Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
29-12-2005   Intrekking Stb. 2005, 573 Stb. 2005, 659
01-01-2005   Wijziging Stcrt. 2004, 202 Stcrt. 2004, 202
  Wijziging Stcrt. 2000, 248 Stcrt. 2000, 248
26-05-2004 01-01-2004 Wijziging Stcrt. 2004, 96 Stcrt. 2004, 96
07-11-2003 01-01-2003 Wijziging Stcrt. 2003, 214 Stcrt. 2003, 214
01-01-2001   Wijziging Stcrt. 2000, 248 Stb. 1999, 354
01-07-1998   Nieuwe regeling Stcrt. 1998, 111 Stb. 1998, 369

 

 

REGELING houdende regels omtrent de onderlinge verhouding van de ten laste van de verschillende fondsen komende bijdragen aan het Reïntegratiefonds (Regeling fondsbelasting Wet Rea)

15 juni 1998/nr. SV/WV/98/2609
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 42, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Verdeling werkloosheidsfondsen/arbeidsongeschiktheidsfondsen
-1. De middelen ter dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, worden voor 50 procent verkregen uit de werkloosheidsfondsen en voor 50 procent uit de arbeidsongeschiktheidsfondsen gezamenlijk.
-2. Onder de arbeidsongeschiktheidsfondsen, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten.
-3. Onder de werkloosheidsfondsen, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
-4. Bij toepassing van het eerste lid blijven de middelen ter dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld in artikel 79 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, buiten beschouwing.

 

Art. 2. Onderlinge verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen
De ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten komende bijdrage aan het Reïntegratiefonds in een bepaald kalenderjaar wordt voor elk van deze fondsen bepaald aan de hand van de volgende formule:
Bf t = [Uf t-2 : U t-2] x B t
waarbij:
1. Bf t het bedrag is van de bijdrage uit een arbeidsongeschiktheidsfonds, tot dekking van de uitgaven in een bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds.
2. Uf t-2 het bedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van het desbetreffende arbeidsongeschiktheidsfonds.
3. U t-2 het totaalbedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van de arbeidsongeschiktheidsfondsen gezamenlijk.
4. B t 50 procent is van de benodigde middelen tot dekking van de uitgaven in genoemd bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds.

 

Art. 2a. Bijdrage van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten
In aanvulling op artikel 2 bedraagt de bijdrage ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten jaarlijks €|11,5 miljoen.

 

Art. 3. Onderlinge verdeling werkloosheidsfondsen
De ten laste van de werkloosheidsfondsen komende bijdrage aan het Reïntegratiefonds in een bepaald kalenderjaar wordt voor elk van deze fondsen bepaald aan de hand van de volgende formule:
Bf t = [Uf t-2 : U t-2] x B t
waarbij:
1. Bf t het bedrag is van de bijdrage uit een werkloosheidsfonds, tot dekking van de uitgaven in een bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds;
2. Uf t-2 het bedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van het desbetreffende werkloosheidsfonds;
3. U t-2 het totaalbedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van de werkloosheidsfondsen gezamenlijk;
4. B t 50 procent is van de benodigde middelen tot dekking van de uitgaven in genoemd bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds.

 

Art. 3a. Vervallen.

 

Art. 4. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling fondsbelasting Wet Rea.

 

Art. 5. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in werking treedt.

 

 

     Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 15 juni 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

TOELICHTING
[15 juni 1998]

 

Algemeen

 

     Op grond van artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt het Reïntegratiefonds gevoed met bijdragen vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) en de arbeidsongeschiktheidsfondsen, het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen (Afz) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten (Afj).
     Daarnaast wordt het fonds gevoed uit ontvangsten uit terugvordering en opgelegde administratieve boeten (artikel 42, eerste lid, onderdeel b).
     In het tweede lid van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt vermeld dat de onderlinge verhouding waarin de fondsen bijdragen aan het Reïntegratiefonds geregeld wordt bij ministeriële regeling. Tevens kan bij deze ministeriële regeling worden bepaald dat in de middelen tot dekking van de uitgaven van het Reïntegratiefonds wordt voorzien door het Rijk.
     Onderhavige regeling geeft de verdeelsleutel die gehanteerd moet worden ter bepaling van de bijdragen die op grond van artikel 42, eerste lid, onderdeel a, ten laste komen van de verschillende fondsen aan het Reïntegratiefonds. Voor de komende jaren wordt een vaste verdeelsleutel van 50 (AWf) / 50 (arbeidsongeschiktheidsfondsen) gehanteerd. Op de wat langere termijn is het de bedoeling dat de bijdragen van de fondsen meer gerelateerd zullen worden op de daadwerkelijk per fonds gerealiseerde besparingen.
     De bijdragen die voorzien in de benodigde middelen voor het Reïntegratiefonds worden voor 50 procent voorzien vanuit het AWf. Onder benodigde middelen wordt verstaan de middelen die nodig zijn ter dekking van de uitgaven [ten laste van, red.] het Reïntegratiefonds voor zover hier niet in wordt voorzien door de gelden die het fonds ontvangt op grond van artikel 42, eerste lid, onderdeel b, alsmede op grond van artikel 79 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten. Het Reïntegratiefonds wordt voor de resterende 50 procent gevoed uit de arbeidsongeschiktheidsfondsen gezamenlijk.
     De verdeling van de bijdragen tussen het Aof, het Afz en het Afj geschiedt naar rato van de jaarlijkse uitkeringsuitgaven (exclusief administratiekosten, onderlinge betalingen) van de onderscheiden fondsen. Onder de uitkeringsuitgaven worden ook de uitgaven ten behoeve van de Wsw begrepen.
     De bijdrage wordt gebaseerd op de gerealiseerde uitkeringsuitgaven. Dat betekent dat bij de begroting van de voeding van het Reïntegratiefonds in het jaar t de verhouding van de bijdragen van de verschillende fondsen gebaseerd wordt op de gerealiseerde uitgaven in jaar t-2.
     Het Afz en het Afj, waaruit mede het Reïntegratiefonds wordt gevoed, zijn per 1 januari 1998 ingesteld. Dat betekent dat bij de raming van de voeding van het Reïntegratiefonds niet teruggegrepen kan worden op de omvang van die fondsen op t-2. Tevens is met ingang van 1 januari 1998 als gevolg van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wijziging opgetreden in de uitkeringslasten van het Aof.
     Voor de jaren 1998 en 1999 is daarom voor de bepaling van de verhouding tussen de verschillende arbeidsongeschiktheidsfondsen een overgangsregeling getroffen.
     De verhouding van de bijdragen van het Aof, het Afz en het Afj wordt bepaald door de omvang van deze fondsen, zoals deze voor 1998 zijn geraamd. Op basis van deze cijfers verhouden de bijdragen van respectievelijk het Aof, het Afj en het Afz zich als 15:2:1. Deze verhouding kan ook voor 1999 gehanteerd worden. Vanaf 2000 kan de omvang worden bepaald aan de hand van de omvang van de gerealiseerde uitkeringsuitgaven van de arbeidsongeschiktheidsfondsen.
     Een rekenvoorbeeld ter verduidelijking:
     Gesteld dat in 1998 de omvang van het Reïntegratiefonds (exclusief niet-premiebaten) wordt geraamd op ƒ360 miljoen. De voeding komt dan voor dat jaar voor ƒ180 miljoen, zijnde 50 procent, ten laste van het AWf en voor ƒ180 miljoen ten laste van de drie bovengenoemde arbeidsongeschiktheidsfondsen, waarbij het Aof ƒ150 miljoen bijdraagt, het Afj ƒ20 miljoen en het Afz ƒ10 miljoen.
     Ten slotte kan op basis van artikel 42, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten worden bepaald dat in de dekking van de uitgaven van het Reïntegratiefonds mede wordt voorzien door een bijdrage van het Rijk. Op dit moment wordt nog niet in een rijksbijdrage voorzien en ontbreekt in deze regeling derhalve een bepaling inzake een rijksbijdrage. Zodra sprake zal zijn van een rijksbijdrage wordt een daartoe strekkende bepaling in deze ministeriële regeling opgenomen, waarbij de bepaling over de verhouding waarin de verschillende fondsen bijdragen, alsdan opnieuw zullen worden bezien.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1. Verdeling Algemeen Werkloosheidsfonds/arbeidsongeschiktheidsfondsen

     Dit artikel geeft de verhouding aan tussen het AWf enerzijds en de arbeidsongeschiktheidsfondsen (Aof, Afj, Afz) anderzijds met betrekking tot de bijdragen aan het Reïntegratiefonds ter dekking van de uitgaven ten laste van dat fonds.
     De bijdragen dienen ter dekking van de uitgaven van het Reïntegratiefonds voor zover hier niet in wordt voorzien door de bijdragen die ontvangen worden door toepassing van de artikelen 21, 35, 46 en 79 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
     Deze verhouding is bepaald op 50:50. Aan de hand van deze verhouding stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bijdrage uit het AWf vast. De bijdragen uit de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsfondsen worden vastgesteld aan de hand van de formule neergelegd in artikel 2.

 

Artikel 2. Onderlinge verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen

     In dit artikel wordt voor de structurele situatie, dat wil zeggen de situatie vanaf het jaar 2000, de mate geregeld waarin de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsfondsen, het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen (Afz) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten (Afj) bijdragen aan het Reïntegratiefonds ter dekking van de lasten uit dat fonds. Aan de hand van de in dit artikel neergelegde formule, waarmee de bijdrage uit elk onderscheiden fonds wordt berekend, komt telkenjare de onderlinge verhouding tussen de bijdragen uit de verschillende arbeidsongeschiktheidsfondsen naar voren. Aan de hand van de formule stelt het Lisv vervolgens voor elk fonds de bijdrage vast.
     De bijdrage uit de arbeidsongeschiktheidsfondsen afzonderlijk in een bepaald kalenderjaar (jaar t) wordt bepaald door de uitkeringsuitgaven van elk onderscheiden fonds (Uf t-2) af te zetten tegen het totaal van de uitkeringsuitgaven van de arbeidsongeschiktheidsfondsen gezamenlijk (U t-2). Het gaat daarbij om de uitkeringsuitgaven in het tweede kalenderjaar daaraan voorafgaand (jaar t-2), oftewel het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de bijdragen moeten worden verleend. Onder uitkeringsuitgaven worden uitdrukkelijk alleen de uitgaven verstaan in de vorm van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Hieronder worden ook begrepen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die in verband met de Wsw worden uitbetaald aan het Rijk. Andere uitgaven ten laste van de fondsen, zoals uitgaven ter zake van de uitvoering van de arbeidsongeschiktheidswetten, blijven hierbij buiten beschouwing.
     De deling Uf t-2 : U t-2 levert de mate op waarin uit het desbetreffende arbeidsongeschiktheidsfonds wordt bijgedragen aan de dekking van de lasten uit het Reïntegratiefonds. Deze factor wordt vervolgens vermenigvuldigd met 50 procent van de middelen tot dekking van de uitgaven in jaar t ten laste van het Reïntegratiefonds. Een voorbeeld ter verduidelijking.
     In het jaar 2004 bedragen de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds 300. De uitkeringslasten van het Aof in het jaar 2002 bedroegen 1000, de uitkeringslasten van het Afz 500 en de uitkeringslasten van het Afj 200.
     Toepassing van de formule leidt er dan toe dat:
a. de bijdrage uit het Aof in het jaar 2004 is:
[1000 : 1700] x 150 = 88,24;
b. de bijdrage uit het Afz in het jaar 2004 is:
[500 : 1700] x 150 = 44,12;
c. de bijdrage uit het Afj in het jaar 2004 is:
[200 : 1700] x 150 = 17,64.

 

Artikel 3. Tijdelijke onderlinge verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen

     Aangezien het Afz en het Afj eerst met ingang van 1 januari 1998 bestaan en voor de bepaling van de bijdragen in de jaren 1998 en 1999 dus niet kan worden teruggegrepen op uitkeringslasten in het jaar t-2, geldt voor deze jaren een andere verdeling tussen de arbeidsongeschiktheidsfondsen dan die in artikel 2 vermeld. De verhouding is voor de jaren 1998 en 1999 vastgesteld op 15 (Aof) : 2 (Afj) : 1 (Afz). De bijdrage ten laste van het Aof bedraagt derhalve 15/18 deel, de bijdrage ten laste van het Afj 2/18 deel en de bijdrage ten laste van het Afz 1/18 deel van de helft van de uitgaven in het desbetreffend kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds. De andere helft wordt, zoals in artikel 1 bepaald, bijgedragen uit het AWf.

 

Artikel 5. Inwerkingtreding

     Voor de inwerkingtredingsdatum is aangesloten bij de inwerkingtreding van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.