Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Penitentiaire beginselenwet (Pbw)

 

REGELING  MELDING  ONGEOORLOOFDE  AFWEZIGHEID

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Justitie van 29 januari 2008, nr. 5519777/07/DJI, houdende regels over de melding van ongeoorloofde afwezigheid uit penitentiaire inrichtingen, inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden en justitiŽle jeugdinrichtingen

     Gelet op artikel 5a, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 7a, tweede lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en artikel 5, tweede lid, van de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen;

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze Regeling wordt verstaan onder:

a. ongeoorloofde afwezigheid: het na aanvang van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel bedoeld in de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen zich hieraan onttrekken op een wijze als genoemd in respectievelijk hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze regeling;

b. de DJI: de Dienst JustitiŽle Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie;

c. de sectordirecteur GW: de sectordirecteur van de sector Gevangeniswezen van de DJI of diens plaatsvervanger;

d. het BCL: het Bureau Capaciteitsbenutting en Logistiek van de afdeling Individuele Zaken van de sector GW;

e. de sectordirecteur BV: de sectordirecteur van de sector Bijzondere Voorzieningen van de DJI of diens plaatsvervanger;

f. het BCV: het Bureau CoŲrdinatie Vreemdelingenzaken van de sector BV;

g. de directeur FZ: de directeur van de directie Forensische Zorg van de DJI of diens plaatsvervanger;

h. de afdeling Plaatsing: de afdeling Plaatsing van de directie FZ;

i. de sectordirecteur JJI: de sectordirecteur van de sector JustitiŽle Jeugdinrichtingen van de DJI of diens plaatsvervanger;

j. het Landelijk Meldpunt: het meldpunt bij de Groep Opsporing Onttrekkingen (GOO) ressorterend onder de dienst Operationele samenwerking van de Landelijke eenheid belast met de opsporing van ongeoorloofd afwezigen genoemd in de hoofdstukken 2, 3 en 4;

k. het CJIB: het Centraal Justitieel Incassobureau van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

 

Artikel 1.2. Aanvang en einde van ongeoorloofde afwezigheid

1.Ongeoorloofde afwezigheid vangt aan op de dag van het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 1.1, onder a.

2.Ongeoorloofde afwezigheid eindigt op de dag dat de ongeoorloofd afwezige zichzelf meldt of wordt aangehouden.

 

Artikel 1.3. Meldingsprocedure ongeoorloofde afwezigheid

De directeur dan wel het hoofd van de inrichting bedoeld in respectievelijk hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze regeling meldt ongeoorloofde afwezigheid en het einde daarvan aan de Minister van Veiligheid en Justitie, de politie en overige betrokkenen volgens de procedure beschreven in het betreffende hoofdstuk.

 

Hoofdstuk 2. Meldingsprocedure bij ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de penitentiaire beginselenwet

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 2.1. Begripsbepalingen

Op dit hoofdstuk zijn de begripsbepalingen, bedoeld in artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet, van toepassing

 

Artikel 2.2. Ontstaan ongeoorloofde afwezigheid

Ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in dit hoofdstuk is het gevolg van het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging op ťťn van de navolgende wijzen:

a. het zonder toestemming verlaten van een normaal beveiligde, uitgebreid beveiligde of extra beveiligde inrichting of afdeling of het tot die inrichting behorende terrein, dan wel van een afgesloten ruimte van een beperkt beveiligde inrichting;

b. het zonder toestemming verlaten van een afgesloten ruimte of terrein van een instelling waarnaar de gedetineerde is overgebracht op grond van artikel 15, vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

c. het zich onttrekken aan het toezicht tijdens vervoer;

d. het zich onttrekken aan het toezicht tijdens begeleid verlof of ander verblijf buiten de inrichting onder begeleiding;

e. het zonder toestemming verlaten van een zeer beperkt beveiligde of beperkt beveiligde inrichting of terrein, anders dan bedoeld in onderdeel a;

f. het zonder toestemming verlaten van een open afdeling van een instelling waarnaar de gedetineerde is overgebracht op grond van artikel 15, vijfde lid, artikel 42, vierde lid, onder c, of artikel 43, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel waar de gedetineerde, de deelnemer aan een penitentiair programma of degene aan wie de maatregel bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd met toestemming verblijft, zonder begeleiding;

g. het zich niet tijdig op de afgesproken plaats bevinden of daar terugkeren na of tijdens onbegeleid verlof, deelname aan een penitentiair programma, of ander toegestaan verblijf buiten de inrichting zonder begeleiding.

 

Artikel 2.3. Verantwoordelijkheid voor de meldingen bij ongeoorloofde afwezigheid

De verantwoordelijkheid voor de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde meldingen en inlichtingen bij ongeoorloofde afwezigheid berust bij de directeur van de inrichting vanwaar de gedetineerde zich heeft onttrokken. In de gevallen waarin de ongeoorloofd afwezige zich met toestemming buiten de inrichting bevond op het moment van zijn onttrekking, bedoeld in artikel 2.2, onder b, c, d, f en g, berust die verantwoordelijkheid bij de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven.

 

Artikel 2.4. Indeling ongeoorloofd afwezigen

In dit hoofdstuk worden met het oog op de te volgen meldingsprocedure de navolgende twee groepen ongeoorloofd afwezigen onderscheiden:

a. groep A omvat de gedetineerden die zich hebben onttrokken aan de tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 2.2, onder a tot en met d, en niet behoren tot groep B, onder 2į;

b. groep B omvat degenen die:

1į. zich hebben onttrokken aan de tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 2.2, onder e tot en met g;

2į. zich hebben onttrokken aan vreemdelingenbewaring op enige wijze als bedoeld in artikel 2.2.

 

Paragraaf 2. Meldingen bij aanvang ongeoorloofde afwezigheid

 

Artikel 2.5. Melding bij constatering op heterdaad

Bij constatering van een onttrekking, terwijl deze plaatsvindt of terstond nadat deze heeft plaatsgevonden, belt de directeur onmiddellijk het alarmnummer van de politie met het oog op de aanhouding van degene die zich onttrekt.

 

Artikel 2.6. Meldingen na constatering ongeoorloofde afwezigheid groep A

1.De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep A onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Pbw | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x