BESLUIT van 5 december 2001, Stb. 2001, 612, tot vaststelling van de zomertijd. Inwerkingtreding: 19 december 2001.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 oktober 2001, kenmerk BW2001/U88324, directoraat-generaal Openbaar Bestuur;
     Gelet op de Richtlijn nr. 2000/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 januari 2001 inzake de bepalingen op het gebied van de zomertijd (PbEG 2001, L 31/21), alsmede artikel 1, tweede lid, van de Wet van 16 juli 1958 tot nadere regeling van de wettelijke tijd (Stb. 1958, 352);
     De Raad van State gehoord (advies van 8 november 2001 W04.01.0529/I);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 november 2001, kenmerk BW2001/95508;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).