Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir)

 

UITVOERINGSREGELING  ALGEMENE  WET  INKOMENSAFHANKELIJKE  REGELINGEN

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
     De Staatssecretaris van FinanciŽn;
     Handelende wat artikel 6, tweede en derde lid, betreft, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en wat artikel 47 betreft, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Gelet op de artikelen 6, tweede en derde lid, 8, zevende lid, 17, tweede lid, 25, tweede lid, 31, tweede lid, en 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

     Besluit:

 

 

Artikel 1. Reikwijdte

Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, tweede en derde lid, 8, zesde lid, 17, tweede lid, 21a, 25, tweede lid, 31 en 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel 2. Definities

Deze regeling verstaat onder wet: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel 3. Gelijkstelling met basisregistratie personen

1. Iemand die niet in Nederland woont, wordt geacht op zijn woonadres te zijn ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland, indien:

a. hij vanwege zijn functie of vanwege de functie van een van de tot zijn huishouden behorende personen niet kan of niet hoeft te worden ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland;

b. blijkt dat hij niet woont op het adres waarop hij is ingeschreven in de bevolkingsregistratie in zijn woonland;

c. zijn woonland geen of geen naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie voert.

2. Iemand die in de basisregistratie personen niet op zijn woonadres is ingeschreven, wordt geacht daarin wel op dat adres te zijn ingeschreven, indien:

a. hij een vreemdeling is als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet;

b. hij of een tot zijn huishouden behorende persoon op grond van artikel 21, eerste lid, van het Besluit basisregistratie personen in verband met zijn bijzondere verblijfsrechtelijke status niet in aanmerking komt voor inschrijving, met dien verstande dat voor degenen die zijn opgenomen in de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevoerde Protocollaire Basisadministratie, het in deze administratie opgenomen woonadres geldt;

c. blijkt dat sprake is van een onjuiste inschrijving in de basisregistratie personen voor de periode tot aan de datum van adreswijziging, bedoeld in artikel 2.20, derde lid, van de Wet basisregistratie personen;

d. hij zich binnen 5 dagen na de aanvang van zijn verblijf op zijn woonadres heeft laten inschrijven in de basisregistratie personen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 5. Melding wijziging omstandigheden

1. Indien een voorschot op de tegemoetkoming is verleend en zich in het berekeningsjaar een wijziging van de omstandigheden voordoet waarmee bij het verlenen van het voorschot geen rekening is gehouden en die leidt tot beŽindiging dan wel verlaging van de tegemoetkoming doet de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner daarvan binnen vier weken schriftelijk dan wel elektronisch mededeling aan de Belastingdienst/Toeslagen.

2. De wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

a. het aangaan of het beŽindigen van het partnerschap;

b. een verhoging van het geschatte toetsingsinkomen die leidt tot een verlaging van de tegemoetkoming over het berekeningsjaar van meer dan Ä 100;

c. een verhuizing van de belanghebbende, diens partner of een medebewoner naar of vanaf een buiten Nederland gelegen woonadres dan wel tussen twee buiten Nederland gelegen woonadressen.

3. Indien er een voorschot huurtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt:

a. een wijziging in de huurprijs;

b. het aangaan van of het beŽindigen van een huurcontract, waaronder begrepen een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, onder 2į, van de wet;

c. een verandering van verhuurder;

d. een verhoging van het geschatte vermogen van de belanghebbende, diens partner of een medebewoner waardoor over het berekeningsjaar vermoedelijk voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking zal worden genomen;

e. de komst of het vertrek van een medebewoner.

4. Indien er een voorschot zorgtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt de beŽindiging van de zorgverzekering of een opschorting van die verzekering als bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet.

5. Indien er een voorschot kinderopvangtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt:

a. een wijziging in het aantal uren genoten kinderopvang door een kind van de belanghebbende of van zijn partner;

b. een wijziging in het soort genoten kinderopvang door een kind van de belanghebbende of van zijn partner;

c. een wijziging van het geregistreerde kindercentrum of geregistreerde gastouderbureau;

d. een wijziging in de uurprijs;

e. een wijziging van de tegemoetkoming van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 1.22 onderscheidenlijk artikel 1.29 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

6. In afwijking in zoverre van het eerste lid kan van een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, alsmede van wijzigingen die leiden tot een beŽindiging van het voorschot op de tegemoetkoming ook telefonisch dan wel anderszins mondeling mededeling worden gedaan aan de Belastingdienst/Toeslagen.

Artikel 5a. Herziening in het voordeel van belanghebbende

De Belastingdienst/Toeslagen herziet in het voordeel van de belanghebbende een toegekende of herziene tegemoetkoming die onherroepelijk is geworden zodra de Belastingdienst/Toeslagen is gebleken dat die tegemoetkoming op een te laag bedrag is vastgesteld, tenzij:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Awir | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x