BESLUIT van 22 maart 1994, Stb. 1994, 242, houdende regels betreffende de rechtspositie van staten- en commissieleden. Inwerkingtreding: 8 april 1994.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 4 oktober 1993, nr. BW93/U2068, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, gedaan mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
     Gelet op de artikelen 93 en 94 van de Provinciewet;
     De Raad van State gehoord (advies van 8 februari 1994, nr. W04.93.0653.);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 18 maart 1994, nr. BW94/275, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, uitgebracht mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).