BESLUIT van 1 november 1983, Stb. 1983, 571, tot vaststelling van regelen ten aanzien van de bezoldiging van burgerlijke rijksambtenaren. Inwerkingtreding: 1 januari 1984 (Stb. 1983, 572).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 25 mei 1983, nr. AB83/U577, Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, Directie Overheidspersoneelszaken, Hoofdafdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden;
     Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 1929, 530);
     De Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 1983, nr. W04.83.0323(11.3.30));
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 21 oktober 1983, nr. AB83/1452, Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, Directie Overheidspersoneelszaken, Hoofdafdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).