BESLUIT van 6 april 1995, Stb. 1995, 236, houdende vaststelling van regels over de rechtspositie van de vrijwillige ambtenaren van politie. Inwerkingtreding: 30 juni 1995 (Stb. 1995, 334).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 13 februari 1995, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA94/1434;
     Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993;
     De Raad van State gehoord (advies van 6 maart 1995, nr. W04.95.0071);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 29 maart 1995, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA95/U741;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).