Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 28 december 2005

 

REGELING  STARTERSKREDIET  ARBEIDSGEHANDICAPTEN

Vervallen
m.i.v. 29 december 2005
(art. 2.10 IWIA jo. Besluit van 13 december 2005, Stb. 2005, 659)

 
 

14 december 1999, Stcrt. 2000, 1
Inwerkingtreding: 1 maart 2000
(T.a.v. artt. 30, 35, 35a en 46 Wet Rea en 5 Bsa)

 

 

 

 
     Het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 30, 35, 35a en 46 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en 5 van het Besluit starterskrediet arbeidsgehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen hanteert bij de uitvoering van de artikelen 30, 35, 35a en 46 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en het Besluit starterskrediet arbeidsgehandicapten inzake de verstrekking van starterskrediet, de terug- en invordering van verstrekt starterskrediet, alsmede betaling en tenuitvoerlegging van boeten in verband met het niet nakomen van de inlichtingenplicht in verband met de verstrekking van starterskrediet de beleidsregels vermeld in de bijlage bij deze regeling.

 

Art. 2.
Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de tweede kalendermaand na de dag van uitgifte van de Staatscourant waarin ze wordt bekendgemaakt.

 

Art. 3.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling starterskrediet arbeidsgehandicapten.

 

 

     Deze regeling wordt met de bijlage gepubliceerd in de Staatscourant.

 

Amsterdam, 14 december 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[14 december 1999]

 

1. Inleiding


     In het Besluit starterskrediet arbeidsgehandicapten (Bsa), gebaseerd op artikel 30 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea), zijn beleidsregels van het Lisv [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] aangekondigd die beogen een nadere invulling te geven aan de in dit besluit opgenomen bepalingen. Aan de hand van deze beleidsregels kunnen de uitvoeringsinstellingen op een uniforme en eenduidige wijze aanvragen voor bedrijfskapitaal afhandelen van arbeidsgehandicapten die een eigen bedrijf of zelfstandig beroep willen beginnen. De beleidsregels richten zich op de onderwerpen zoals genoemd in artikel 5 van het Bsa (Stb. 1998, 489).
     Het begrip zelfstandige in het Bsa en deze regeling is overeenkomstig de omschrijvingen in de Wet Rea en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ): de persoon, jonger dan 65 jaar die in Nederland woont en die winst uit onderneming geniet, tenzij men de onderneming niet voor eigen rekening drijft.
     Met de verstrekking van starterskrediet wordt gestreefd naar vermindering van uitkeringsgelden. Voorwaarde is in elk geval dat de resterende verdiencapaciteit van de betrokkene zoveel mogelijk wordt gerealiseerd.

 

2. De medische en arbeidskundige rapportage


     Aan de rapportage ligt adequaat onderzoek ten grondslag. Voor zover daarbij inschakeling van derden noodzakelijk is, wordt daarvan gebruik gemaakt.
• In de medische en arbeidskundige rapportage moet helder beschreven zijn dat de eisen van het werk in overeenstemming zijn met de mogelijkheden en beperkingen van de arbeidsgehandicapte (belasting/belastbaarheid), zodat de continuïteit van het bedrijf op dit vlak is gewaarborgd. Deze analyse van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige moet als aanvullend gezien worden op het arbeidsongeschiktheidsonderzoek.
• Tevens wordt aangegeven of begeleiding noodzakelijk is voor of na de start en of er op grond van de Wet Rea nog werkvoorzieningen moeten of kunnen worden getroffen en wordt over de verstrekking geadviseerd indien dit aan de orde is.
• In het oog gehouden moet worden dat wanneer blijkt dat betrokkene een grote kans heeft op het verkrijgen van een loondienstfunctie, deze kans niet onbenut gelaten mag worden. Arbeidsgehandicapten die in fase 1 zijn ingedeeld, worden dan ook niet in aanmerking gebracht voor een starterskrediet. Wel kan het zelfstandig ondernemerschap een uitkomst zijn voor een werkzoekende die moeite heeft om zich te schikken in een hiërarchische werkverhouding en daarom niet zo geschikt is voor werken in loondienst. De arbeidskundige rapportage geeft daarom ook een beschouwing over de mogelijkheden van betrokkene tot het verkrijgen van een loondienstfunctie en de geschiktheid van betrokkene voor een functie in loondienst.
• De arbeidskundige rapportage geeft een beschouwing en conclusie over de persoonlijke vaardigheden en de vakbekwaamheid van de betrokkene, waarbij wordt aangegeven in hoeverre door middel van begeleiding vóór en na de start en het treffen van een voorziening zoals bijvoorbeeld scholing hier een aanvulling op kan worden gegeven.
• Tot slot bevat de arbeidskundige rapportage een gemotiveerd advies over het al dan niet verstrekken van een starterskrediet, de vorm en de hoogte daarvan, mede op basis van het externe advies naar aanleiding van het haalbaarheidsonderzoek.

 

3. Persoonlijke vaardigheden en vakbekwaamheid van de arbeidsgehandicapte


     De persoonlijke vaardigheden van de betrokkene vereist voor het ondernemerschap hebben betrekking op zijn persoonlijkheid, instelling, algemene ontwikkeling en voorbereiding op het ondernemerschap; dit alles in relatie tot zijn vakbekwaamheid en zijn arbeidshandicap. Het gaan uitoefenen van een bedrijf of zelfstandig beroep mag niet te lichtvaardig worden opgevat. Daarom is een uitermate goede voorbereiding belangrijk. Naast die goede voorbereiding moet er echter ook al enige potentie aanwezig zijn om ondernemer te worden. Behalve een zekere algemene ontwikkeling moet het ondernemerschap er ook al een beetje "in zitten". Persoonlijke vaardigheden zijn daarom belangrijk om een bedrijf of zelfstandig beroep te kunnen realiseren. En deze persoonlijke vaardigheden hangen weer sterk samen met de fysieke mogelijkheden, vooral bij een arbeidsgehandicapte. Uit een combinatie van deze factoren moet blijken of de weg naar het zelfstandig ondernemerschap kan worden ingeslagen.
     Naast vaardigheden is van belang de vakbekwaamheid van de betrokkene. In deze regeling wordt onder vakbekwaamheid verstaan de kennis en kunde die in het algemeen nodig is om het "vak" van ondernemer te kunnen uitoefenen en die in het bijzonder nodig is om als ondernemer in een bepaalde sector, branche, vakgebied of zelfstandig beroep te kunnen opereren in combinatie met de persoonlijke vaardigheden, mogelijkheden en beperkingen als gevolg van de handicap. Vakbekwaamheid door ervaring, scholing en training. De vakkennis wordt mede getoetst aan vakkennis die wordt geëist in de toepasselijke vestigingswetgeving.

 

4. Het bedrijfsplan


     Het bedrijfsplan bestaat naast de elementen, genoemd in artikel 6 van het Bsa, uit een schriftelijke vastlegging van de beweegredenen van de arbeidsgehandicapte om een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen, de bedrijfsdoelstellingen, de werk- en/of ondernemerservaringen en de organisatievorm. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van het model-bedrijfsplan uitgegeven door het IMK [Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf, red.], dat verkrijgbaar is bij onder meer de Kamers van Koophandel. Aan de hand van het bedrijfsplan kunnen de haalbaarheid van de plannen, de levensvatbaarheid van de op te richten onderneming, de kredietbehoefte en het aantal uren dat de aanvrager werkzaam moet zijn om de doelstellingen te realiseren, worden beoordeeld.
     Het bedrijfsplan is in de eerste plaats voor de gehandicapte beginnende ondernemer zelf van belang. Het biedt hem systematisch inzicht in de plannen en doelstellingen, de bedrijfsvoering, de markt en de financiële mogelijkheden en vormt als het ware het bestek voor de nieuwe onderneming. Daarnaast vormt het een realistische toets voor de financiële resultaten en een stappenplan tot de start en daarna een leidraad voor de toekomstige bedrijfsvoering.
     Het is ook een communicatiemiddel naar adviseurs en financiers: er is aandacht geschonken aan de vele onderwerpen waar men als ondernemer mee te maken krijgt; zijn de plannen financieel goed onderbouwd en is het wellicht de moeite waard om in de onderneming te participeren.
     Een volledig bedrijfsplan bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de persoonlijke gegevens, de opleiding en ervaring, inkomens- en vermogensgegevens, inlichtingen omtrent vaste lasten, de persoonlijke motieven om ondernemer te worden en de eigenschappen die daarbij van belang zijn;
b. de omschrijving van het plan zoals branche, bedrijfstype, bedrijfsformule, rechtsvorm, de naam en vestigingsplaats, de benodigde vergunningen, de personele omvang, de te voeren administratie, de te gebruiken automatisering, de af te sluiten verzekeringen, de leverings- en betalingsvoorwaarden en de vermoedelijke startdatum;
c. de marketingaanpak zoals de commerciële formule, de markt, het vestigingspunt, het product, de prijs, de presentatie, de promotie, de concurrentiepositie, het personeel, het logistieke proces, de inkoop en het productieproces;
d. de investeringen in gebouwen, verbouwingen, inventaris, machines, vervoermiddelen, voorraden, debiteuren, geldmiddelen en aanloopkosten (inclusief de kosten van levensonderhoud) en de financiering met eigen middelen, bankkrediet, leverancierskrediet of andere kredietvormen en een toelichting op de balanspositie;
e. de exploitatiebegroting op jaarbasis, een specificatie van de exploitatiekosten en de aflossingscapaciteit;
f. een specificatie van de privé-uitgaven, het vermogen en schulden; en
g. een liquiditeitsprognose over de eerste twee jaren na de start.

 

5. De begeleiding vóór de start


     De begeleiding in de voorbereidingsperiode is bedoeld om te komen tot een verantwoorde start. Deze begeleiding kan zijn gericht op hulp aan de uitkeringsgerechtigde bij de oriëntatie, de ontwikkeling, de planvorming en de afronding van de plannen. Hierbij kan gedacht worden aan een test op ondernemerskwaliteiten, het behulpzaam zijn bij een marktonderzoek, het ondersteunen bij het schrijven en de uitwerking van het bedrijfsplan, het verwerven van Rea-instrumenten of noodzakelijke training, zoals bijvoorbeeld een cursus "Een eigen bedrijf beginnen".
     Bij verstrekking van een starterskrediet wordt de behoefte aan begeleiding gezien als een behoefte aan een voorziening tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid. De uitvoeringsinstelling verstrekt zelf begeleiding dan wel laat deze verstrekken door andere deskundige instanties, indien noodzakelijk.
     De begeleiding kan er als volgt uitzien:
a. eerst een globale toets door een deskundige;
b. daarna een voorbereidingsperiode van maximaal één jaar, met daarin begeleiding door een deskundige. Voor de begeleiding door een externe deskundige kan een vergoeding worden verleend van maximaal €|2723,-.
c. De uitvoeringsinstelling kan daarnaast een voorbereidingskrediet verstrekken van maximaal €|2269,-.

 

6. De begeleiding na de start


     De begeleiding na de start is bedoeld om zoveel als mogelijk de continuïteit van het bedrijf of beroep te waarborgen. In de praktijk blijkt dat starters vooral begeleiding op het gebied van marketingaspecten, financieel en administratief gebied nodig hebben.
     Op hoofdlijnen kan het volgende onder (management)begeleiding worden verstaan:
a. het periodiek overleg tussen ondernemer en adviseur over (aspecten van) de bedrijfsvoering;
b. het vaststellen van aandacht- en verbeterpunten;
c. het indien nodig direct inspelen op probleemsituaties;
d. het in gang zetten van verbetertrajecten;
e. het uitvoeren van voortgangscontroles; en
f. het fungeren als klankbord.
     Bij verstrekking van een starterskrediet wordt de behoefte aan begeleiding gezien als een behoefte aan een voorziening tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid. Voor de begeleiding na de start worden door de uitvoeringsinstelling extra middelen beschikbaar gesteld. Hierbij kan worden uitgegaan van een minimaal noodzakelijke begeleiding van vier dagen gedurende maximaal één jaar. De uitvoeringsinstelling verstrekt zelf begeleiding, dan wel laat deze verstrekken door andere deskundige instanties, indien noodzakelijk. De kosten worden bij gebruikmaking van een externe adviseur vergoed tot een maximum van €|2723,-.

 

7. Het advies op basis van het haalbaarheidsonderzoek


     Op grond van artikel 3, eerste lid, van het Bsa vraagt de uitvoeringsinstelling alvorens te beslissen advies aan één van de twee door de minister erkende adviesinstellingen, te weten ANGO (Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie, voorheen AVO-Nederland) of de Stichting IMK Intermediair. Het gaat hierbij om een gemotiveerd extern deskundig advies over de haalbaarheid van de plannen aan de hand van de aspecten zoals beschreven in het bedrijfsplan. Met haalbaar wordt bedoeld de realistische kans van slagen dat het te starten bedrijf of zelfstandig beroep binnen redelijke termijn een zodanig resultaat oplevert dat continuering van het bedrijf of beroep in de lijn der verwachting ligt. Het advies bevat naast een advies over de haalbaarheid, een advies over de noodzakelijk maximale omvang van het starterskrediet en een advies over de noodzakelijke begeleiding na de start, en voor zover van toepassing over begeleiding vóór de start. In de regel wordt dit advies gevolgd. De kosten van een extern haalbaarheidsadvies worden vergoed tot maximaal de bedragen genoemd in artikel 2, onderdeel a en b, van de Regeling uitvoerings- en onderzoekskosten zelfstandigen [vervallen, zie artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de Regeling financiering en verantwoording Abw, Ioaw en Ioaz, red.] op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen [en het Besluit onderzoekskosten Ioaz, red.].

 

8. De hoogte van de borgtocht of rentedragende lening


     De hoogte van de borgtocht of rentedragende lening is afhankelijk van de volgens het bedrijfsplan en advies haalbaarheidsonderzoek noodzakelijke investeringen, de eigen middelen en de beschikbare voorliggende voorzieningen en bedraagt maximaal het bedrag, genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef, van het Bsa.
     Rekening wordt gehouden met de middelen die door de arbeidsgehandicapte zelf kunnen worden aangewend. Onder eigen middelen wordt de waarde van alle bezittingen verstaan, verminderd met alle schulden. Bij de vaststelling van de middelen worden de bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn, dan wel gelet op de omstandigheden van persoon en gezin noodzakelijk zijn buiten beschouwing gelaten.
     Bij een samenwerkingsverband van de betrokkene met vennoten of maten wordt bij de beoordeling van de kapitaalbehoefte de gezamenlijke financiële positie bezien.
     Bij de voorliggende voorzieningen is gedacht aan voorzieningen die naar hun aard en doel voor de arbeidsgehandicapte bij de start van een bedrijf of zelfstandig beroep als passend en toereikend worden geacht, zoals bijvoorbeeld wetten en regelingen gericht op (startende) zelfstandigen en kredietverlening door banken, al dan niet met gebruik van borgstellingsregelingen van de overheid. Of een bepaalde voorziening kan worden aangemerkt als toereikend en passend is niet alleen afhankelijk van de omstandigheden en mogelijkheden van de arbeidsgehandicapte, maar wordt mede bepaald door hetgeen in dit kader naar maatschappelijk inzicht aanvaardbaar wordt geacht. Pas wanneer twee banken de kredietaanvraag afwijzen, neemt de uitvoeringsinstelling de aanvraag in behandeling. De afwijzing van het beroep op een voorliggende voorziening moet de arbeidsgehandicapte schriftelijk overleggen.
     In de meeste gevallen zal bij de start de totale noodzakelijke behoefte van de kredietverlening bekend zijn. In uitzonderingsgevallen kan het zijn dat enkele maanden later door onverwachte omstandigheden een aanvullend krediet nodig is. Een aanvullend krediet is binnen één jaar mogelijk, doch het totaal aan verstrekte starterskredieten kan nooit meer zijn dan het maximale bedrag genoemd in het Bsa.
     Het starterskrediet dient in een verantwoorde verhouding te staan tot de verwachte opbrengst uit het bedrijf of beroep.

 

9. De akte van borgstelling of kredietverlening


     Het uitgangspunt is dat borgstelling voor kredietverlening gaat. Voordeel van borgtocht voor de uitvoeringsinstelling is dat de bank het geld verstrekt en de inning van rente en aflossing verzorgt. Voordeel voor de betrokkene is dat er slechts één kredietverlenende instelling is, veelal de "eigen" bank. Nadelig voor de starter zijn de hogere kosten, zoals afsluitprovisie en mogelijk hogere rente die een lening van de bank onder borgstelling met zich mee brengt.
     Bij de beslissing tot het verstrekken van een lening of borgtocht stelt de uitvoeringsinstelling de verplichtingen vast in een beslissing op basis waarvan een akte van borgtocht wordt opgemaakt of een overeenkomst van geldlening. De uitvoeringsinstelling kan de betrokkene verplichtingen opleggen die in het belang zijn van aanwending van het krediet overeenkomstig de bestemming en die van belang zijn in verband met de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de geldlening met de bank, respectievelijk het Lisv.


Borgtocht

     De borgtocht wordt verstrekt met inachtneming van het volgende:
• de borgstelling wordt door de uitvoeringsinstelling namens het Lisv slechts aangegaan ten behoeve van een bank als bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;
• de lening met de bank wordt aangegaan op in het zakelijk verkeer gebruikelijke voorwaarden;
• de looptijd van de geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan is ten hoogste tien jaren;
• de rente van de geldlening is gelijk aan het percentage genoemd in het Besluit bijstandverlening zelfstandigen;
• het Lisv verhaalt de op grond van de borgstelling aan de bank betaalde bedragen op de schuldenaar.
     Voor de akte van borgstelling kan de uitvoeringsinstelling gebruik maken van het model dat is gevoegd bij deze regeling. Van dit model kan worden afgeweken, mits de overeenkomst in overeenstemming is met de tekst en strekking van deze regeling.


Geldlening

     Op een overeenkomst van geldlening zijn ten minste de navolgende voorwaarden van toepassing:
• de geldlening wordt aangegaan tot maximaal het bedrag in artikel 2, eerste lid, van het Besluit starterskrediet arbeidsgehandicapten;
• op de geldlening zijn de in het zakelijk verkeer gebruikelijke voorwaarden van toepassing, voor zover er hierna niet van wordt afgeweken;
• de rente van de geldlening is gelijk aan het percentage genoemd in het Besluit bijstandverlening zelfstandigen;
• de looptijd van de lening is ten hoogste tien jaren - onder looptijd wordt de periode verstaan gelegen tussen de datum van verstrekking en de laatste aflossingstermijn.
     Voor de overeenkomst van geldlening kan de uitvoeringsinstelling gebruik maken van het model dat is gevoegd bij deze regeling. Van dit model kan worden afgeweken, mits de overeenkomst in overeenstemming is met de tekst en strekking van deze regeling.

 

10. De terug- en invordering van de verstrekte leningen respectievelijk van de bedragen die op grond van de borgstelling zijn betaald


     Op de terug- en invordering van onverschuldigd betaalde subsidies op grond van artikel 30 Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is het bepaalde bij of krachtens artikel 35 van die wet van toepassing. Het Lisv stelt regels over de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot terugvordering als bedoeld in artikel 35. Het Lisv kan besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door de minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. Het Lisv heeft d.d. 31 maart 1999 vastgesteld een wijziging in het Besluit Tica inzake betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigd betaalde uitkering alsmede vastgesteld de Beleidsregel terug- en invordering (Stcrt. 1999, 75). Deze besluiten zijn van toepassing op verschillende socialeverzekeringswetten. Deze besluiten worden overeenkomstig toegepast op de terug- en invordering van ten onrechte verstrekt starterskrediet, de invordering van bedragen wegens verstrekking van starterskrediet in de vorm van borgstelling of geldlening alsmede de tenuitvoerlegging van boeten wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting in verband met starterskrediet.

 

Nadere inlichtingen kunnen worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 14 december 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter
.

 

 

 

BIJLAGE

 

Akte van borgstelling

 

De ondergetekende:
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gevestigd te Amsterdam, ten deze vertegenwoordigd door < naam en functie ondertekenaar > van de < naam uitvoeringsinstelling >, gevestigd te < vestigingsplaats >, hierna te noemen: de borg.

In aanmerking nemende dat < naam uitvoeringsinstelling > krachtens mandaat van het Landelijk instituut sociale verzekeringen heeft besloten bij beschikking van < datum > op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 30 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten om < geslacht, voornamen, achternaam, geboortedatum en -plaats zelfstandige >, hierna te noemen de hoofdschuldenaar, in aanmerking te brengen voor een borgstelling gedurende de periode van < x > jaar na de datum van ondertekening van deze akte voor een door de < naam bank > te < vestigingsplaats >, hierna te noemen de bank, aan de schuldenaar te verstrekken krediet van ƒ < bedrag >.

Verklaart ten behoeve van de bank:
1. De borg verbindt zich bij deze met ingang van < datum > tot < datum >, jegens de bank voornoemd als borg voor de hoofdschuldenaar, voor hetgeen de bank van de schuldenaar te vorderen mocht hebben, uit hoofde van een door de bank aan de hoofdschuldenaar te verstrekken krediet, met een hoofdsom van ƒ < bedrag in cijfers > (zegge: < bedrag voluit in letters > ), echter tot geen hoger bedrag dan in totaal ƒ < bedrag in cijfers > (zegge: < bedrag voluit in letters >).
2. De borg verbindt zich mitsdien het bedrag dat de bank ter zake voorschreven te vorderen heeft of zal krijgen van de hoofdschuldenaar op eerste aanmaning van de bank te voldoen tot voornoemd maximum van ƒ < bedrag > (zegge: < bedrag in letters >).

Deze borgstelling geschiedt onder de volgende bepalingen:
1. Het bestaan en het bedrag van de schuld zullen tegenover de borg worden bewezen door een uittreksel uit de boeken van de bank, behoudens te leveren tegenbewijs.
2. De borgtocht omvat alleen de hoofdsom, verminderd met de reeds gedane aflossingen.
3. De borgtocht heeft geen betrekking op de rente en de kosten van het krediet waarvoor deze borgtocht is aangegaan.
4. De bank stelt de borg onverwijld op de hoogte in het geval de schuldenaar zijn verplichtingen uit het krediet met de bank niet nakomt.
5. De borg zal tot betaling verplicht zijn door het enkele feit dat de hoofdschuldenaar tegenover de bank in verzuim is.
6. De borg heeft het recht om zekerheid, in welke vorm dan ook, van de hoofdschuldenaar aan te nemen voor hetgeen de borg van hem te vorderen zal hebben, doordat de borg op grond van onderhavige akte aan de bank zal hebben betaald.
7. De borg is van zijn voorwaardelijke verplichtingen bevrijd als de bank zijn zekerheden geheel of gedeeltelijk prijsgeeft of als de bank, behoudens schriftelijke toestemming van de borg, aan de hoofdschuldenaar andere gelden ter beschikking stelt, in welke vorm dan ook, dan die ter zake van de hem verstrekte lening van ƒ < x > (zegge: < bedrag voluit in letters >).
8. Deze borgstelling blijft gelden voor de hele periode waarvoor het krediet is aangegaan, doch tevens daarna, zolang en voor zover de schuld, waarvoor de borgstelling geldt, nog bestaat, doch uiterlijk tot < datum >.
9. Vorderingen onder deze borgtocht dienen door de bank bij de borg te worden ingediend uiterlijk binnen één maand na afloop van het hiervoor genoemde tijdstip, bij gebreke waarvan deze borgtocht vervalt.
10. Voor alle gevolgen, voortvloeiende uit deze borgstelling, ook wat de gerechtelijke tenuitvoerlegging betreft, kiest de borg domicilie op het kantoor te < vestigingsplaats > van < naam uitvoeringsinstelling > te < vestigingsplaats >.

Aldus opgemaakt en getekend in tweevoud te < naam gemeente > op < datum >.

Handtekening borg:

 

 

Akte van geldlening

 

De ondergetekenden:
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gevestigd te Amsterdam, ten deze vertegenwoordigd door < naam en functie ondertekenaar > van de < naam uitvoeringsinstelling >, hierna te noemen: de schuldeiser en
< geslacht, voornamen, achternaam, geboortedatum en -plaats zelfstandige >
< adres, postcode, woonplaats >, hierna te noemen: de schuldenaar.

In aanmerking nemende dat < naam uitvoeringsinstelling > krachtens mandaat van het Landelijk instituut sociale verzekeringen heeft besloten bij beschikking van < datum > op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 30 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten om de schuldenaar in aanmerking te brengen voor een geldlening teneinde hem in staat te stellen te starten als zelfstandige.

Verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

1. De schuldenaar is verplicht de voor het bedrijf gebruikelijke verzekeringen af te sluiten.
2. De schuldenaar is schuldig aan de schuldeiser het bedrag van ƒ < bedrag in cijfers > (zegge: < bedrag voluit in letters >) wegens een heden ter leen ontvangen bedrag en verbindt zich dit bedrag aan te wenden voor de financiering van een zelfstandige onderneming < naam onderneming >.
3. De rente over het ter leen ontvangen bedrag bedraagt < percentage in cijfers > (zegge: < percentage in letters >) procent per jaar en dient eens per maand / halfjaar (keuze door uitvoeringsinstelling) bij achterafbetaling door de schuldenaar te worden voldaan over het ter leen ontvangen bedrag van de hoofdsom of het niet afgeloste gedeelte daarvan. De eerste rentebetaling dient te geschieden uiterlijk op < datum >. Eenmaal per maand / halfjaar ontvangt de schuldenaar van de schuldeiser een rentenota over de over de voorgaande maand / het voorgaande halfjaar vervallen rente.
4. De schuldenaar verplicht zich het ter leen ontvangen bedrag af te lossen in maandelijkse / halfjaarlijkse (keuze door uitvoeringsinstelling), op de eerste dag van de maand vervallende termijnen van ƒ < bedrag in cijfers > (zegge: < bedrag voluit in letters >), met dien verstande dat de eerste aflossing dient te geschieden op < datum >.
5. Alle aflossingen en rentebetalingen moeten plaatsvinden zonder enige korting, inhouding of schuldvergelijking met welke vordering dan ook.
6. Het ter leen ontvangen bedrag dient uiterlijk < datum > in zijn geheel te zijn afgelost.
7. Zolang de schuldenaar een uitkering ontvangt van het Landelijk instituut sociale verzekeringen zal de aflossing en rentebetaling kunnen plaatsvinden door inhouding van de termijnen op de uitkering en verrekening met het bedrag van de geldlening.
8. Bij verzuim in de stipte voldoening van de overeengekomen aflossing en rente of als de schuldenaar op enige andere wijze één of meer verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet of niet behoorlijk nakomt, zal de hoofdsom, of het reeds uitbetaalde dan wel het onafgeloste deel van de hoofdsom, en de contractuele rente, verhoogd met de wettelijke rente over de inmiddels ontstane achterstand, terstond en in het geheel van de schuldenaar worden ingevorderd, zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
9. De hoofdsom, of het reeds uitbetaalde dan wel het onafgeloste deel van de hoofdsom, is zonder ingebrekestelling terstond en in het geheel opeisbaar in de volgende gevallen:
a. indien de schuldenaar één of meer van de bij deze akte gemaakte bedingen of op grond van de wet op hem tegenover de schuldeiser rustende verplichtingen overtreedt, niet nakomt of niet behoorlijk nakomt;
b. indien de schuldenaar één of meer voorwaarden zoals opgenomen in de genoemde beschikking overtreedt, niet nakomt of niet behoorlijk nakomt;
c. indien de schuldenaar aan de schuldeiser met het oog op het aangaan van deze overeenkomst onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, van dien aard dat de schuldeiser de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan indien hem de juiste stand van zaken bekend was geweest;
d. indien de schuldenaar het bedrag van de lening niet aanwendt overeenkomstig de bestemming;
e. indien de schuldenaar in staat van faillissement wordt verklaard of surseance van betaling aanvraagt of indien deze wordt betrokken in een schuldsanering;
f. indien één of meer andere schuldeisers geheel of gedeeltelijk executoriaal beslag laten leggen op de roerende of onroerende zaken van de schuldenaar;
g. in geval van beëindiging of overdracht van het bedrijf of beroep van de schuldenaar;
h. indien de schuldenaar onder curatele wordt gesteld of het vermogen van de schuldenaar onder bewind of beheer wordt gesteld;
i. indien de schuldenaar komt te overlijden;
j. indien het bedrijf door brand, storm of enige andere ramp of door oorlogsgeweld geheel of ten dele tenietgaat, wordt beschadigd of als het als verloren moet worden beschouwd en de schade niet wordt gedekt door verzekeringspenningen;
k. indien de brandverzekering of enige andere voor het bedrijf van schuldenaar gebruikelijke verzekering wordt beëindigd, zonder dat aansluitend een nieuwe en toereikende verzekeringsovereenkomst wordt gesloten.
10. De kosten welke door de schuldeiser mochten worden gemaakt tot behoud van of ter uitoefening van zijn rechten komen ten laste van de schuldenaar.
11. De schuldenaar is bevoegd te allen tijde hogere aflossingen te doen dan in deze akte is vastgesteld, echter alleen in ronde bedragen van ƒ100,- of een veelvoud daarvan, of het gehele verschuldigde bedrag ineens af te lossen.
12. De schuldenaar is verplicht onverwijld mededeling te doen aan de schuldeiser van opheffing of afstand van de huwelijksgemeenschap of wijziging van de huwelijksvoorwaarden, vestiging of voorgenomen vestiging in het buitenland, wijziging van de juridische bedrijfsvorm van de onderneming, of indien zich één van de omstandigheden voordoet, genoemd onder punt 9 van deze overeenkomst.
13. Voor alle gevolgen, voortvloeiende uit deze akte van geldlening, ook wat de gerechtelijke tenuitvoerlegging betreft, kiest de schuldeiser domicilie op het kantoor te < vestigingsplaats > van < naam uitvoeringsinstelling > te < vestigingsplaats >.

Aldus opgemaakt in tweevoud te < gemeente > d.d. < datum >

De schuldeiser:
 
Namens het Landelijk instituut sociale verzekeringen,
< naam uitvoeringsinstelling >
< naam en functie ondertekenaar >
 
Handtekening:
De schuldenaar:
 
 
 
Naam:
 
 
Handtekening:
xxxxxxxxxxxxxxx

(Handgeschreven) Goed voor (bedrag in letters)

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet Rea | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x