
2.4 Gevolgen van draagvlakversmalling
3 De mogelijkheid tot eigen risico dragen
3.1 Doel van het eigen risico dragen
3.2 Vormgeving van het eigen risico dragen
3.3 Duur van de eigenrisicoperiode
3.4 Rol en verantwoordelijkheden van de publieke verzekeraar en van de werkgever in de eigenrisicoperiode
3.5 Procedure van het eigen risico dragen
3.6 Financiering van op het moment van eigen risico dragen reeds ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
3.7 Vaststellen van het premieniveau nadat voor de werkgever het eigen risico dragen is beŽindigd
3.8 Samenloop van uitkeringen
3.9 Samenloop van uitkeringen in verband met premieheffing
3.10 Afdracht aan het Rijk in geval van WSW-plaatsing
3.11 Rechtsgang
3.12 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden
3.13 Samenvattend overzicht van de financiering van de lasten
4 De internationale en Europeesrechtelijke aspecten
4.1 Internationale toets
4.2 EG-regelgeving
4.3 CoŲrdinatievoorschriften inzake sociale zekerheid
4.4 Normverdragen
5 Flankerend beleid
5.1 Doelstelling flankerend beleid
5.2 Werving en selectie
5.3 Verbod van keuringen; initiatief-wetsvoorstel-Van Boxtel
5.4 Premiekorting voor personen met een verhoogd arbeidsongeschiktheidsrisico
5.5 Voorlichting en deskundigheidsbevordering
6 Voorlichting
7 Financieel-economische gevolgen
7.1 Beoogde bezuinigingen
7.2 Inkomensgevolgen en loonkosteneffecten van de AAW/WAO-integratie
7.3 Eigen risico dragen in de WAO in relatie tot de i/a-ratio en de collectieve lasten
8 Overige onderwerpen
8.1 Het avv-beleid
8.2 De regelingen voor het overheidspersoneel
8.3 Invoeringsaspecten
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk 1.  Wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
x Artikel I
Hoofdstuk 2.  Overgangs- en slotbepalingen
x Artikelen II t/m VII
 

 

 

Algemeen

 

1. [Inleiding, red.]


1.1. Doelstelling en inzet van het beleid


     Inzet van het kabinetsbeleid is een verhoging van de arbeidsparticipatie. Meer mensen aan het werk en dus minder mensen die een beroep moeten doen op de sociale zekerheid. Met een scala aan instrumenten zet het kabinet in op een verhoogde participatie van mensen op de arbeidsmarkt. Een dergelijke krachtsinspanning is niet alleen uit financiŽle overwegingen wenselijk, doch bovenal uit sociale overwegingen. Het verrichten van betaalde arbeid is in de Nederlandse samenleving nog steeds de beste manier om te komen tot een verbetering van het financiŽle en sociale welzijn. Vanuit de doelstelling zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen en aan het werk te houden, heeft het kabinet in het regeerakkoord ook op het terrein van de sociale zekerheid een aantal beleidsvoornemens gepresenteerd.

     Deze voornemens richten zich op het ontwikkelen van een stelsel van sociale zekerheid waarbinnen naast bescherming ook activering een belangrijke plaats inneemt. Een activerende sociale zekerheid vergt op een aantal punten een omslag van denken en handelen binnen het huidige stelsel van sociale zekerheid. Een stelsel van sociale zekerheid waarin het waarborgen van inkomen ingeval een risico zich voordoet centraal staat, moet worden omgevormd tot een stelsel van sociale zekerheid waarin het voorkomen van dat verlies en het wederom ongedaan maken daarvan uitgangspunt is. In een dergelijk stelsel staan eigen inspanning en initiatief van de burger voorop.

     De verantwoordelijkheden moeten meer worden gelegd bij de individuele burger en het bedrijf en de mogelijkheden om het risico af te wentelen op het collectief dienen te worden verminderd. Een herijking van de verantwoordelijkheden binnen het stelsel van sociale zekerheid is een voorwaarde om tot een activerend stelsel van sociale zekerheid te kunnen komen.

     rblz.|2| Met het vervangen van de Algemene Weduwen- en Wezenwet door de Algemene nabestaandenwet en het grotendeels privatiseren van de Ziektewet [zie Wulbz, red.] heeft het kabinet op belangrijke gebieden van het stelsel van sociale zekerheid de omslag naar een activerend stelsel ingezet. Door de nu voorliggende voorstellen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen zou ook op het belangrijke terrein van de langer durende arbeidsongeschiktheid de omslag naar een meer activerend stelsel worden gemaakt. Deze stap vormt als het ware het sluitstuk van een proces dat enige jaren geleden in gang is gezet. Het kabinet acht deze stap onontbeerlijk om te komen tot een houdbaar en beheersbaar sociaal stelsel. Te meer daar uit het dalende volume blijkt dat het ingezette beleid succesvol is.

     Een vraag is of na deze stap van verdere aanpassingen in het stelsel zou kunnen worden afgezien. Het antwoord hierop kan niet anders dan ontkennend zijn. Immers, niet alleen vergt een solide stelsel permanent onderhoud, maar ook is er alle aanleiding het socialezekerheidsstelsel te onderwerpen aan een langetermijnverkenning. Een grondige bezinning op het stelsel van sociale zekerheid is noodzakelijk, zij het niet gekoppeld aan de onderhavige voorstellen, die immers volledig liggen in de lijn van en het sluitstuk vormen van het beleid gericht op een activerend sociaal stelsel. De langetermijnverkenning dient zich met name te concentreren op de relatie tussen flexibilisering en sociale zekerheid alsmede op de analyse van de financiering van de oudedagsvoorziening. Het kabinet heeft deze verkenning inmiddels ter hand genomen en wil ten tijde van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Pemba | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x