BESLUIT van 10 mei 1995, Stb. 1995, 264, houdende nadere regels met betrekking tot de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau. Inwerkingtreding: 1 augustus 1995.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 10 maart 1994, Directoraat-Generaal Openbaar Bestuur;
     Gelet op artikel 14 van de Wet van 29 september 1815, houdende instelling van de Orde van de Nederlandse Leeuw (Stb. 1994, 352) en artikel 13 van de Wet van 4 april 1892, houdende instelling van de Orde van Oranje-Nassau (Stb. 1994, 351);
     Gezien het advies van het Kapittel voor de civiele orden;
     De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 13 april 1995, nr. W04.95.0151/K);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 8 mei 1995, Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;
     De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).