[Regeling van 16 december 2004, Stcrt. 2004, 250. Inwerkingtreding: 1 januari 2005]

 

16 december 2004/nr. HDJZ/SCH/2004-3051
Hoofddirectie Juridische Zaken

     De Minister van Verkeer en Waterstaat;
     Gelet op artikel 16, eerste en tweede lid, van Richtlijn nr. 95/21/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995, betreffende havenstaatcontrole (PbEG L 157), de artikelen 12, derde lid, 12a, tweede lid, 12b, eerste lid, 12c, derde lid, 26, derde lid, en 26a, tweede lid, van de Binnenschepenwet, artikel 5, derde lid, van de Loodsenwet, de artikelen 4, tweede lid, 17, eerste lid, en 21, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, artikel 14, derde lid, van de Wet havenstaatcontrole, de artikelen 2, derde lid, en 10 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, artikel 9 van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, artikel 311a, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel, artikel 56 van de Wet vervoer binnenvaart, artikel 49, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de artikelen 6, derde lid, en 6a, derde lid, van de Zeebrievenwet, artikel 37, derde lid, van de Maatregel te boek gestelde schepen 1992, artikel 62, aanhef en onder c, d, h en j, van de Zeevaartbemanningswet, artikel 3 van het Besluit aangroeiwerende verfsystemen zeeschepen, de artikelen 15 en 18 van het Binnenschepenbesluit, artikel 2 van het Besluit van 28 februari 1976 ter uitvoering van artikel 29 van de Wet aansprakelijkheid olietankschepen (Stb. 1976, 137), de artikelen 4, tweede lid, en 5, tweede tot en met zesde lid, van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen, artikel 11, derde lid, van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen en artikel 3.07 van het Reglement Rijnpatenten 1998;

     Besluit:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).