Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             


vorige

 

REGELING  SCHOONMAAKDIENSTEN  PARTICULIEREN
x
Bijgewerkt tot en met 30 juni 2005

Vervallen
m.i.v. 1 juli 2005
(art. 10:1 van deze regeling)

(Zie Rsp 2005)

 

12 december 1997, Stcrt. 1997, 244
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
Vervalt m.i.v. 1 juli 2005
(T.a.v. artt. 3:1 en 8:1 Kaderwet SZW-subsidies)

 

 

 

 
REGELING houdende regels voor de subsidiëring van schoonmaakdiensten bij particulieren (Regeling schoonmaakdiensten particulieren)

12 december 1997/nr. AM/AAB/97/2730
Directie Arbeidsmarkt

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 3, eerste lid, en artikel 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. werkgever: een natuurlijk of rechtspersoon die werkgever is als bedoeld in artikel 610 van titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, als onderneming is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, als onderneming haar hoofd- of nevenberoep maakt van het verrichten van huishoudelijke diensten of daarmee verwante werkzaamheden en in die hoedanigheid consumentencontracten pleegt te sluiten;
c. arbeidsovereenkomst: een schriftelijk aangegane arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek met de werkgever;
d. consumentencontract: een schriftelijke overeenkomst van de werkgever met een derde natuurlijk persoon tot het door zijn werknemer laten verrichten van een bepaald gevarieerd pakket van huishoudelijke diensten in de particuliere sfeer van die natuurlijke persoon over een bepaalde periode op een vastgesteld gemiddeld aantal uren per week en tegen een bedongen prijs;
e. OSB: Ondernemersorganisatie schoonmaak- en bedrijfsdiensten;
f. verklaring: een verklaring afgegeven door de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, dat:
1º. de werknemer met wie de werkgever vóór 1 januari 2003 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten langdurig werkloze is, overeenkomstig het vóór die datum bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen; of
2º. de werknemer met wie de werkgever na 1 januari 2003 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten minimaal zes maanden als werkloos werkzoekend bij de Centrale organisatie werk en inkomen ingeschreven heeft gestaan dan wel naar haar oordeel in vergelijkbare omstandigheden heeft verkeerd;
g. accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Art. 2. Subsidieverstrekking
-1. De minister verstrekt een subsidie aan de werkgever:
a. die een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een persoon voor wie de Centrale organisatie werk en inkomen met inachtneming van hoofdstuk IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, zoals deze wet luidde vóór 1 januari 2003, een verklaring als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 1º, heeft afgegeven;
b. die een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen gemiddelde arbeidsduur van ten minste 12 uur per week, berekend over een periode van dertien weken, heeft gesloten met een persoon voor wie de Centrale organisatie werk en inkomen een verklaring als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 2º, heeft afgegeven.
-2. Geen subsidie wordt verstrekt indien een dienstbetrekking wordt aangegaan als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of met toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
-3. Geen subsidie wordt verstrekt indien de huishoudelijke diensten op basis van de consumentencontracten worden verleend in de vorm van thuiszorg als bedoeld in artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken Bijzondere Ziektekostenverzekering door instellingen die daarvoor op grond van de Wet tarieven gezondheidszorg budget ontvangen.
-4. Geen subsidie wordt verstrekt aan een werkgever die na 1 oktober 2004 voor het eerst subsidie aanvraagt.

 

Art. 2a. Subsidieplafond
Het subsidieplafond per werkgever is van 1 januari 2005 tot 1 juli 2005 vastgesteld overeenkomstig bijlage B bij deze regeling.

 

Art. 3. Subsidieverlening
-1. De minister verleent de subsidie voor het in dienst hebben van personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, rekening houdend met de omvang van de uitgevoerde werkzaamheden op die consumentencontracten.
-2. De subsidie aan de werkgever wordt bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren dat in de arbeidsovereenkomsten, gesloten met personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is overeengekomen, waarbij:
a. de subsidie ten hoogste €|10 245,00 per kalenderjaar bedraagt bij een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van 32 uur of meer uren per week en naar rato wordt verminderd naarmate de arbeidsovereenkomst minder dan één jaar heeft geduurd of een arbeidsduur heeft van minder dan 32 uur;
b. op jaarbasis het aantal overeengekomen arbeidsuren in de bedoelde arbeidsovereenkomsten niet meer bedraagt dan het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3 waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht;
c. indien niet voldaan wordt aan onderdeel b, niet wordt uitgegaan van de overeengekomen arbeidsuren, maar van het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3 waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht.
-3. Indien in de arbeidsovereenkomst geen vast aantal arbeidsuren is overeengekomen en de gemiddelde arbeidsduur, naar rato van de periode waarover in één jaar is gewerkt, voldoet aan artikel 2, eerste lid, wordt bij de toepassing van het tweede lid het subsidiebedrag bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald.

 

Art. 4. Vervallen.

 

Art. 5. Gegevensverstrekking voor subsidieverlening en -betaling
-1. Namens de minister geeft OSB op aanvraag van een werkgever een beschikking tot subsidieverlening.
-2. De subsidie wordt verleend vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
-3. De subsidieontvanger zendt binnen dertien weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een afschrift van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 2, eerste lid, de op de werknemer betrekking hebbende verklaring en consumentencontracten aan OSB.
-4. De minister betaalt de subsidie bij wijze van voorschot per kwartaal aan de hand van de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en de gewerkte uren op consumentencontracten, die gefactureerd zijn.
-5. Indien de subsidie op jaarbasis hoger is dan de som van de declaraties, bedoeld in het vierde lid, kan de minister bij wijze van voorschot op basis van een ontvangen slotdeclaratie een aanvullende subsidie betalen.
-6. De subsidieontvanger draagt, door tussenkomst van OSB, er zorg voor dat de relevante gegevens over een kalenderkwartaal, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het vierde lid, door de minister zijn ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft.
-7. Het voorschot wordt betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin de declaratie is ontvangen. Het voorschot wordt niet verleend indien de minister van de subsidieontvanger de bescheiden, nodig voor de subsidievaststelling betreffende voorgaande subsidieverstrekkingen, niet heeft ontvangen.
-8. Een subsidieontvanger ontvangt op of omstreeks 15 februari van een kalenderjaar een eenmalig voorschot van 60% van de gemiddelde subsidie over vier kwartalen. Het eenmalige voorschot wordt berekend aan de hand van de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en de gewerkte uren op consumentencontracten die gefactureerd zijn, over het vierde kwartaal van het jaar dat ligt twee jaar vóór het subsidiejaar en het eerste tot en met derde kwartaal van het voorafgaande subsidiejaar. Jaarlijks wordt aan de hand van de ingediende declaraties door de subsidieontvanger over voornoemde kwartalen bepaald of de hoogte van het eenmalige voorschot aanleiding geeft tot verhoging of verlaging daarvan. De financiële verwerking hiervan vindt plaats binnen dertien weken na kennisgeving aan de subsidieontvanger.
-9. Op verzoek van een subsidieontvanger op wie het achtste lid niet van toepassing is, kan de minister op een eerder tijdstip dan bedoeld in het achtste lid, eerste volzin, een eenmalig voorschot op de te verstrekken subsidie betalen. Het eenmalige voorschot bedraagt 60% van de eerst ingediende kwartaaldeclaratie of een veelvoud daarvan als bedoeld in het vierde lid. Het verzoek vindt plaats door tussenkomst van OSB.
-10. Op het tijdstip waarop het achtste lid, eerste volzin, van toepassing wordt op de subsidieontvanger, bedoeld in het negende lid, wordt het op grond van het negende lid betaalde eenmalige voorschot verrekend met het eenmalige voorschot waarvoor hij op grond van het achtste lid in aanmerking komt.
-11. Indien een declaratie over enig kalenderkwartaal door de minister niet is ontvangen uiterlijk op de twintigste van de zesde kalendermaand volgend op het kwartaal waarop deze betrekking heeft, wordt het eenmalige voorschot, bedoeld in het achtste of negende lid, teruggevorderd.
-12. De subsidieontvanger informeert OSB schriftelijk binnen vier weken over het tijdstip van beëindiging van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en over de beëindiging van consumentencontracten.
-13. Verrekening of terugvordering van het voorschot, bedoeld in het achtste of negende lid, vindt plaats indien de subsidieontvanger geen gebruik meer maakt van deze regeling.
-14. Indien vóór de subsidievaststelling een verzoek tot faillietverklaring van of verlening van surseance van betaling aan de subsidieontvanger is ingediend, vindt geen uitbetaling van voorschotten meer plaats.

 

Art. 6. Vaststelling subsidie tot en met 2004
-1. De minister stelt de subsidie per kalenderjaar vast binnen twaalf maanden na ontvangst van de jaaropgave.
-2. De subsidieontvanger draagt, door tussenkomst van OSB, er zorg voor dat de relevante gegevens over een kalenderjaar, opgenomen in een door hem ondertekende jaaropgave en, voor zover het daarin vermelde subsidiebedrag hoger is dan €|50 000,00, een daarop betrekking hebbende verklaring van een accountant, door de minister zijn ontvangen vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaaropgave van de werkgever betrekking heeft.
-3. Indien de bescheiden, genoemd in het tweede lid, niet zijn ontvangen binnen twaalf maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking hebben, kan de minister de subsidie over dat jaar ambtshalve vaststellen.
-4. De vastgestelde subsidie kan van de bij wijze van voorschot betaalde subsidie afwijken indien de subsidieontvanger handelt in strijd met deze regeling.

 

Art. 6a. Vaststelling subsidie 1 januari 2005 tot 1 juli 2005
-1. De minister stelt de subsidie van 1 januari 2005 tot 1 juli 2005 vast binnen twaalf maanden na ontvangst van de jaaropgave.
-2. De subsidieontvanger draagt, door tussenkomst van OSB, er zorg voor dat de relevante gegevens over de periode van 1 januari 2005 tot 1 juli 2005, opgenomen in een door hem ondertekende jaaropgave en, voor zover het daarin vermelde subsidiebedrag hoger is dan €|25 000,00, een daarop betrekking hebbende verklaring van een accountant, door de minister zijn ontvangen vóór 1 januari 2006.
-3. Indien de bescheiden, genoemd in het tweede lid, niet zijn ontvangen vóór 1 januari 2006, kan de minister de subsidie over de in het tweede lid bedoelde periode ambtshalve vaststellen.
-4. De vastgestelde subsidie kan van de bij wijze van voorschot betaalde subsidie afwijken indien de subsidieontvanger handelt in strijd met deze regeling.

 

Art. 7. Modellen gegevensverstrekking
De declaratie, bedoeld in artikel 5, vierde lid, de slotdeclaratie, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, en de jaaropgave en de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 6, zijn ingericht volgens de bij deze regeling behorende modellen. De verklaring is gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig het bij deze regeling behorende controle- en rapportageprotocol.

 

Art. 8. Toezichthouders en informatieverplichtingen
-1. Met het toezicht op de naleving van de in deze regeling opgenomen verplichtingen zijn belast de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en de Accountantsdienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. De subsidieontvanger verstrekt aan de minister desgevraagd kosteloos alle inlichtingen die hij voor evaluatie, informatievoorziening en beleidsvorming met betrekking tot deze regeling nodig heeft en verleent daartoe inzage in ter zake van belang zijnde bescheiden.

 

Art. 9. Indexering van bedragen
Indien de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon daartoe aanleiding geeft, maakt de minister een wijziging van het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, tijdig vóór de aanvang van een kalenderjaar bekend.

 

Art. 9a. Algemene Regeling SZW-subsidies
De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.

 

Art. 10. Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998 en vervalt met ingang van 1 juli 2005. De regeling zoals deze luidt op 30 juni 2005 blijft van toepassing op de afwikkeling van de subsidie verleend op grond van deze regeling.
-2.
Subsidieverlening op basis van de Regeling experiment marktverruiming in de schoonmaakbranche geldt na de datum van inwerkingtreding van deze regeling als subsidieverlening op basis van deze regeling.
-3. De Regeling experiment marktverruiming in de schoonmaakbranche wordt ingetrokken.

 

Art. 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schoonmaakdiensten particulieren.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting en de bijbehorende bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.¹

1. De bij deze regeling behorende bijlagen liggen met ingang van 15 februari 2005 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Stcrt. 2004, 251), red.

 

’s-Gravenhage, 12 december 1997.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert
.

 

 

 

BIJLAGE  A

behorende bij artikel 4, vierde lid, van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. I, onderdeel B, Regeling van 20 december 2004, Stcrt. 2004, 251)

 

     Door de werkgever op de peildatum 1 september 2004 te registreren gegevens van alle bij hem in dienst zijnde werknemers. Deze gegevens worden ook geregistreerd ten aanzien van werknemers die in de maand september 2004 in dienst zijn getreden dan wel hun arbeidsovereenkomst in die maand hebben beëindigd.
     Deze gegevens worden voor iedere werknemer afzonderlijk geregistreerd.

Bedrijfsgegevens
Naam bedrijf:

Persoonsgegevens
- Datum indiensttreding werknemer:
- Is de arbeidsovereenkomst in september 2004 beëindigd?
- Soort arbeidsovereenkomst (tijdelijk of voor onbepaalde tijd):
- Bij een tijdelijke arbeidsovereenkomst de datum waarop de arbeidsovereenkomst afloopt:
- Aantal vaste uren van de arbeidsovereenkomst per week: ¹
- Wat deed de werknemer voordat hij/zij in de Rsp ² kwam:
a. had een uitkering;
b. had geen uitkering.

1. Als in de arbeidsovereenkomst geen vast aantal uren per week is opgenomen, wordt uitgegaan van het aantal arbeidsuren per week dat de uitkomst is van het aantal arbeidsuren waarover de werkgever loon heeft betaald over de eerste zes maanden van 2004, gedeeld door 26, waarbij het gemiddelde aantal uren per week minimaal twaalf uur moet bedragen.
2. Rsp: Regeling schoonmaakdiensten particulieren, red.

 

 

 

BIJLAGE  B

behorende bij artikel 2a (subsidieplafond per werkgever, stand 1 oktober 2004) ¹

 

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Naam bedrijf
x
Aantal Rsp-
medewerkers
xxrAantalxxx fte’s Subsidieplafond
tot 1 juli 2005 in euro's
Alfa Schoonmaakservice xxx x 0,-xxx
Avalon Schoonmaak- en Servicebedrijf 11xxx 6,56x 33 616,-xxx
Brom Schoonmaakbedrijf BV 0xxx 0x 0,-xxx
Clean @ Home (Clean at Home) 5xxx 2,1875x 11 205,-xxx
Clean Team NTC 39xxx 22,4234375x 114 864,-xxx
Clean4All BV 32xxx 18,796875x 96 287,-xxx
De Kroon Service- en Schoonmaakdiensten BV 0xxx 0x 0,-xxx
De Poetspoell 6xxx 1,90625x 9 765,-xxx
Dokter Schoonmaakorganisatie BV 84xxx 40,78125x 208 902,-xxx
Dokter Schoonmaakorganisatie BV 0xxx 0x 0,-xxx
Domestic Staff BV 5xxx 2,03125x 10 405,-xxx
D'r Sjalter Stichting Werkcorporatie Kerkrade 4xxx 2,75x 14 087,-xxx
Eclatant Schoonmaakbedrijf v.o.f. xxx x 0,-xxx
FM Mega Handelsonderneming, Schoonmaakbedrijf en Uitzendbureau 0xxx 0x 0,-xxx
Gascogne Particulier 63xxx 27,90625x 142 950,-xxx
Glas- en Schoonmaakservice Wessang 7xxx 3,609375x 18 489,-xxx
Herman's Cleaning Service 6xxx 3,81875x 19 562,-xxx
HHC Huishoud Hulp Centrale 0xxx 0x 0,-xxx
Home Care Service v.o.f. 5xxx 2,34375x 12 006,-xxx
Home Maid BV 43xxx 32,65625x 167 282,-xxx
Homecleaners Noord BV 0xxx 0x 0,-xxx
Homecleaners Services BV 0xxx 0x 0,-xxx
Homecleaners West BV 83xxx 56,34375x 288 621,-xxx
Inside Cleaning Service BV 5xxx 2,96875x 15 207,-xxx
J. Gort Bedrijfsdiensten 15xxx 15x 76 838,-xxx
Kelvin Bedrijfsdiensten BV xxx x 0,-xxx
KooBo Particuliere Dienstverlening BV 28xxx 29,53125x 151 274,-xxx
Kriek Holding BV / Den Heijer Schoonmaakbedrijf BV 31xxx 25,3515625x 129 863,-xxx
Langeweg Bedrijfsdiensten v.o.f. 0xxx 0x 0,-xxx
Mooi-Thuis BV 72xxx 48,59375x 248 921,-xxx
Nieuwe Bezems Regioservice v.o.f. 3xxx 2,25x 11 526,-xxx
Nieuwe Bezems v.o.f. 24xxx 17,7578125x 90 964,-xxx
NIVO Noord BV 13xxx 10,578125x 54 186,-xxx
Paletti Holding BV 54xxx 35,6875x 182 809,-xxx
Particuliere Thuiszorg Nederland 22xxx 12,34375x 63 231,-xxx
Schoonmaakbedrijf J & A 1xxx 1x 5 123,-xxx
Schoonmaakbedrijf Luinge BV 0xxx 0x 0,-xxx
Schoonmaakbedrijf Te Wierik Salland 26xxx 17,421875x 89 244,-xxx
Schoonmaakbedrijf Tiemersma 23xxx 11,74x 60 138,-xxx
SchoonSchip 20xxx 10,746875x 55 051,-xxx
Servicecentrum Te Plak 5xxx 2,78125x 14 247,-xxx
Stichting Dienstenwinkel 28xxx 13,59375x 69 634,-xxx
Stichting Domestica 18xxx 13,125x 67 233,-xxx
Stichting Emilia Te Plak Lekkum 11xxx 5,59375x 28 654,-xxx
Stichting Te Plak Weidum 7xxx 3,28125x 16 808,-xxx
Stichting Te Plak Workum 6xxx 2,4375x 12 486,-xxx
Stichting Thuishulp (voorheen Home Works) 59xxx 35,28125x 180 728,-xxx
STIPT Dienstverlening BV 36xxx 35,59375x 182 329,-xxx
Surplus Plushulp BV 23xxx 11,578125x 59 309,-xxx
Suzi's Huishoudelijke Dienst Beek en Donk 28xxx 20,6875x 105 972,-xxx
Te Plak 0xxx 0x 0,-xxx
Wijk Schoonmaakbedrijf 0xxx 0x 0,-xxx
Woonmooi BV 139xxx 101,515625x 520 014,-xxx
x xxx x xxx
Totaal 1090xxx 711x 3 639 829,-xxx

1. Een streepje "–" betekent dat er geen informatie is ontvangen.

 

 

 

TOELICHTING
[12 december 1997]

 

Algemeen

 

Ter inleiding


     De Regeling schoonmaakdiensten particulieren [ook wel Wittewerkstersregeling genoemd, red.] strekt ertoe de markt van huishoudelijke dienstverlening structureel te verruimen door een subsidie. Bij brief van 16 september 1997 is de Tweede Kamer der Staten-Generaal geïnformeerd over het voornemen tot de regeling en de afwegingen die daarbij zijn gemaakt (brief van 16 september 1997, kenmerk AM/AAB/97/1833).
     In vergelijking met de dienstensector als geheel blijft in Nederland de ontwikkeling van de markt van persoonlijke dienstverlening achter. Uit onderzoek ¹ blijkt dat met name in de huishoudelijke dienstverlening een substantieel potentieel aan werk blijft liggen, door mensen zelf wordt gedaan of informeel wordt uitbesteed. Relatief hoge loonkosten zijn mede debet hieraan.
     Een gerichte maatregel die aangrijpt op de prijsstelling kan bijdragen aan de ontwikkeling van de markt van huishoudelijke dienstverlening. Dit bevordert de werkgelegenheid, met name voor laagopgeleiden. Een blijvende verandering van de loonkostenstructuur in betreffend segment van de arbeidsmarkt vormt een aanvulling op het meer algemene kabinetsbeleid tot lastenverlichting en op de specifieke lastenverlichting aan de onderkant van de arbeidsmarkt, in casu de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA).
     De regeling is een instrument van zowel werkgelegenheids- als arbeidsmarktbeleid. Als zodanig past deze regeling bij de subsidies waarop de Kaderwet SZW-subsidies betrekking heeft. De Regeling schoonmaakdiensten particulieren is een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van genoemde wet. Dit betekent dat op de subsidie in de eerste plaats titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is en dat vervolgens de bepalingen uit de Kaderwet SZW-subsidies en de daarop gebaseerde algemene SZW-subsidieregeling [Algemene Regeling SZW-subsidies, red.] gelden. De Regeling schoonmaakdiensten particulieren bevat alleen de meer specifieke bepalingen over de aard van de activiteiten en specifieke voorschriften die te maken hebben met deze subsidie.

1. Onder meer Mot en Paape, Behoeften en effectieve vraag van alleen- en tweeverdieners, OSA, 1995.

 

Voorgeschiedenis van de regeling


     De regeling bouwt voort op en trekt lering uit het Tijdelijk besluit subsidiëring experimenten activering van uitkeringsgelden (EAU) [ook wel Melkert-II-regeling genoemd, red.] en de Regeling experiment marktverruiming in de schoonmaakbranche (De SchoonmaakSter).
     De EAU maakt het mogelijk dat bijstandsuitkeringen tijdelijk worden ingezet voor een loonkostensubsidie. Uitkeringsgerechtigden kunnen op deze manier werkervaring opdoen. Enkele projecten in dit kader richt(t)en zich hoofdzakelijk op schoonmaakwerk bij particulieren thuis. De EAU expireert op 31 december 1998. (Ex-)werknemers kunnen doorstromen naar de Regeling schoonmaakdiensten particulieren.
     Toegespitst op huishoudelijke dienstverlening startte daarnaast per 1 juni 1996 De SchoonmaakSter. In drie regio’s (Eindhoven, Arnhem en Rotterdam) ontvingen schoonmaakbedrijven onder bepaalde voorwaarden gedurende maximaal twee jaar een subsidie in de loonkosten als zij bijstandsgerechtigden in dienst namen. De subsidie was bedoeld voor het concurrerend met de informele markt kunnen laten verrichten van schoonmaakwerk bij particulieren thuis. Deze tijdelijke regeling is per 1 januari 1998 ingetrokken; de subsidiëring wordt voortgezet op basis van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren (artikel 10).
     Belangrijke verschilpunten van de nieuwe regeling ten opzichte van de EAU en De SchoonmaakSter zijn het structurele karakter van de subsidie, het hogere subsidiebedrag en de ruimere doelgroep. Voorts stelt de regeling zelf geen eisen aan de beloning van de werknemer.

 

Tweeledige doelstelling van de regeling


     Enerzijds beoogt de regeling de markt van huishoudelijke dienstverlening te verruimen. De regeling beperkt zich hierbij vooralsnog tot schoonmaakdiensten. Voor zover particulieren schoonmaakwerk uitbesteden, vindt dat tot dusverre nagenoeg uitsluitend in het informele circuit plaats. De markt die potentieel te winnen is, is hier het grootst. Vraag en aanbod in de sfeer van tuinonderhoud en reparaties aan of in huis weten elkaar ook nu reeds deels te vinden op de reguliere markt. Wanneer voldoende ervaring is opgedaan met de regeling, zal worden bezien of de werkingssfeer kan worden verbreed naar andere vormen van huishoudelijke dienstverlening, zonder dat de regeling bestaande werkgelegenheid verdringt en de concurrentieverhoudingen onaanvaardbaar verstoort.
     Anderzijds beoogt de regeling de inschakeling van met name laagopgeleide werkzoekenden in het arbeidsproces. De regeling voorziet hiertoe in een subsidie voor het in dienst hebben van een werknemer in de zin van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA), onderdeel vermindering langdurig werklozen (VLW). De naadloze koppeling aan de WVA bevordert consistentie in beleid en samenhang in regelgeving.

 

Doelgroep van de regeling


     De doelgroep van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren - in de zin van de werknemer voor wie een werkgever in aanmerking komt voor subsidie - is gelijk aan die van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering in het kader van de WVA. Het betreft personen die in principe langer dan twaalf maanden zonder onderbreking als werkloos werkzoekende staan ingeschreven bij het arbeidsbureau [zie Centrum voor werk en inkomen (CWI), red.]. Bepaalde werkzame perioden tellen mee voor de berekening van de werkloosheidsduur. Bovendien geldt (tot en met 1998) in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Heerlen, Nijmegen, Groningen en Arnhem een termijn van een halfjaar in plaats van één jaar, gelet op de hoge werkloosheid aldaar. In tegenstelling tot de EAU en De SchoonmaakSter hoeven de werknemers voorheen niet uitkeringsgerechtigd te zijn geweest. Uiteraard is een substantiële instroom van uitkeringsgerechtigden wel wenselijk, zowel beleidsmatig als uit oogpunt van financiering van de regeling.
     Ook stelt de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering bepaalde groepen gelijk aan langdurig werklozen, ongeacht de werkloosheidsduur. Zo zijn bijvoorbeeld personen gelijkgesteld van wie de arbeidsovereenkomst in het kader van de EAU of De SchoonmaakSter maximaal drie maanden geleden is beëindigd.

 

Werking van de regeling


     Een werkgever ontvangt een subsidie van maximaal ƒ19 000,- per kalenderjaar per arbeidsovereenkomst (artikel 3). Dit bedrag is gebaseerd op een arbeidsovereenkomst van 32 of meer uren per kalenderweek. De subsidie wordt toegekend naar rato van het aantal maanden dat de arbeidsovereenkomst duurt. Bij een arbeidsovereenkomst van minder dan 32 uur per week is de subsidie eveneens naar rato lager. Met inachtneming van de overeengekomen arbeidsduur kan de feitelijke werktijd per week variëren.
     Een arbeidsovereenkomst van minder dan 15 uur per week komt niet in aanmerking voor subsidiëring (artikel 2, eerste lid). Dit vloeit voort uit de voorwaarden van de WVA. Voor een arbeidsovereenkomst van die omvang geeft de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale organisatie werk en inkomen (CWI), red.] geen verklaring langdurig werkloze af (artikel 10, eerste lid, WVA). Ook wanneer geen recht meer bestaat op de vermindering langdurig werklozen - en de werkgever voor betreffende werknemer nog wel aanspraak wil blijven maken op de subsidie op grond van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren - blijft het vereiste gehandhaafd van een arbeidsovereenkomst van minimaal 15 uur per week.
     Subsidie wordt in beginsel verleend voor werknemers voor wie de Arbeidsvoorzieningsorganisatie - op grond van de WVA - een verklaring langdurig werkloze heeft afgegeven. Wil de werkgever ook daadwerkelijk subsidie ontvangen, dan dient hij consumentencontracten te hebben gesloten op grond waarvan ook daadwerkelijk schoonmaakwerk bij particulieren thuis is verricht.
     De werkgever is vrij om te bepalen voor welke werkzaamheden hij de werknemer voor wie hij subsidie ontvangt, inzet. Genoemde werknemer hoeft niet noodzakelijk (alleen) werkzaamheden uit te voeren die uit de consumentencontracten voortvloeien. Dit werk kan (deels) ook worden gedaan door niet-gesubsidieerde werknemers. De mogelijkheid van combitaken en uitwisselbaarheid van werknemers binnen het bedrijf of de instelling geeft ruimte voor een bedrijfsmatige aanpak en afwisseling in werk. Wanneer evenwel in enig kalenderjaar het aantal gewerkte uren op de consumentencontracten in verhouding lager ligt dan het aantal - voor subsidie in aanmerking komende - arbeidsuren uit de arbeidscontracten, dan wordt de subsidie vastgesteld op basis van het aantal gewerkte en gefactureerde uren op de consumentencontracten. Hiermee wordt bereikt dat alleen subsidie wordt verstrekt in de mate waarin de werkgever werkzaamheden laat verrichten op de particuliere schoonmaakmarkt en aldus bijdraagt aan marktverruiming. Ligt andersom het aantal gewerkte en gefactureerde uren op consumentencontracten hoger dan het aantal - voor subsidie in aanmerking komende - arbeidsuren, dan wordt de subsidie vastgesteld op basis van het aantal arbeidsuren uit de arbeidscontracten. Hiermee wordt bereikt dat alleen subsidie wordt verstrekt in de mate waarin de werkgever werknemers in dienst heeft die behoren tot de doelgroep.

 

Uitvoering van de regeling


     Ondernemersorganisatie schoonmaak- en bedrijfsdiensten (OSB) heeft een belangrijke faciliërende rol in de promotie en uitvoering van de regeling. Eén en ander is nader neergelegd in de uitvoeringsovereenkomst die de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met OSB sluit.
     OSB fungeert als intermediair tussen de werkgever als subsidieontvanger en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als subsidieverstrekker. Het betreft enerzijds het geven van een beschikking namens de minister aan de werkgever die subsidie aanvraagt en anderzijds het na verificatie doorzenden aan de minister van relevante gegevens voor de subsidieverlening, -betaling en -vaststelling (artikel 5 en 6, tweede lid).
     Genoemde diensten kunnen in opdracht van de minister bij uitstek door OSB worden verricht, omdat deze organisatie vanuit de markt eenvoudig toegang tot werkgevers heeft. Zeker in aanvang komt een dergelijke benadering van potentiële subsidieontvangers de effectiviteit van de regeling ten goede. Daarbij speelt ook een rol dat OSB de verschillende uitvoeringstaken kan verenigen en in ieder geval met de juiste kennis kan aansturen. De minister kan daarom dit totaal van taken niet op dezelfde wijze aan een ander uitbesteden.

 

Toezicht op de regeling


     De rol van OSB in de uitvoering laat onverlet dat er een directe subsidierelatie bestaat tussen de werkgever als subsidieontvanger en de minister als subsidieverstrekker. De verantwoordelijkheid voor de subsidieverlening en -betaling ligt bij de minister.
     Toezicht op de naleving van de verplichtingen die aan de subsidieontvanger zijn opgelegd, vindt plaats door het ministerie en zijn toezichtsorganen. In eerste aanleg gebeurt dit door middel van controle op de juistheid van subsidiegegevens die de werkgever verstrekt door tussenkomst van OSB. Ten behoeve van bevoorschotting en verantwoording van subsidie dient de werkgever gebruik te maken van de modelformulieren die de regeling voorschrijft (artikel 7). Het betreft de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren uit de arbeidsovereenkomsten die in aanmerking komen voor subsidie en de gewerkte en gefactureerde uren op consumentencontracten (artikel 5, vierde lid). Daarnaast betreft het de jaaropgave die voorzien moet zijn van een accountantsverklaring waaruit ondubbelzinnig blijkt dat alleen subsidie is gedeclareerd en verantwoord waarvoor aanspraak bestaat krachtens de regeling (artikel 6, tweede lid).
     In tweede aanleg kan ook een controle van de administratie bij de subsidieontvanger plaatsvinden. De werkgever is verantwoordelijk voor een zodanige inrichting van de administratie dat alle relevante gegevens in het kader van de regeling zichtbaar en controleerbaar zijn vastgelegd. Van de administratie moeten in ieder geval deel uitmaken de arbeidsovereenkomsten, de consumentencontracten (conform de begripsomschrijving van artikel 1, onderdeel d) en de daarbij behorende facturen (artikel 4, tweede lid). Voorts dient de werkgever - wanneer hij voor betreffende werknemer in aanmerking wil blijven komen voor subsidie - een afschrift van de verklaring langdurig werkloze te bewaren, ook als dat voor de WVA zelf niet langer nodig is. Op grond van artikel 9 van de WVA dient de werkgever de verklaring langdurig werkloze te bewaren bij de loonadministratie. Evenals andere documenten moet de werkgever deze verklaring opnemen bij de loonadministratie ten behoeve van de heffing van loonbelasting tot ten minste vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking is geëindigd of tot ten minste vijf jaar nadat de VLW van toepassing was. Dit laatste kan onvoldoende lang zijn in verband met het toezicht op de uitvoering van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren.
     Op basis van de met name genoemde documenten kan zo nodig worden beoordeeld of de werknemer voor wie de werkgever subsidie ontvangt ook daadwerkelijk voor hem werkt en subsidiabel is en of daadwerkelijk het te subsidiëren schoonmaakwerk wordt verricht.
     Overeenkomstig de Awb kan het niet nakomen van subsidieverplichtingen leiden tot het weigeren of lager vaststellen van de subsidie.

 

Handhaafbaarheid van de regeling


     Op het bezwaar en beroep tegen de subsidiebeschikking en -vaststelling is de Awb van toepassing. Gelet op het eenduidige karakter van de regeling zullen hier naar verwachting niet veel conflicten over ontstaan. Voor zover wel conflicten ontstaan, zullen deze waarschijnlijk grotendeels in de bezwaarfase kunnen worden afgedaan. Toename van de belasting van de rechterlijke macht (de bestuursrechter) wordt niet verwacht.

 

Samenloop met andere regelgeving


     Naast de subsidie op grond van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren kan de werkgever - zoals iedere andere werkgever - ook aanspraak maken op afdrachtskortingen van de WVA. Uiteraard moet dan wel zijn voldaan aan de voorwaarden van de WVA. Met name zijn te noemen de Vermindering lage lonen (SPAK [specifieke afdrachtskorting, red.]) en de vermindering langdurig werklozen (VLW), waaraan toetsloongrenzen zijn verbonden.
     De regeling schoonmaakdiensten particulieren stelt overigens zelf geen voorwaarden aan de beloning van de werknemer. De werkgever is uiteraard wel gehouden aan de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden, krachtens wetgeving en vigerende collectieve arbeidsovereenkomst.
     Het gerichte werkgelegenheidsdoel van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren rechtvaardigt in algemene zin ook de mogelijkheid van samenloop met arbeidsmarktmaatregelen mede gericht op versterking van het arbeidsaanbod. De regeling zelf kent hierop twee uitzonderingen, te weten een dienstbetrekking met een gemeente in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) of de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) (artikel 2, tweede lid). Deze dienstbetrekkingen worden al geheel gesubsidieerd en worden daarom hier niet in aanmerking genomen. In alle andere gevallen is samenloop met andere subsidieregelingen mogelijk, tenzij dat op grond van die andere regelingen is uitgesloten.
     Tevens wordt geen subsidie verstrekt indien de schoonmaakdiensten bestaan uit het verlenen van thuiszorg door thuiszorginstellingen (artikel 2, derde lid). Deze instellingen worden voor het leveren van thuiszorg gefinancierd via de Wet tarieven gezondheidszorg en de kosten van de thuiszorgvoorzieningen vallen onder de zorgvoorzieningen die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (of de Ziekenfondswet en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen) (grotendeels) aan de zorgbehoevende worden vergoed. De thuiszorg als omschreven in artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken Bijzondere Ziektekostenverzekering omvat hulp van huishoudelijke aard. Gelet op deze financiering via overheidsbijdragen is aanvullende subsidiëring door het Rijk aan de instelling als werkgever voor het laten verrichten van die thuiszorgwerkzaamheden niet aan de orde, ook al maakt die het mogelijk langdurig werklozen daarvoor in dienst te nemen.

 

Bedrijfseffecten die uitgaan van de regeling


     De directe effecten van de regeling blijven beperkt tot die bedrijven of instellingen die subsidie aanvragen. Op basis van een eerste tentatieve marktverkenning raamt OSB dit aantal structureel op een paar honderd ondernemingen/vestigingen. Dit is ruim 5% van het aantal werkgevers conform de definitie van de CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Het bereik van de regeling is mede afhankelijk van de mate waarin het daadwerkelijk lukt om de particuliere schoonmaakmarkt te ontginnen en de mogelijke stimulans die hiervan uitgaat op de verdere ontwikkeling van die markt.
     De subsidie van maximaal ƒ19 000,- per arbeidsovereenkomst per jaar is bedoeld om de loonkostenstructuur in het betreffende segment van de markt blijvend te veranderen. De subsidie maakt het voor een werkgever mogelijk een kostprijs te berekenen die concurrerend is met het informele circuit. De lasten die hier tegenover staan zijn terug te voeren tot administratieve verplichtingen die noodzakelijk zijn voor een correcte subsidieverstrekking, -verlening, -betaling en -vaststelling. OSB vervult een belangrijke rol in de uitvoering van de regeling en neemt de afzonderlijke subsidieontvangers het nodige werk uit handen.
     Gelet op de eerder beschreven tweeledige beleidsdoelstelling en de manier waarop daaraan uitwerking is gegeven, draagt de regeling zowel bij aan marktwerking als aan creatie van werkgelegenheid voor met name laagopgeleide werkzoekenden. Eveneens op basis van de marktverkenning van OSB wordt de marktverruiming geschat op een jaarlijks omzetvolume van structureel ƒ200 miljoen en het structurele aantal arbeidsjaren dat hiermee gemoeid is op 5000.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1. [Begripsomschrijvingen, red.]

     Uit onderdeel b volgt dat een werkgever niet voor subsidie in aanmerking komt als deze zelf geen consumentencontracten sluit waarop hij zijn werknemers schoonmaakwerk laat verrichten. Betrokken werknemers dienen onder toezicht of leiding van de werkgever te staan, waardoor er geen sprake kan zijn van ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het laten verrichten van schoonmaakwerk bij particulieren thuis.
     Voorts moet de werkgever als ondernemer zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hij moet het laten verrichten van schoonmaakwerk dus bedrijfsmatig uitvoeren. De regeling staat - met inachtneming van het voorgaande - ook open voor een werkgever die schoonmaakdiensten als nevenactiviteit aanbiedt. Uiteraard zijn ook dan alleen schoonmaakdiensten bij particulieren thuis subsidiabel. De formulering van het begrip werkgever sluit aan bij die van de CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf
     Volgens onderdeel d is een consumentencontract een schriftelijk contract dat de omvang en aard der schoonmaakwerkzaamheden beschrijft. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen, is bepaald dat het een gevarieerd pakket betreft en dus niet slechts één of enkele (gespecialiseerde) typen werkzaamheden. Alleen dan is er voldoende garantie op marktverruiming. Naast deze nadere bepaling van het schoonmaakwerk moet het contract ook aangeven over welke periode de werkzaamheden worden verricht en tegen welke prijs. Hierbij kan het overigens ook gaan om een opdracht tot eenmalig schoonmaken.
     De formulering van onderdeel d brengt voorts mee dat het gaat om schoonmaakwerk in en aan het huis van een particulier; de zogenoemde zakelijke dienstverlening wordt daarmee uitgesloten. Dienstverlening ten behoeve van bewoners van zorginstellingen en verzorgingshuizen wordt opgevat als zakelijke dienstverlening. Voorts voorkomt de formulering dat de werkgever een consumentencontract met zichzelf kan sluiten.

 

Artikelen 3 en 9. [Subsidieverlening; Indexering van bedragen, red.]

     Om daadwerkelijk te kunnen concurreren met de informele markt bepaalt het eerste lid dat de werkgever voor de uitgevoerde werkzaamheden op consumentencontracten niet meer mag vragen dan ƒ17,50 per uur, inclusief BTW. De maximering van de consumentenprijs beoogt bovendien te voorkomen dat duurdere (specialistische) diensten gesubsidieerd worden verricht. Dit zou verdringing van werkgelegenheid en verstoring van de concurrentieverhoudingen met zich kunnen brengen. Daarnaast draagt de maximering van de consumentenprijs ook bij aan de beleidsdoelstelling van inschakeling van met name laagopgeleide werkzoekenden.
     Het tweede lid regelt de subsidiemaatstaf. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal - voor subsidie in aanmerking komende - arbeidsuren uit de arbeidscontracten of het aantal gewerkte en gefactureerde uren op de consumentencontracten. Het laagste aantal van deze twee bepaalt de subsidiehoogte. Voor vergelijking van de twee grootheden wordt het aantal gewerkte uren op consumentencontracten vermenigvuldigd met 1,2. Op deze manier houdt de subsidie rekening met de arbeidsuren die de werkgever de consument niet in rekening kan brengen. Het betreft vakantie- en feestdagen en werktijd die nodig is voor overleg, begeleiding en opleiding. Bij de evaluatie van de regeling (zie toelichting bij artikel 8) vormt de omrekeningsfactor van 1,2 één van de aandachtspunten.
     Zowel het subsidiebedrag als de maximumconsumentenprijs zijn geïndexeerd conform artikel 9 van de regeling.

 

Artikel 5. [Gegevensverstrekking voor subsidieverlening en -betaling, red.]

     OSB geeft namens de minister op aanvraag de beschikking tot subsidieverlening af. Bij OSB komen immers ook de voor de subsidieverlening relevante gegevens binnen. Met de aanvraag geeft de werkgever aan voor subsidie in aanmerking te willen komen. Dit betekent dat OSB in eerste instantie toetst of de aanvrager werkgever is in de zin van deze regeling. De beschikking tot subsidieverlening houdt in dat de werkgever die in aanmerking wil komen voor subsidie aan de vereisten van deze regeling voldoet en voor subsidie in aanmerking komt voor het verrichten van de te subsidiëren activiteiten (het in dienst hebben van een werknemer als bedoeld in deze regeling en het zijn aangegaan van consumentencontracten). Voor de verhouding tussen de minister en OSB zijn de bepalingen over mandaat in de Awb van toepassing.
     OSB zorgt ervoor dat de feitelijke betaling tot stand zal komen zodra de werkgever de arbeidsovereenkomsten, VLW-verklaringen en consumentencontracten heeft verstrekt. Om geen lege beschikkingen te handhaven, is in het derde lid bepaald dat de werkgever als subsidieontvanger binnen drie maanden deze gegevens verstrekt.
     Gelet op de systematiek van vaststelling van het subsidiebedrag - gerelateerd aan onder meer de duur van de arbeidsovereenkomst - wordt in het algemeen de subsidie feitelijk verleend vanaf de datum van aanvang van de arbeidsovereenkomst en de consumentencontracten, echter niet eerder dan vanaf de datum waarop de beschikking is verleend (tweede lid).
     Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op de wijze als in deze regeling is bepaald (artikel 3 en 6). De minister betaalt de subsidie bij wijze van voorschot op declaratie (vierde lid).

 

Artikel 6. [Vaststelling subsidie, red.]

     In tegenstelling tot de Algemene Regeling SZW-subsidies schrijft artikel 6 in alle gevallen een verklaring van een accountant voor bij de gegevens die worden verstrekt voor de subsidievaststelling. De grens van een subsidiebedrag van boven ƒ100 000,- geldt niet. Dit gelet op het structurele karakter van de regeling. Uit die Algemene Regeling SZW-subsidies vloeit wel voort dat de subsidieontvanger ervoor zorg dient te dragen dat de accountant meewerkt aan onderzoeken die door of namens de minister worden ingesteld.

 

Artikel 8. [Toezichthouders en informatieverplichtingen, red.]

     Het eerste lid wijst de toezichthouders aan voor het toezicht op de naleving van de verplichtingen die aan de subsidieontvanger zijn opgelegd. Met de aanduiding van die personen - onder wie personen die werkzaam zijn bij de Accountantsdienst van het ministerie - wordt voldaan aan de aanwijzing als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies. Daarom is deze regeling ook op dat artikel gebaseerd. Deze personen hebben de bevoegdheden van toezichthouders als geregeld in afdeling 5.2 (artikel 5:11 en volgende) van de Awb. De toezichthouder mag bij de uitoefening van zijn bevoegdheden alle noodzakelijke inlichtingen vorderen en de subsidieontvanger is verplicht binnen redelijke termijn alle medewerking te verlenen. Tot de bevoegdheden horen ook het inzage vorderen in gegevens en bescheiden.
     Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op de verplichting informatie te verstrekken voor de evaluatie van en beleidsvorming rond de regeling. Dit betreft een specifieke informatieverplichting die daarom hier apart is geregeld.
     De Raad voor de Arbeidsverhoudingen in de Schoonmaakbranche (RAS) zal worden betrokken bij de evaluatie en de eventuele toekomstige bijstelling van de regeling naar aanleiding daarvan. Evaluatie zal plaatsvinden twee jaar nadat de regeling in werking is getreden.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x