Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 28 december 2005

 

REGELING  AANVRAAGTERMIJNEN  WET  OP  DE  (RE)INTEGRATIE  ARBEIDSGEHANDICAPTEN  2001

Vervallen
m.i.v. 29 december 2005
(art. 2.10 IWIA jo. Besluit van 13 december 2005, Stb. 2005, 659)

 
 

19 juni 2001, Stcrt. 2001, 123
Inwerkingtreding: 1 juli 2001
(T.a.v. art. 39 Wet Rea)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 39, zesde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definitiebepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
b. een instrument: een instrument als bedoeld in hoofdstuk 3 of 4 van de wet;
c. de WAZ: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

 

Art. 2. Instrumenten voor werkgevers
De aanvraag voor:
a. subsidie voor het treffen van voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt ingediend binnen n jaar nadat de voorzieningen zijn gerealiseerd door de werkgever;
b. subsidie in de vorm van een herplaatsingsbudget als bedoeld in artikel 16 van de wet wordt ingediend binnen twee maanden na de aanvang van de arbeid in een andere functie;
c. subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17 van de wet wordt ingediend binnen twee maanden na de aanvang van de dienstbetrekking;
d. een pakket op maat als bedoeld in artikel 18 van de wet wordt ingediend binnen twee maanden na de aanvang van de arbeid in een andere functie, respectievelijk na de aanvang van de dienstbetrekking.

1. Ingevolge artikel II, onderdeel F, van het Belastingplan 2002 V - Socialezekerheidswetgeving zijn het (her)plaatsingsbudget en het pakket op maat met ingang van 1 januari 2002 komen te vervallen. Zie verder de artikelen 15 en 16 Wet Rea en het Rentegratie-instrumentenbesluit Wet Rea, red.

 

Art. 3. Instrumenten voor niet-werknemers
-1. De aanvraag voor:
a. een voorziening tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid als bedoeld in artikel 22, eerste lid en tweede lid, van de wet;
b. andere voorzieningen die strekken tot behoud, herstel of die de arbeidsgeschiktheid bevorderen, indien noodzakelijk voor het verrichten van arbeid als verzekerde voor de WAZ als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet;
c. voorzieningen als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet die de ingezetene als bedoeld in artikel 1 van de wet in staat stellen onderwijs te volgen;
d. vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de wet;
wordt ingediend binnen n jaar nadat kosten ter zake van de voorziening zijn ontstaan.
-2. De aanvraag van een tegemoetkoming in de kosten in verband met kinderopvang als bedoeld in artikel 22a, tweede lid, van de wet wordt ingediend binnen twee maanden nadat deze kosten zijn ontstaan.
-3. De aanvraag voor een rentegratie-uitkering als bedoeld in artikel 23 van de wet wordt ingediend vr aanvang van de onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats, respectievelijk vr aanvang van de scholing of opleiding.

 

Art. 4. Instrumenten voor zelfstandigen
De aanvraag voor:
a. een toelage in verband met derving van inkomen als bedoeld in artikel 28 van de wet wordt ingediend binnen zes maanden na afloop van het boekjaar waarin inkomen is gederfd;
b. inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 29 van de wet wordt ingediend binnen zes maanden na afloop van het boekjaar waarin de uitoefening van het bedrijf of beroep is voortgezet of waarin de arbeidsgehandicapte werkzaamheden als zelfstandige is gaan verrichten;
c. een lening of een borgtocht als bedoeld in artikel 30 van de wet wordt ingediend vr de aanvang van de werkzaamheden als zelfstandige.

 

Art. 5. Instrumenten voor werknemers
-1. Een aanvraag voor vervoersvoorzieningen, noodzakelijke persoonlijke ondersteuning, communicatievoorzieningen voor doven en vervoersvoorzieningen die strekken tot verbetering van de levensomstandigheden als bedoeld in artikel 31 van de wet, wordt ingediend binnen n jaar nadat kosten ter zake van de voorziening zijn ontstaan.
-2. Een aanvraag voor loonsuppletie als bedoeld in artikel 32 van de wet wordt ingediend binnen twee maanden na aanvang van het werk in dienstbetrekking, dan wel bij aanvang van de werkzaamheden voor de beslissing over de mate van arbeidsongeschiktheid, binnen twee maanden na die beslissing.

 

Art. 6. Indiening aanvraag per post
-1. Een aanvraag voor een instrument is tijdig ingediend indien ze vr het einde van de termijn is ontvangen door de uitvoeringsinstelling.
-2. Bij verzending per post is een aanvraag tijdig ingediend indien ze vr het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits ze niet later dan n week na afloop van de termijn is ontvangen.

 

Art. 7. Te late indiening van een aanvraag
-1. Bij overschrijding van de termijn:
a. bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden kosten die ontstaan zijn meer dan n jaar vr de aanvraag niet vergoed;
b. bedoeld in artikel 2, onderdeel b en c, wordt geen herplaatsingsbudget, respectievelijk geen plaatsingsbudget verstrekt over de periode voorafgaande aan de aanvraag;
c. bedoeld in artikel 2, onderdeel d, worden kosten die ontstaan zijn meer dan twee maanden vr de aanvraag niet vergoed en wordt geen loonkostensubsidie verstrekt over de periode voorafgaande aan de aanvraag.
-2. Bij overschrijding van de termijn:
a. bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden kosten die ontstaan zijn meer dan n jaar vr de aanvraag niet vergoed;
b. bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt geen tegemoetkoming verstrekt over de periode voorafgaand aan de aanvraag;
c. bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt geen rentegratie-uitkering toegekend over de periode vr de aanvraag.
-3. Bij overschrijding van de termijnen:
a. bedoeld in artikel 4, onderdeel a en b, wordt geen toelage, respectievelijk inkomenssuppletie verstrekt over het boekjaar of de boekjaren gelegen vr de aanvraag;
b. bedoeld in artikel 4, onderdeel c, wordt geen lening of borgtocht verstrekt.
-4. Bij overschrijding van de termijn:
a. bedoeld in artikel 5, eerste lid, worden kosten die ontstaan zijn meer dan n jaar vr de aanvraag, niet vergoed;
b. bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt geen loonsuppletie verstrekt over een periode die is gelegen meer twee maanden vr de aanvraag.
-5. Indien een aanvraag wordt ingediend meer dan n jaar na het verstrijken van de aanvraagtermijn, kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen besluiten de aanvraag niet meer in behandeling te nemen.

 

Art. 8. Toepassingsbereik en inwerkingtreding
-1. De regeling is niet van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vr inwerkingtreding van deze regeling.
-2. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2001.
-3. De Regeling aanvraagtermijnen Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Lisv-besluit van 15 februari 2000, Stcrt. 2000, 38) wordt ingetrokken per 1 juli 2001.

 

Art. 9. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraagtermijnen Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten 2001.

 

 

     Deze regeling wordt met de toelichting bekendgemaakt in de Staatscourant.

 

Amsterdam, 19 juni 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[19 juni 2001]

 

     Rentegratie-instrumenten als bedoeld in de hoofdstukken 3 en 4 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea) worden aangevraagd bij de bevoegde uitvoeringsinstelling. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] kan regels stellen over de termijnen waarbinnen aanvragen moeten worden ingediend. Deze regels zijn gesteld in de Regeling aanvraagtermijnen Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Stcrt. 2000, 38, Lisv-Mededeling M 00.019, d.d.15 februari 2000).
     Door een aanvulling in de wetgeving kan het Lisv met ingang van 1 juli 2001 ook regels stellen over de rechtsgevolgen die worden verbonden aan overschrijding van de gestelde termijnen. Per 1 juli 2001 is een nieuwe voorziening aan de Wet Rea toegevoegd, namelijk kinderopvang voor een arbeidsgehandicapte gedurende scholing of proefplaatsing, en een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang voor de werkgever van bepaalde arbeidsgehandicapte werknemers. Verder is de wenselijkheid gebleken om voor de kosten van scholing en opleiding niet langer de voorwaarde te stellen dat de aanvraag altijd vr aanvang van de scholing of opleiding wordt ingediend. Besloten is de bestaande regeling met ingang van 1 juli 2001 in te trekken en per die datum te vervangen door een nieuwe Regeling aanvraagtermijnen Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten 2001.
     De regeling noemt in afzonderlijke artikelen de aanvraagtermijnen voor de verschillende doelgroepen die de wet kent. Daarmee wordt aangesloten bij de systematiek van de wet, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen werkgevers, niet-werknemers, zelfstandigen en werknemers.
     Er wordt geen termijn gesteld voor de aanvraag van een persoonsgebonden rentegratiebudget. Dit wordt niet zinvol geacht omdat de regeling met betrekking tot dit budget bij wijze van experiment wordt uitgevoerd voor een beperkte groep personen in een beperkt aantal regios.
     Bij de beoordeling van de noodzaak en de lengte van de aanvraagtermijnen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
De wet beoogt een eenvoudige toepassing van instrumenten gericht op rentegratie. Dit brengt mee dat deze instrumenten op een eenvoudige manier moeten kunnen worden aangevraagd, met eenvoudige procedures en korte beslistermijnen.
De aanvang van de (nieuwe) arbeid of het toeleidingstraject mag niet gehinderd of belemmerd worden doordat de gewenste vergoedingen voor instrumenten nog niet zijn aangevraagd of verkregen. In het algemeen hoeft het instrument niet noodzakelijk vr de aanvang te worden aangevraagd. De formele afwikkeling kan vaak achteraf nog worden verzorgd.
Indien de verstrekking van het instrument een absolute voorwaarde is voor de (re)integratie, zoals bij de verstrekking van een starterskrediet voor de start als zelfstandige, moet de aanvraag en de toekenning altijd voorafgaan aan het gaan verrichten van arbeid als zelfstandige.
De noodzaak van een aanvraagtermijn en de lengte daarvan wordt in belangrijke mate bepaald door de uitvoeringspraktijk en de redelijke eisen die uit hoofde van efficiency en klantgerichtheid in het licht van de doelstelling van de Wet Rea gesteld kunnen worden.
De lengte van een aanvraagtermijn wordt mede bepaald door de tijd die een belanghebbende in redelijkheid gegund moet worden om te overwegen of een instrument noodzakelijk of gewenst is, en om zich te voorzien van informatie over de toepasselijke regelgeving.
De lengte van de aanvraagtermijn wordt mede bepaald door de strekking van het instrument. Het is niet in overeenstemming met de strekking van een instrument dat beoogt werkgevers over de drempel te helpen bij het in dienst nemen of houden van een arbeidsgehandicapte, dat een dergelijk instrument eerst wordt aangevraagd geruime tijd nadat de betrokkene in dienst is getreden of gehouden.
Verschillende instrumenten uit de wet kunnen ook worden toegepast door gemeenten en door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale organisatie werk en inkomen (CWI), red.]. Ook deze organisaties hanteren termijnen waarbinnen een aanvraag moet worden ingediend.

     De bepaling van artikel 6 van de regeling is ontleend aan artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin de termijn voor de indiening van een bezwaarschrift per post is gepreciseerd.

     De rechtsgevolgen die aan termijnoverschrijding worden verbonden, zijn verschillend naar gelang de aard van het aangevraagde instrument.
De aanvraag wordt wel in behandeling genomen, doch er worden geen betalingen gedaan voor kosten over een periode die eindigt op een moment voorafgaande aan de aanvang van de aanvraagtermijn.
Extra subsidies, die geen vergoeding zijn voor gemaakte kosten, worden niet betaald over de periode vr de aanvraag.
Verstrekkingen met het karakter van uitkering, zoals suppletie en toelage, worden niet verstrekt over perioden voorafgaande aan de aanvang van de aanvraagtermijn.
De aanvraag zal niet worden gehonoreerd als het gaat om de aanvraag van een starterskrediet. De wetgever gaat ervan uit dat de betrokkene bij de start kennelijk op krediet is aangewezen; indien hij start en eerst daarna op krediet is aangewezen, is er geen grond om de aanvraag te honoreren.
Bij verstrekking in natura vindt de verstrekking uit de aard der zaak niet plaats met terugwerkende kracht, dit behoeft geen regeling.

     Bij een zeer ruime overschrijding van de aanvraagtermijn kan besloten worden de aanvraag in het geheel niet meer in behandeling te nemen.

     Op grond van de per 1 juli 2001 ingetrokken regeling golden reeds aanvraagtermijnen. Aan overschrijding daarvan werden echter vooralsnog geen rechtsgevolgen verbonden. Nu hiervoor alsnog een wettelijk grondslag is aangebracht, kan de nieuwe regeling met ingang van 1 juli 2001 volledig worden toegepast, zij het dat de regeling niet geldt voor aanvragen die zijn ingediend vr de inwerkingtreding van deze regeling.

 

Amsterdam, 19 juni 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet Rea | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x