BESLUIT van 4 september 1969, Stb. 1969, 405, tot uitvoering van de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 29, 30, tweede lid, 31 en 32 van de Kernenergiewet. Inwerkingtreding: 1 januari 1970 (Stb. 1969, 514).

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Verkeer en Waterstaat van 23 augustus 1968, nr. 668/639 W.J.A., de Centrale Raad voor de Kernenergie gehoord;
     Gelet op de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 26, 29, 30, tweede lid, 31, 32 en 35 van de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82);
     De Raad van State gehoord (advies van 25 september 1968, nr. 88);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Verkeer en Waterstaat van 3 september 1969, nr. 669/585 W.J.A.;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).