BESLUIT van 6 oktober 1984, Stb. 1984, 470, tot uitvoering van de artikelen 3, 4, 10a, derde en vierde lid juncto eerste lid, 11 en 28 van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (Stb. 1982, 494). Inwerkingtreding: 1 november 1984.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 maart 1984, nr. MJZ 2834011, Centrale Directie Juridische Zaken;
     Gelet op de artikelen 3, 4, 10a, derde en vierde lid juncto eerste lid, 11 en 28 van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (Stb. 1982, 494) en artikel III van de Wet van 2 juni 1982, houdende wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid zweminrichtingen (Stb. 1982, 493);
     De Raad van State gehoord (advies van 28 augustus 1984, nr. W08.84.0163/12.4.34);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 5 oktober 1984, Centrale Directie Juridische Zaken, nr. MJZ-0504033;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).