Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen

 

REGELING  GEWELDSINSTRUCTIE  JUSTITIňLE  JEUGDINRICHTINGEN

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
     De Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 40, vierde lid, van de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen;
     Gezien het advies van het College van advies voor de justitiŽle kinderbescherming van 30 mei 2000, kenmerk 5032390/C/TH/JMO;

     Besluit:

 

 

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen;

b. eenheid:

een eenheid bij de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening van de Dienst JustitiŽle Inrichtingen;

c. meerdere:

de medewerker van de eenheid die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel geeft over de taakuitvoering;

d. geweld:

elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken;

e. aanwenden van geweld:

het gebruiken van geweld of het dreigen met geweld, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen;

f. vrijheidsbeperkende middelen:

1. een broekstok;

2. middelen als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen.

g. geweldsmiddel:

1. de semi-automatische uitvoering van het merk Heckler en Koch MP 5, type A2 en type A3, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

2. een semi-automatisch pistool van het merk Walther P5, kaliber 9 maal 19 millimeter of Walther P99Q van hetzelfde kaliber;

3. een korte of lange wapenstok van een door de Minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurd merk en type;

4. CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen van een door de Minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurd merk en type;

5. pepperspray van een door de Minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurd merk en type.

h. het gebruik van een vuurwapen:

het trekken, het uit voorzorg ter hand nemen, het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.

Paragraaf 2. Aanwenden geweldsmiddelen en vrijheidsbeperkende middelen door personeelsleden of medewerkers

Artikel 2

Een personeelslid of medewerker kan ten aanzien van een jeugdige, ten behoeve van het vervoer of interne overplaatsing, een broekstok of handboeien aanleggen.

Artikel 3

Het is een personeelslid of medewerker niet toegestaan de in artikel 1, onder g, genoemde geweldsmiddelen aan te wenden.

Artikel 4

1.In afwijking van artikel 3 kan de directeur personeelsleden of medewerkers toestemming verlenen voor het hanteren van een korte of lange wapenstok.

2.In afwijking van het in artikel 3 bepaalde kan de selectiefunctionaris aan door hem krachtens artikel 40, tweede lid, van de wet aangewezen personeelsleden of medewerkers toestemming verlenen voor het hanteren van een korte of lange wapenstok.

3.De directeur draagt er zorg voor dat:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x