BESLUIT van 17 juni 1994, Stb. 1994, 508, houdende regels ter uitvoering van artikel 311a, tweede lid, van het Wetboek van Koophandel. Inwerkingtreding: 1 augustus 1994 (Stb. 1994, 507).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 4 maart 1994, nr. J 30.273/94, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Justitie en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Gelet op artikel 311a, tweede lid, van het Wetboek van Koophandel en artikel 231 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
     De Raad van State gehoord (advies van 5 april 1994, nr. W09.94.0123);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 juni 1994, nr. J 30.696/94, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).