Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

KLACHTENREGELING  CWI

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 9 KC)

 
 

17 december 2002, Stcrt. 2003, 2
Inwerkingtreding: 5 januari 2003

 

 

 

 
CWI 2002/005-1

     De Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen;
     Gelet op hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

     Besluit:

 

 

1.  Definities

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. CWI: een bestuursorgaan van de Centrale organisatie werk en inkomen als bedoeld in artikel 2 en hoofdstuk 4 van de wet;
c. een klacht: een schriftelijke of mondelinge uiting van ongenoegen over de wijze waarop CWI zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen.

 

 

2.  Indiening en behandeling van klachten

 

Art. 2. Indiening van klachten
-1. Een ieder heeft het recht om schriftelijk of mondeling een klacht in te dienen bij CWI over de wijze waarop CWI zich jegens hem of een ander heeft gedragen.
-2. Een gedraging van een persoon werkzaam onder de verantwoordelijkheid van CWI wordt aangemerkt als een gedraging van CWI.
-3. Een schriftelijk ingediende klacht wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht zich richt.
-4. Voor het indienen van schriftelijke klachten stelt CWI op een voor iedereen zichtbare, toegankelijke en bereikbare plaats een klachtenformulier beschikbaar.

 

Art. 3. Behandeling van klachten
-1. De behandeling van de klacht vindt plaats door de leidinggevende van de medewerker op wiens gedraging de klacht betrekking heeft.
-2. Klachten die betrekking hebben op een lid van de Raad van bestuur, een lid van de Raad van advies of een lid van een commissie als bedoeld in artikel 7 van de wet, worden behandeld door voorzitter van de Raad van bestuur, de Raad van advies respectievelijk de commissie.
-3. Zodra CWI naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoet gekomen, vervalt de verplichting tot verdere toepassing van paragraaf 3 en 4 van deze klachtenregeling.

 

Art. 4. Geen verplichting tot behandeling
-1. CWI is niet verplicht de klacht te behandelen als deze betrekking heeft op een gedraging:
a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van paragraaf 3 of 4 van de klachtenregeling is behandeld;
b. die langer dan n jaar vr indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;
c. waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden;
d. waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld;
e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is of onderworpen is geweest; of
f. zolang ter zake daarvan op bevel van de officier van justitie een opsporingsonderzoek of een vervolging gaande is of als de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit ter zake waarvan op bevel van de officier van justitie een opsporingsonderzoek of een vervolging gaande is.
-2. CWI is niet verplicht de klacht te behandelen als het belang van de klager of het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is.
-3. Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis gesteld.

 

 

3.  Procedure mondeling ingediende klachten

 

Art. 5. Mondelinge klacht
-1. Een mondeling ingediende klacht wordt mondeling behandeld.
-2. Als CWI niet naar tevredenheid van de klager aan diens mondelinge klacht is tegemoet gekomen, biedt CWI klager de mogelijkheid zijn klacht schriftelijk toe te lichten. De artikelen 8 en 9 van deze klachtenregeling zijn vervolgens van overeenkomstige toepassing op mondeling ingediende klachten.

 

 

4.  Procedure schriftelijk ingediende klachten

 

Art. 6. Ontvangstbevestiging
-1. CWI zendt binnen vijf werkdagen na ontvangst van de klacht een ontvangstbevestiging aan de klager.
-2. De ontvangstbevestiging bevat ten minste een beschrijving van de procedure en de te verwachten behandelingsduur van de klacht.
-3. Degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, ontvangt een afschrift van de klacht, de ontvangstbevestiging en van de daarbij behorende stukken.

 

Art. 7. Horen klager en beklaagde
-1. CWI stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord.
-2. CWI kan de toepassing van het eerste lid achterwege laten als de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om gehoord te worden of als de klacht kennelijk ongegrond is.
-3. CWI maakt van het horen een verslag.

 

Art. 8. Termijn van behandeling
-1. CWI handelt een klacht binnen zes weken na ontvangst af.
-2. CWI kan wegens bijzondere omstandigheden de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen.
-3. CWI doet van de verdaging schriftelijk mededeling aan de klager en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, onder vermelding van de reden van verdaging en de nieuwe termijn waarbinnen de afhandeling van de klacht naar verwachting zal kunnen plaatsvinden.

 

Art. 9. Kennisgeving, registratie en publicatie
-1. CWI stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht en van de eventuele conclusies die hij daaraan verbindt.
-2. In de kennisgeving, bedoeld in het voorgaande lid, wijst CWI de klager op de mogelijkheid om binnen n jaar na de datum van klachtafhandeling een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman.
-3. CWI draagt zorg voor registratie van de bij hem ingediende schriftelijke klachten.
-4. CWI publiceert jaarlijks de geregistreerde klachten.

 

 

5.  Slotbepalingen

 

Art. 10. Slotbepalingen
De Klachtenregeling CWI van 5 februari 2002 wordt ingetrokken.

 

Art. 11. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

Art. 12. Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als: Klachtenregeling CWI.

 

 

Amsterdam, 17 december 2002.
Centrale organisatie werk en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad van bestuur
.

 

 

 

TOELICHTING
[17 december 2002]

 

     Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat minimumeisen waaraan bestuursorganen bij de behandeling van klachten moeten voldoen. Onder een bestuursorgaan verstaat de Awb onder andere een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld (artikel 1:1 Awb). Bestuursorganen zijn verplicht klachten overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Awb te behandelen, maar kunnen ook een eigen klachtenregeling in het leven roepen, mits deze voldoet aan de in de Awb bedoelde minimumeisen. Bestuursorganen van CWI zijn de Raad van bestuur, de Raad van advies en de eventuele door CWI ingestelde commissies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. Waar in de klachtenregeling CWI wordt gesproken van CWI, wordt bedoeld een bestuursorgaan van de Centrale organisatie werk en inkomen als bedoeld in artikel 2 en hoofdstuk 4 van de Wet SUWI.
     Een klacht moet volgens de omschrijving in artikel 1 van de Klachtenregeling CWI betrekking hebben op de manier waarop CWI zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen. Algemene klachten over beleid of beleidsuitvoering in het algemeen vallen dus buiten het bereik van deze regeling. Gedragingen van personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van CWI worden aangemerkt als gedragingen van CWI (artikel 2, tweede lid).
     Klachten kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend, maar in beide gevallen geldt de algemene regel dat CWI moet zorgen voor een zorgvuldige afdoening. Wat een zorgvuldige afdoening precies inhoudt, kan van geval tot geval verschillen. Bij een mondeling of telefonisch ingediende klacht kan het geven van opheldering of het aanbieden van verontschuldigingen vaak een goede reactie zijn, maar ook bij schriftelijk ingediende klachten kan een snelle en informele wijze van behandelen resultaat hebben. Zodra CWI naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoet gekomen, vervalt de verplichting tot verdere afhandeling (artikel 3, derde lid).
     Artikel 4 somt een aantal gevallen op waarin CWI de klacht niet in behandeling hoeft te nemen. Zo zal onderzoek naar feiten en omstandigheden met betrekking tot gedragingen die lang geleden hebben plaatsgevonden lastiger uitvoerbaar zijn dan naar gedragingen van meer recente datum. Van de klager wordt daarom verwacht dat hij niet te lang wacht met het indienen van zijn klacht. CWI mag een klacht ook buiten behandeling laten als het belang van de klager of het gewicht van de gedraging te gering is. Uiteraard mag CWI niet lichtvaardig besluiten om op die gronden van de behandeling van de klacht af te zien. Zou dat in een enkel geval wel gebeuren, dan kan de klager zich tot de Nationale ombudsman wenden.
     De wetgever heeft van het stellen van procedureregels voor mondeling ingediende klachten afgezien, omdat de praktijk bij verschillende bestuursorganen nogal kan verschillen. Met betrekking tot mondelinge ingediende klachten kan het bestuursorgaan dus kiezen voor een eenvoudige maar wel zorgvuldige afdoening (artikel 5). Als de klager het echter niet eens is met deze reactie van CWI, zal CWI schriftelijk en gemotiveerd een oordeel uitspreken over zijn klacht. Daarbij wordt klager eerst nog in de gelegenheid gesteld zijn klacht schriftelijk toe te lichten.
     Alleen voor schriftelijk ingediende klachten schrijft de Awb nadere regels voor. In paragraaf 4 van de Klachtenregeling is voor schriftelijke klachten die aan de in artikel 2, derde lid, opgenomen eisen voldoen de procedure geregeld.
     Een belangrijk vereiste voor een behoorlijke klachtbehandeling is dat CWI de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk bevestigt (artikel 6). Het tijdstip van de ontvangst van de klacht is immers ook van belang voor de termijn van behandeling (artikel 8).
     Omdat niet iedereen even goed in staat is zijn gedachten schriftelijk te formuleren, is in artikel 7 een hoorplicht opgenomen. Klager moet de gelegenheid krijgen zijn zienswijze mondeling bij CWI naar voren te brengen. Het horen van beide partijen geeft aan hen de gelegenheid informatie en inzichten uit te wisselen en gezamenlijk naar een oplossing te zoeken, waardoor het vertrouwen van de klager in CWI kan worden versterkt of hersteld.
     Klager moet de zekerheid hebben dat zijn klacht vlot wordt afgehandeld. Daarom is in artikel 8 een termijn opgenomen waarbinnen de klacht moet zijn afgehandeld. Het tijdstip waarop CWI de klacht heeft ontvangen, is daarbij bepalend. Ook als deze termijn wordt overschreden, blijft CWI verplicht de klacht af te handelen. Voor bijzondere gevallen - bijvoorbeeld in gecompliceerde zaken - kan de afhandeling ten hoogste vier weken worden verdaagd onder de verplichting daarvan schriftelijk mededeling te doen.
     Artikel 9 verplicht CWI om na het einde van het onderzoek de klager schriftelijk haar bevindingen en eventuele conclusies mee te delen. Onder de bevindingen wordt verstaan een weergave van de feiten die tijdens het klachtonderzoek zijn komen vast staan. Op grond van deze bevindingen zal het bestuursorgaan zich een oordeel vormen over de gang van zaken en daaraan wellicht conclusies verbinden.
     De klachtenregeling van 5 februari 2002 bleek op onderdelen onbedoeld niet aan te sluiten bij de letterlijke teksten uit de Awb. Dit werkte door in meerdere artikelen en kon discussie oproepen over de te volgen handelwijzen. Daarnaast is de wijze van mondelinge afdoening in de regeling verder uitgewerkt dan in de voorgaande. Hiermee is gegarandeerd dat mondelinge indiening van een klacht en kenbare ontevredenheid over de afdoening moet resulteren in een schriftelijke reactie.
     Om bovengenoemde redenen is besloten de gehele regeling nogmaals integraal vast te laten stellen.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x