Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen

 

REGELING  PLAATSING  EN  OVERPLAATSING  JEUGDIGEN

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
     De Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 8, eerste lid, artikel 15, derde lid, en artikel 16, zesde lid, van de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen;
     Gezien het advies van het College van advies voor de justitiŽle kinderbescherming van 1 februari 2001, nummer 5078699/01/TH/rb;

     Besluit:

 

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet: de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen;

b. inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet.

 

Paragraaf 2. Beveiligingsniveau

 

Artikel 2

1. In een beperkt beveiligde inrichting of afdeling kunnen jeugdigen worden geplaatst:

a. aan wie een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, van de wet is opgelegd,

b. die, gelet op de uitvoering van het perspectiefplan of op de aanwijzingen van het openbaar ministerie en de autoriteiten die de maatregel hebben opgelegd, in aanmerking komen voor een beperkt beveiligde inrichting, en

c. een te verwaarlozen risico hebben dat zij zich onttrekken aan het toezicht van de inrichting.

2. Voor plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting of afdeling komen niet in aanmerking jeugdigen:

a. ten aanzien van wie vaststaat dat zij, na de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel, genoemd in artikel 8, eerste lid, van de wet, Nederland zullen dienen te verlaten, uitgezet of uitgeleverd zullen worden, of;

b. die aansluitend op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, genoemd in artikel 8, eerste lid, van de wet, een andere vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zullen ondergaan.

 

Artikel 3

In een normaal beveiligde inrichting of afdeling worden jeugdigen, als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de wet, geplaatst alsmede jeugdigen die op grond van artikel 2 niet in aanmerking komen voor plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting of afdeling.

 

Paragraaf 3. Inrichtingen en afdelingen voor bijzondere opvang dan wel behandeling

 

Artikel 4

Jeugdigen kunnen worden geplaatst op een door de Minister van Veiligheid en Justitie als zodanig aangewezen:

a. intensieve zorgafdeling, of

b. intensieve behandelafdeling, of

c. individuele trajectafdeling, of

d. observatieafdeling.

 

Artikel 5 [Vervallen per 17-07-2011]

 

Artikel 6 [Vervallen per 17-07-2011]

 

Paragraaf 4. Plaatsing en overplaatsing van strafrechtelijke jeugdigen

 

Artikel 7

Indien de selectiefunctionaris afwijkt van de in artikel 12, vijfde lid, van de wet genoemde aanwijzingen, stelt de selectiefunctionaris het openbaar ministerie dan wel

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x