BESLUIT van 1 augustus 1959, Stb. 1959, 288, houdende regelen betreffende de samenstelling, benoeming, werkwijze en bevoegdheid der commissies, bedoeld in artikel 6 van de Wet van 10 juli 1952 ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden (Stb. 1952, 407). Inwerkingtreding: 23 augustus 1959.

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie van 28 april 1959, nr. 872 W.J.A.;
     Gelet op artikel 6, vierde lid, van de wet van 10 juli 1952 ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden (Stb. 1952, 407);
     De Raad van State gehoord (advies van 16 juni 1959, nr. 33);
     Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken van 28 juli 1959, nr. 1849 W.J.A.;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).