[Regeling van 23 februari 2010, Stcrt. 2010, 4615 (niet opgenomen vanwege te grote bestandsomvang). Inwerkingtreding: 1 juli 2010]

 

REGELING van de Minister van Economische Zaken van 23 februari 2010, nr. WJZ/9230923, houdende regels voor een systeem van informatie-uitwisseling ter voorkoming van graafschade (Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten)

     De Minister van Economische Zaken;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Gelet op de artikelen 18, tweede lid, 21, vierde lid, en 49, tweede lid, van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten, alsmede de artikelen 3, derde lid, 4, tweede en vierde lid, en 5, eerste lid en derde tot en met zevende lid, van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten;

     Besluit:

 

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Deelname aan informatie-uitwisseling

Artikel 2

  • 1 Voor de aanmelding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit gebruikt de beheerder, de grondroerder, de opdrachtgever of het bestuursorgaan een daarvoor door de Dienst vastgesteld formulier.

  • 2 In het geval van een aanmelding van een beheerder, opdrachtgever, grondroerder of bestuursorgaan verstrekt deze:

    • a. betreffende de organisatie: het nummer van inschrijving in het handelsregister;

    • b. betreffende de persoon die is belast met de taak van informatie-uitwisseling op grond van de wet: een kopie van zijn identiteitsbewijs, zijn handtekening, zijn burgerservicenummer en, voor zover zijn bevoegdheid niet blijkt uit een openbaar register, een kopie van de machtiging om namens de organisatie aan de informatie-uitwisseling op grond van de wet deel te nemen.

  • 3 Indien een onderneming als bedoeld in het tweede lid niet in Nederland is gevestigd of in Nederland vertegenwoordigd is door een gevolmachtigde handelsagent, verstrekt de onderneming in afwijking van onderdeel a van het tweede lid de naam, het bezoekadres, en, in voorkomend geval, het nummer waaronder de onderneming in een buitenlands register is ingeschreven, de naam van dat register en de plaats en het land waar het register wordt gehouden.

  • 4 Indien de in het tweede lid bedoelde persoon niet beschikt over een burgerservicenummer, verstrekt hij in plaats hiervan zijn persoonsgegevens.

  • 5 Na vaststelling dat de vereiste gegevens en bescheiden zijn overgelegd, kent de Dienst aan de beheerder, de grondroerder, de opdrachtgever of het bestuursorgaan een code toe ten behoeve van de deelname door de in het tweede lid bedoelde persoon aan de informatie-uitwisseling op grond van de wet.

  • 6 De aangemelde organisatie informeert de Dienst onverwijld met gebruikmaking van een daarvoor door de Dienst vastgesteld formulier over een wijziging van de bij de aanmelding verstrekte gegevens.

Artikel 3

  • 1 Degene die anders dan in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding doet door tussenkomst van de Dienst:

    • a. verstrekt hierbij aan de Dienst een kopie van zijn identiteitsbewijs, zijn handtekening en zijn burgerservicenummer, of , indien hij niet beschikt over een burgerservicenummer, zijn persoonsgegevens ; of

    • b. identificeert zich op een andere wijze ten genoege van de Dienst.

  • 2 Indien in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gedaan door tussenkomst van de Dienst en de betrokkene niet over een code beschikt op grond van artikel 2, is artikel 2, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Indien het oriëntatieverzoek of de graafmelding wordt gedaan door een bestuursorgaan dat niet op grond van artikel 2 over een code beschikt, is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:

    • a. een net dat een aansluiting heeft ten behoeve van derden, niet zijnde ondernemingen die deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarvan ook de beheerder deel uitmaakt;

    • b. een net met een gevaarlijke inhoud of een net met de functie gas hoge druk, petrochemie, chemie, landelijk hoogspanningsnet, hoogspanning of warmte, zoals omschreven in het IMKL, onderdeel 6.4.21.

Artikel 4a

Van de verplichtingen van de artikelen 6, tweede lid, en 10, eerste lid, van de wet is de beheerder van het openbaar riool vrijgesteld voor het deel van dat net dat dient voor de afvoer van afvalwater vanaf de openbare weg naar het hoofdriool.

§ 3. Vereisten aan de informatieverstrekking

Artikel 5

  • 1 De Dienst verstrekt bij de ontvangstbevestiging aan degene die een oriëntatieverzoek of een graafmelding heeft gedaan een overzicht van de beheerders aan wie het desbetreffende graafbericht is gezonden.

  • 2 Bij het doen van een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gebruik gemaakt van de daarvoor door de Dienst vastgestelde formulieren.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op graafmeldingen die overeenkomstig artikel 12 van de wet gezamenlijk worden gedaan door tussenkomst van de minister. In deze gevallen verstrekt de minister het overzicht van de beheerders aan wie het graafbericht is gezonden, bij de verstrekking van de gebiedsinformatie.

Artikel 6

  • 1 De verstrekking van liggingsgegevens vindt plaats met een schaalgrootte van 1: 500.

  • 2 De weergave van liggingsgegevens, met inbegrip van markeringen en afzonderlijke elementen van het net vindt plaats overeenkomstig het IMKL.

  • 3 Bij de aanduiding van de functie van een net wordt gebruik gemaakt van de functie-indeling, opgenomen in het IMKL, onderdeel 6.4.21.

  • 4 Vermelding van het aantal netten als bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder b, van het besluit is niet vereist ten aanzien van netten die deel uitmaken van een stervormig aangelegd aansluitnetwerk indien deze netten telkens op een afstand van ten hoogste een meter zijn samengebonden.

  • 5 Bij het verstrekken van beheerdersinformatie geeft de beheerder toepassing aan het BMKL.

  • 6 Indien de beheerder bij de verstrekking van beheerdersinformatie andere gegevens verstrekt dan waartoe hij op grond van artikel 10 van de wet is gehouden, geeft hij hierbij toepassing aan het IMKL en het BMKL.

Artikel 7

De Dienst voegt ten behoeve van de verstrekking van de gebiedsinformatie aan de ontvangen beheerdersinformatie een kaart als ondergrond toe waarvoor de Grootschalige Basiskaart Nederland wordt gebruikt.

Artikel 7a

Voor het geval graafmeldingen overeenkomstig artikel 12 van de wet gezamenlijk worden gedaan door tussenkomst van de minister, wordt vrijstelling verleend van de verplichtingen ten aanzien van de termijnen, bepaald in de artikelen 8, eerste lid, 9, 10, eerste lid, en 11, eerste lid, van de wet.

§ 4. Rapportage schadegevallen

Artikel 8

De beheerder rapporteert langs elektronische weg over het aantal schadegevallen met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen bij deze regeling als bijlage 3.

§ 5. Netten met afwijkende ligging en onbekende netten

Artikel 9

  • 1 De melding, bedoeld in artikel 17, eerste lid, en artikel 18, eerste lid, van de wet, wordt gedaan via het elektronische informatiesysteem of langs elektronische weg met gebruikmaking van een daarvoor door de Dienst vastgesteld formulier en door weergave van de ligging en kenmerken van het desbetreffende gedeelte van het net op het hiertoe door de Dienst verstrekte kaartmateriaal.

Artikel 10

De Dienst zendt het bericht omtrent een onbekend net, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, mede aan de gemeente in wier grondgebied het onbekende net is aangetroffen.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2010.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 23 februari 2010.
De Minister van Economische Zaken,
M.J.A. van der Hoeven
.

 

 

Bijlagen niet opgenomen