Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 28 december 2005

 

REGELING  AANWIJZING  UITVOERINGSINSTELLING  REA

Vervallen
m.i.v. 29 december 2005
(art. 2.10 IWIA jo. Besluit van 13 december 2005, Stb. 2005, 659)

 
 

18 november 1999, Stcrt. 1999, 228
Inwerkingtreding: 1 januari 2000
(T.a.v. artt. 38:2 en 39:6 Wet Rea) ╣

 

 

 

 
     Het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 38, tweede lid, en 39, zesde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten; ╣

1. Ingevolge artikel 57, onderdeel X, Invoeringswet SUWI zijn de artikelen 38 en 39 Wet Rea komen te vervallen; in de nieuwe uitvoeringsorganisatie zijn de uitvoeringsinstellingen opgegaan in het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), ofschoon zij ieder afzonderlijk blijven functioneren, onder namen als UWV GAK, UWV Cadans, enz., red.

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
b. een re´ntegratie-instrument: loondispensatie als bedoeld in artikel 7, dan wel een instrument als bedoeld in hoofdstuk 3 of 4 van de wet;
c. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een uitkering op grond van de WAZ, de WAO of de Wajong;
d. de WAZ: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
e. de WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
f. de Wajong: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
g. het Lisv: het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

 

Art. 2. Aangaan dienstbetrekking of aanvang werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ
-1. De werkzaamheden in verband met de vaststelling of een persoon arbeidsgehandicapte is en in verband met de verstrekking van re´ntegratie-instrumenten worden ten aanzien van de hierna te noemen personen verricht door de vermelde uitvoeringsinstelling:
a. de arbeidsgehandicapte persoon die geen uitkering geniet die is verstrekt door het Lisv en die werkzaamheden gaat verrichten als verzekerde voor de WAZ of die een dienstbetrekking aangaat met een werkgever, en de werkgever met wie hij de dienstbetrekking aangaat, indien de aanvang van die werkzaamheden of de indiensttreding geen verband houdt met ongeschiktheid voor de eigen arbeid: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de sector waarbij de arbeidsgehandicapte aangesloten zou zijn of het sectoronderdeel waartoe hij zou behoren als hij werkgever was, respectievelijk de uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht voor de sector waarbij de werkgever is aangesloten of voor het sectoronderdeel waartoe de werkgever behoort;
b. de arbeidsgehandicapte die geen uitkering geniet die is verstrekt door het Lisv en die werkzaamheden gaat verrichten als verzekerde voor de WAZ of die een dienstbetrekking aangaat met een werkgever, en de werkgever met wie hij de dienstbetrekking aangaat, indien de aanvang van die werkzaamheden of de indiensttreding verband houdt met ongeschiktheid voor de eigen arbeid: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht indien de arbeidsgehandicapte in verband met de ongeschiktheid voor de eigen arbeid in aanmerking zou komen voor arbeidsongeschiktheidsuitkering;
c. de arbeidsgehandicapte die meer dan ÚÚn uitkering geniet welke worden verstrekt door het Lisv en ter zake waarvan de werkzaamheden door verschillende uitvoeringsinstellingen worden verricht, en die een dienstbetrekking aangaat met een werkgever, en de werkgever met wie hij een dienstbetrekking aangaat: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht of zou verrichten met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;
d. de arbeidsgehandicapte aan wie in verband met indiensttreding bij een werkgever een re´ntegratie-instrument is verstrekt door een gemeente of door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie als bedoeld in artikel 31 van de wet, na afloop van de periode waarover deze is verstrekt: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de sector waarbij de werkgever is aangesloten of het sectoronderdeel waartoe de werkgever behoort.
-2. Indien een voorziening is verstrekt die uitsluitend bestaat uit een periodieke vergoeding van kosten, worden de werkzaamheden van de uitvoeringsinstelling met betrekking tot deze voorziening vanaf het tijdstip van ÚÚn jaar na aanvang van de dienstbetrekking of de werkzaamheden beschouwd als werkzaamheden in verband met een bestaande dienstbetrekking of werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ als bedoeld in artikel 3.

 

Art. 3. Bestaande dienstbetrekking of werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ
De werkzaamheden in verband met de vaststelling of een persoon arbeidsgehandicapte is en in verband met de verstrekking van re´ntegratie-instrumenten worden ten aanzien van de hierna te noemen personen verricht door de vermelde uitvoeringsinstelling:
a. de arbeidsgehandicapte die verzekerd is voor de WAZ en geen uitkering geniet die is verstrekt door het Lisv en in verband met voortzetting of hervatting van zijn arbeid aangewezen is op een re´ntegratie-instrument: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de sector waarbij de arbeidsgehandicapte is aangesloten of het sectoronderdeel waartoe hij zou behoren als hij werkgever was;
b. de arbeidsgehandicapte die verzekerd is voor de WAZ en die in dienstbetrekking is tot een werkgever, en op een instrument is aangewezen in verband met de voorzetting van werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ, dan wel als werknemer: de uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht voor de sector waarbij hij zou zijn aangesloten als hij werkgever was, respectievelijk de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de sector waarbij de werkgever is aangesloten, dan wel het sectoronderdeel waartoe de werkgever behoort, bij wie de noodzaak voor de voorziening zich voordoet;
c. de arbeidsgehandicapte die een arbeidsongeschiktheidsuitkering geniet en in verband met herplaatsing bij zijn werkgever dan wel voortzetting of hervatting van zijn werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ recht heeft op een loonsuppletie, respectievelijk een inkomenssuppletie: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
d. de arbeidsgehandicapte die een uitkering geniet die is verstrekt door het Lisv en die is aangewezen op een re´ntegratie-instrument in verband met voortzetting van zijn werkzaamheden dan wel herplaatsing in een andere functie: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever;
e. de arbeidsgehandicapte werknemer die in dienst is bij meer dan ÚÚn werkgever en de werkgevers bij wie hij in dienst is: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de sector waarbij de werkgever is aangesloten of voor het sectoronderdeel waartoe de werkgever behoort, bij wie de noodzaak voor de voorziening zich voordoet;
f. de arbeidsgehandicapte werknemer die in dienst is bij meer dan ÚÚn werkgever en ten aanzien van wie aan de hand van een re´ntegratieplan moet worden vastgesteld of er andere passende arbeid bij de werkgever voorhanden is, en de werkgevers bij wie hij in dienst is: de uitvoeringsinstelling die ten aanzien van de werknemer de werkzaamheden zou verrichten of verricht in het kader van de WAO;
g. de arbeidsgehandicapte die in dienst is bij meer dan ÚÚn werkgever en die is aangewezen op ÚÚn instrument dat noodzakelijk is voor het verrichten van zijn arbeid bij beide werkgevers: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden zou verrichten of verricht in het kader van de WAO.

 

Art. 4. Voortzetting re´ntegratie-instrument na het 65e jaar
Indien toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 22 of 31 van de wet wordt voortgezet aan een persoon die wegens het bereiken van de leeftijd van 65 jaar niet meer als arbeidsgehandicapte kan worden beschouwd, worden de werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden laatstelijk verrichtte voordat deze persoon deze leeftijd bereikte.

 

Art. 5. Overgangsrecht
Indien een vergoeding is verleend aan een werkgever op grond van artikel 57a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en na inwerkingtreding van de wet arbeidsgehandicapten ╣ de werknemer op grond van artikel 31 van de wet in aanmerking komt voor een vergoeding voor dezelfde voorziening, dan wordt deze verstrekt door de uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht voor de sector waarbij de werkgever is aangesloten of voor het sectoronderdeel waartoe de werkgever behoort.

1. Volgens de redactie wordt hier de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten bedoeld.

 

Art. 6. Onvoorziene gevallen
In gevallen waarin de wet of deze regeling niet voorzien, wordt de voorziening getroffen door de uitvoeringsinstelling tot wie de aanvraag wordt gericht.

 

Art. 7. Toepasselijkheid en inwerkingtreding
-1. Deze regeling is van toepassing op aanvragen tot vaststelling of een persoon een arbeidsgehandicapte is en aanvragen tot verstrekking van een re´ntegratie-instrument die worden ingediend na inwerkingtreding van deze regeling.
-2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de bekendmaking in de Staatscourant.

 

Art. 8. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling Rea.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

 

Amsterdam, 18 november 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[18 november 1999]

 

     De wet regelt welke uitvoeringsinstelling de werkzaamheden verricht bij toepassing van de wet. Bij de meeste aanvragen kan zonder problemen worden aangegeven welke uitvoeringsinstelling overeenkomstig de wet de re´ntegratie-instrumenten moet toepassen. In de praktijk zijn er vragen gerezen over in het bijzonder de volgende situaties:
Ľ een arbeidsgehandicapte heeft zowel een dienstbetrekking tot een werkgever als een uitkering;
Ľ een arbeidsgehandicapte heeft meer dan ÚÚn dienstbetrekking;
Ľ een arbeidsgehandicapte heeft meer dan ÚÚn uitkering;
Ľ een arbeidsgehandicapte wisselt van werkgever of gaat vanuit een dienstbetrekking werken als verzekerde voor de WAZ, waarbij de ene keer wel en de andere keer niet de wisseling gevolg is van ongeschiktheid tot het verrichten van de voorheen verrichte arbeid;
Ľ ten behoeve van een arbeidsgehandicapte is bij plaatsing een re´ntegratie-instrument toegepast; na verloop van tijd is voortzetting van het instrument dan wel een nieuw instrument nodig;
Ľ ten behoeve van een arbeidsgehandicapte was een vergoeding verstrekt aan de werkgever op grond van de AAW, de voortzetting van het re´ntegratie-instrument is thans een verstrekking aan de arbeidsgehandicapte zelf.
     Voor deze situaties wordt in deze regeling de uitvoeringsinstelling aangewezen die de werkzaamheden verricht. De regeling heeft alleen betrekking op die arbeidsgehandicapten voor wie het Lisv [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] verantwoordelijk is. Voor zover uit de wet voortvloeit dat Arbeidsvoorziening [zie Centrale organisatie werk en en inkomen (CWI), red.] of een gemeente verantwoordelijk is, gaat die regeling voor.

 

Artikel 2. Aangaan dienstbetrekking of aanvang werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ

     Uitgangspunt is dat de plaatsing van een persoon bij een nieuwe werkgever niet een verantwoordelijkheid is van de uitvoeringsinstelling van die werkgever. De uitvoeringsinstelling met wie de arbeidsgehandicapte voorafgaand aan de plaatsing een band heeft, is immers in beginsel verantwoordelijk voor de plaatsingsbevorderende activiteiten. Dit is de uitvoeringsinstelling die een uitkering verzorgt voor deze persoon of de uitvoeringsinstelling waaronder de betrokkene valt als WAZ-verzekerde. Ten aanzien van de jonggehandicapte zonder uitkering is dit de uitvoeringsinstelling die de Wajong uitvoert, GAK Nederland BV. Deze uitvoeringsinstelling heeft er, als verantwoordelijke voor re´ntegratie, ook belang bij dat betrokkene in arbeid geplaatst wordt.
     Als de werknemer is uitgevallen uit eigen werk en in verband daarmee de uitvoeringsinstelling van de werkgever de verantwoordelijkheid voor verzuimbegeleiding heeft overgenomen van de werkgever, verzorgt deze uitvoeringsinstelling de toepassing van re´ntegratie-instrumenten in verband met plaatsing bij een andere werkgever, ook al is er (nog) geen uitkering. Bij uitval uit arbeid als WAZ-verzekerde verzorgt de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verzorgt voor de sector waarbij betrokkene aangesloten zou zijn als hij werkgever was, de verstrekking van re´ntegratie-instrumenten.
     Is er geen uitval uit eigen werk, maar gaat de arbeidsgehandicapte uit eigen beweging in dienst bij een andere werkgever, dan verzorgt de uitvoeringsinstelling van de werkgever wel de toepassing van re´ntegratie-instrumenten in verband met de plaatsing. Er is dan immers geen verband tussen de indiensttreding en de uitvoeringsinstelling van de werkgever bij wie de arbeidsgehandicapte voorheen in dienst was. In die gevallen is het gewenst dat het Lisv een uitvoeringsinstelling aanwijst en wel de uitvoeringsinstelling waarmee de betrokkene na plaatsing in zijn werk op langere termijn te maken heeft. Dat is dan de uitvoeringsinstelling van de werkgever bij wie de werknemer gaat werken.
     Ingeval een voorziening is verstrekt die uitsluitend bestaat uit een periodieke vergoeding (bijvoorbeeld voor reiskosten, persoonlijke ondersteuning of een doventolk), worden de werkzaamheden na ÚÚn jaar overgenomen door de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever. Bij een gecombineerde voorziening zoals een bruikleenauto met bijbehorende kilometervergoeding is deze overgang niet van toepassing.

 

Artikel 3. Bestaande dienstbetrekking of werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ

     Indien een arbeidsgehandicapte persoon in dienst is van een werkgever en er is een werkzaamheid van de uitvoeringsinstelling noodzakelijk in verband met voortzetting van de dienstbetrekking met die werkgever, dan is dit op grond van artikel 39, eerste lid, jo. artikel 8 Wet Rea de uitvoeringsinstelling "van de werkgever". De re´ntegratieactiviteiten voor deze werknemer zijn een verantwoordelijkheid voor de werkgever en voor zover nodig van de uitvoeringsinstelling die voor deze werkgever de werkzaamheden verricht. Te denken valt aan het verlenen van loondispensatie ex artikel 7 Wet Rea voor eigen werk, verstrekking van een vergoeding voor een aanpassing voor het eigen werk als bedoeld in artikel 15, een herplaatsingsbudget of een pakket op maat in verband met herplaatsing, of een voorziening ex artikel 31 Wet Rea. Dit is ook het geval als de werknemer een uitkering heeft van een andere uitvoeringsinstelling of als een voorziening is getroffen door een andere uitvoeringsinstelling in het kader van plaatsing, zoals een plaatsingsbudget of een pakket op maat wegens plaatsing.╣
     Gedurende een zekere tijd (maximaal drie jaar bij pakket op maat, maximaal vijf jaar bij loondispensatie) is toepassing van re´ntegratie-instrumenten door twee verschillende uitvoeringsinstellingen ten aanzien van dezelfde persoon mogelijk: de uitvoeringsinstelling die de werknemer plaatste, verstrekt en betaalt het pakket op maat waaronder begrepen de loonkostensubsidie, of verleent loondispensatie, en de uitvoeringsinstelling van de werkgever verstrekt en betaalt vergoeding voor de aanpassing aan het eigen werk die later noodzakelijk is gebleken en verleent de premievrijstelling en korting basispremie WAO.
     Indien een voorziening in bruikleen is verstrekt voor de arbeidsgehandicapte in verband met plaatsing, dan verricht de uitvoeringsinstelling die de plaatsing en de voorziening verzorgt alle werkzaamheden rond deze voorziening, zoals beheer en onderhoud, en zal de uitvoeringsinstelling van de werkgever verantwoordelijk zijn voor de verstrekkingen die nodig zijn zodra vervanging aan de orde is. Bij een loondispensatie die is verleend in verband met plaatsing, zal bij verlenging daarvan tijdens het dienstverband de uitvoeringsinstelling van de werkgever de beoordeling doen en de beslissing afgeven.
     Werkt een werknemer bij meer dan ÚÚn werkgever en zijn deze bij verschillende sectoren aangesloten en vallen deze daarmee tevens onder verschillende uitvoeringsinstellingen, dan is die uitvoeringsinstelling betrokken bij de re´ntegratie bij de werkgever waarvoor zij de werkzaamheden verricht.
     Elke uitvoeringsinstelling kan dus re´ntegratie-instrumenten verstrekken voor zover gericht op werk bij de werkgever waarvoor zij haar diensten verleent. Ook de voorzieningen voor de werknemer zelf kunnen dus door twee uitvoeringsinstellingen worden behandeld. Mocht het zo zijn dat ÚÚn voorziening is aangewezen voor re´ntegratie bij twee verschillende werkgevers (vervoersvoorziening in de vorm van een bruikleenauto en kilometervergoeding voor werken bij twee werkgevers), dan verstrekt de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden in het kader van de WAO zou verrichten. Dit is de uitvoeringsinstelling van de werkgever die het hoogste loon heeft betaald. Mocht betrokkene een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, dan is het de uitvoeringsinstelling die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt. Voorzieningen die los van elkaar staan, zij het dat ze hetzelfde zijn (doventolkvoorziening), kunnen door de beide uitvoeringsinstellingen afzonderlijk worden verstrekt.
     Indien een arbeidsgehandicapte een uitkering ontvangt via een uitvoeringsinstelling, dan is op grond van artikel 39, tweede lid, jo. artikel 10 Wet Rea de uitvoeringsinstelling aangewezen die de uitkering verzorgt. Bij een arbeidsgehandicapte die een uitkering heeft via een uitvoeringsinstelling en werkzaam is bij een werkgever waarvoor een andere uitvoeringsinstelling werkzaam is, kunnen ten aanzien van dezelfde persoon twee verschillende uitvoeringsinstellingen worden beschouwd als bevoegd tot verstrekking van instrumenten: de uitvoeringsinstelling van de werkgever en de uitvoeringsinstelling die de uitkering verstrekt. Voor beide valt iets te zeggen. De werkgever heeft bij voorkeur te maken met zijn eigen uitvoeringsinstelling. Die uitvoeringsinstelling kent echter niet het dossier met de arbeidsbeperkingen van de betrokkene en zal dus weer een eigen onderzoek moeten doen, terwijl de gegevens bij een andere uitvoeringsinstelling beschikbaar zijn. Voor de arbeidsgehandicapte en de uitvoeringsinstelling die de uitkering verzorgt, kan het gemakkelijker zijn als die uitvoeringsinstelling de instrumenten verzorgt. De gegevens zijn bekend; er is al een bestaande uitkeringsrelatie en er hoeft niet opnieuw informatie te worden verstrekt. De uitvoeringsinstelling die de uitkering verstrekt, wordt geacht verantwoordelijk te zijn voor beperking van de aanspraak op uitkering waar mogelijk door middel van verstrekking van instrumenten waardoor betrokkene zijn verdiencapaciteit kan waarmaken of verhogen.
     Het komt gewenst voor dat in deze situatie van samenloop van dienstbetrekking en uitkering de uitvoeringsinstelling die werkzaam is voor de werkgever de instrumenten behoort te verzorgen die gericht zijn op behoud van de dienstbetrekking bij de werkgever. De regeling in artikel 39, eerste lid, jo. artikel 8 Wet Rea wordt dus gevolgd. Aan het ontbreken van gegevens bij deze uitvoeringsinstelling kan worden tegemoet gekomen doordat de andere uitvoeringsinstelling de noodzakelijke gegevens verstrekt op grond van artikel 102 Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 [zie hoofdstuk 9 Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.]. Het Lisv kan op grond van artikel 39, zesde lid jo. tweede lid, Wet Rea nadere en afwijkende regels stellen over de uitvoeringsinstelling die in deze situatie de instrumenten verleent ten aanzien van de arbeidsgehandicapte. Niet expliciet is geregeld dat het Lisv ook bevoegd is om nadere of afwijkende regels te stellen over de uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht voor de werkgever van deze persoon.

1. Ingevolge artikel II, onderdeel F, van het Belastingplan 2002 V - Socialezekerheidswetgeving zijn het (her)plaatsingsbudget en het pakket op maat met ingang van 1 januari 2002 komen te vervallen. Zie verder de artikelen 15 en 16 Wet Rea en het Re´ntegratie-instrumentenbesluit Wet Rea, red.

 

Artikel 4. Voortzetting re´ntegratie-instrument na het 65e jaar

     Bij voortzetting van een instrument na het 65e jaar blijft de uitvoeringsinstelling die voordien het instrument verstrekte de voorziening verstrekken.

 

Artikel 5. Overgangsrecht

     Vergoeding voor persoonlijke ondersteuning was een vergoeding die vˇˇr inwerkingtreding van de Wet Rea op grond van artikel 57a Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) werd verstrekt aan de werkgever van de betrokken persoon. Met inwerkingtreding van de Wet Rea is de voorziening een verstrekking aan de werknemer geworden. Voor de hand ligt het dan dat, indien een nieuwe beslissing nodig is over verstrekking van de voorziening, deze wordt gegeven door de uitvoeringsinstelling die werkzaam is voor de werkgever waarbij de werknemer in dienst is, ook al heeft de werknemer mogelijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering van een andere uitvoeringsinstelling. Daarmee wordt voorkomen dat de werknemer zijn voorziening ontvangt van een andere uitvoeringsinstelling dan voorheen.

 

Artikel 6. Onvoorziene gevallen

     Het is mogelijk dat in de wet en in deze regeling niet alle situaties worden geregeld die denkbaar zijn en waarvoor de wet verschillende oplossingen openlaat. In dat geval wordt de aanvraag behandeld door de uitvoeringsinstelling tot wie de aanvraag wordt gericht. Zo nodig wordt de regeling naar aanleiding van praktijkervaringen aangepast.

 

Artikel 7. Toepasselijkheid en inwerkingtreding

     Tot heden zijn re´ntegratie-instrumenten toegepast door de uitvoeringsinstellingen overeenkomstig de regeling in de wet. In die gevallen waarin op verschillende wijzen uitleg kon worden gegeven aan de bepalingen in de wet, is steeds een pragmatische werkwijze gekozen, waarbij mogelijk niet altijd conform deze regeling is gehandeld. Daarom is ervoor gekozen om de regeling geen terugwerkende kracht te geven en alleen van toepassing te laten zijn op aanvragen die zijn ingediend na inwerkingtreding van deze regeling. Er is ook een voldoende termijn gegeven voor implementatie van de regeling door de uitvoeringsinstellingen.

 

Amsterdam, 18 november 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet Rea | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x