Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Arbeidstijdenwet (Atw)

 

ARBEIDSTIJDENBESLUIT  (Atb)

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 4 december 1995, houdende nadere regels inzake de arbeids- en rusttijden

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juli 1995, AV/RV/95/1620;
     Gelet op de Richtlijnen van de Raad van de Europese Unie van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PbEG 1993, L 307) en van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk (PbEG 1994, L 216);
     Gelet op de artikelen 2:1, eerste lid, 2:7, eerste lid, 4:3, tweede en vierde lid, en 5:12, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet;
     De Raad van State gehoord (advies van 4 september 1995, nr. W12.95 0352);
     Gezien het nader rapport van voornoemde minister van 28 november 1995, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/95/1377;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Begrip alternatieve sanctie

Artikel 1:1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

– aanwezigheidsdienst: een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, verplicht is op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten;

– bereikbaarheidsdienst: een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, verplicht is om bereikbaar te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten;

– jeugdzorg: jeugdzorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg die gepaard gaat met verblijf als bedoeld in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg, voor zover daarin personen plegen te worden verzorgd uit andere hoofde dan wegens hun geestelijke of lichamelijke gesteldheid;

– mijnbouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder n, van de Mijnbouwwet;

– verpleging en verzorging: de verpleging, de verzorging, de begeleiding, de medische behandeling of het medisch onderzoek van personen in verband met hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid dan wel hun gevorderde leeftijd;

– vrijwillige brandweer: een werknemer van 18 jaar of ouder die zich als vrijwilliger beschikbaar heeft gesteld voor de brandweer en als zodanig door het bestuur van de veiligheidsregio of het college van burgemeester en wethouders is aangesteld en werkzaam is;

– wet: de Arbeidstijdenwet.

Overige begrippen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 1:2 [Vervallen per 01-04-2007]

Gelijkstelling rusttijd [Vervallen per 01-06-2006]

Artikel 1:3 [Vervallen per 01-06-2006]

Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied van de wet

§ 2.1. Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet

Leidinggevenden en hoger personeel

Artikel 2.1:1

1.De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder:

a. wiens jaarlijks in geld vastgesteld loon ten minste 3 maal het bedrag, vastgesteld overeenkomstig het derde lid, bedraagt, of

b. die namens de werkgever uitsluitend of in hoofdzaak leiding geeft aan werknemers die voor die werkgever arbeid verrichten op een mijnbouwwerk.

2.Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op de werknemer die:

a. arbeid verricht op of vanaf een mijnbouwwerk;

b. arbeid pleegt te verrichten in nachtdienst, of

c. arbeid verricht waaraan of in rechtstreeks verband waarmee ernstige gevaren voor de veiligheid of de gezondheid van personen zijn verbonden.

3.De hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:

a. het twaalfvoud van de uitbetalingstermijn van een maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag, dat overeenkomstig artikel 14, eerste en zesde lid, van die wet, is vastgesteld op 1 januari van het desbetreffende jaar,

b. verhoogd met het op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag voorgeschreven percentage vakantiebijslag,

c. afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van € 50, waarbij het restbedrag van € 25 wordt afgerond naar boven.

Bij een werknemer die in deeltijd werkt wordt het bedrag naar rato van zijn deeltijdfactor toegepast.

4.Van het bedrag, bedoeld in het derde lid, wordt door Onze Minister jaarlijks mededeling gedaan in de Staatscourant.

Vrijwilligers, vrijwillige brandweer, sport, wetenschappelijk onderzoek, gezinshuisouder, podiumkunstenaars, medisch specialisten en school- en vakantiekampen

Artikel 2.1:2

1.De artikelen 4:1, 4:2 en 4:3, hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 16 jaar of ouder, die vrijwilliger is als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Voor zover de werknemer, bedoeld in de eerste zin, een jeugdige werknemer is, verricht hij geen arbeid tussen 23.00 uur en 06.00 uur.

2.De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de vrijwillige brandweer, voor zover deze arbeid het repressief optreden bij brand of ongeval betreft en die arbeid voortvloeit uit een oproep, waaraan die werknemer niet verplicht is gehoor te geven.

3.De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die:

a. uitsluitend of in hoofdzaak door middel van het beoefenen van sport in zijn levensonderhoud voorziet;

b. wetenschappelijk onderzoek verricht, voor zover de aard van dit onderzoek of de in het onderzoek toe te passen processen dit noodzakelijk maken;

c. uitsluitend werkzaamheden verricht als gezinshuisouder in het kader van:

1°. jeugdzorg met verblijf als bedoeld in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg gedurende het etmaal, of

2°. verpleging of verzorging;

d. uitsluitend of in hoofdzaak als acteur, artiest of musicus in zijn levensonderhoud voorziet;

e. werkzaam is als medisch specialist, als huisarts, als verpleeghuisarts of als sociaal geneeskundige en als zodanig staat geregistreerd in één van de registers van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, dan wel als tandheelkundig specialist en als zodanig staat ingeschreven in het specialistenregister van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, of

f. gedurende de daarvoor benodigde tijd werkzaam is als leider of begeleider van leerlingen onderscheidenlijk personen tijdens schoolkampen of -reizen onderscheidenlijk vakantiedagen of -kampen, welke in het kader van de onderwijsinstelling, een accommodatie waarin verblijf als bedoeld in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg wordt geboden, of een inrichting voor verpleging of verzorging worden georganiseerd en welke arbeid buiten die instelling, accommodatie, onderscheidenlijk inrichting wordt verricht.

Dienst Koninklijk Huis

Artikel 2.1:3

Paragraaf 5.2 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in dienst van de Dienst Koninklijk Huis, tenzij bijzondere omstandigheden om redenen van veiligheid en privacy samenhangend met de leden van het Koninklijk Huis de toepassing van die paragraaf en de daarop berustende bepalingen belemmeren.

Handelsondernemingen en kantoren

Artikel 2.1:4

1.Artikel 5:5, tweede lid, onder b, van de wet, is niet van toepassing op arbeid verricht door werknemers in handelsondernemingen en kantoren.

2.Het eerste lid blijft buiten toepassing indien

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Arbeidstijdenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x