BESLUIT van 5 augustus 1965, Stb. 1965, 367, tot uitvoering van de artikelen 3, 4bis, 5, 9, 17, 66 en 73 van de Schepenwet. Inwerkingtreding: 26 mei 1965 (Trb. 1965, 128).

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 mei 1965, nr. 30.505 J, Directoraat-Generaal van Scheepvaart;
     Gelet op de artikelen 3, 4bis, 5, 9, 17, 66 en 73 van de Schepenwet;
     Gezien de bepalingen van het vanwege Ons op 17 juni 1960 te Londen ondertekende Internationaal verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1960;
     De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 9 juni 1965, nr. 28);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 juli 1965, nr. 31.032 J, Directoraat-Generaal van Scheepvaart;
     De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).