BESLUIT van 7 juni 2002, Stb. 2002, 369, houdende bepalingen met betrekking tot voorzieningen voor ministers en staatssecretarissen (Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen). Inwerkingtreding: 17 juli 2002.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 maart 2002, directoraat-generaal Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. CW02/U61907;
     Gelet op artikel 2, tweede en derde lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen;
     De Raad van State gehoord (advies van 12 april 2002, nr. W04.02.0121/I);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 mei 2002, directoraat-generaal Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. CW02/U73895;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).