Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen

 

REGELING  STRAF-  EN  AFZONDERINGSCEL  JUSTITIňLE  JEUGDINRICHTINGEN

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
     De Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 25, zevende lid, artikel 26, vierde lid, artikel 56, derde lid, en artikel 59, derde lid, van de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen;
     Gezien het advies van het College van advies voor de justitiŽle kinderbescherming van 12 oktober 2000 nr. 5056746/00/TH/rb en van 1 februari 2001 nr. 5078699/01/TH/rb;

     Besluit:

 

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet: de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen.

 

Paragraaf 2. Voorwaarden

 

Artikel 2

Bij de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of van een afzondering in een afzonderingscel, geldt het bepaalde in de huisregels van de inrichting waar de straf onderscheidenlijk de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

 

Artikel 3

Indien de afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, niet ten uitvoer kan worden gelegd in een verblijfsruimte vindt deze plaats in een afzonderingscel.

 

Artikel 4

1.Ingeval sprake is van medische problematiek bezoekt de arts of diens vervanger, dan wel in diens opdracht de verpleegkundige, de jeugdige in de straf- of afzonderingscel zo spoedig mogelijk.

2.Ingeval gedragsmatige problematiek aan de afzondering ten grondslag ligt, wordt het in het eerste lid van dit artikel genoemde bezoek afgelegd door een kinder- of jeugdpsychiater dan wel een gedragsdeskundige.

3.Na het eerste bezoek stellen de betrokken arts of diens vervanger dan wel in diens opdracht de verpleegkundige, onderscheidenlijk de kinder- of jeugdpsychiater dan wel de gedragsdeskundige zich regelmatig op de hoogte van de toestand van de jeugdige zolang het verblijf in de straf- of afzonderingscel voortduurt.

 

Artikel 5

De directeur draagt er zorg voor dat hij ten minste dagelijks op de hoogte wordt gesteld van de toestand van de in de straf- of afzonderingscel geplaatste jeugdige.

 

Artikel 6

Indien de jeugdige herhaaldelijk zonder noodzaak gebruik maakt van in de straf- of afzonderingscel aanwezige communicatiemiddelen kan de directeur beslissen dat deze buiten werking worden gesteld. In dat geval treft hij de maatregelen die noodzakelijk zijn voor voldoende communicatie van de jeugdige met personeelsleden en medewerkers.

 

Artikel 7

Indien de jeugdige zelfdestructief gedrag vertoont dan wel indien het vermoeden hiervan bestaat, stelt het met het toezicht belaste personeelslid of de medewerker zich ten minste eenmaal per uur op de hoogte van de toestand van de jeugdige.

 

Artikel 8

De directeur draagt er zorg voor dat de wijze van verslaglegging over het verblijf van een jeugdige in een straf- of afzonderingscel naar aard en frequentie op de situatie van de jeugdige wordt afgestemd.

 

Paragraaf 3. De inrichting van de straf- of afzonderingscel

 

Artikel 9

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Regeling eisen kamer justitiŽle jeugdinrichting zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een straf- of afzonderingscel.

 

Artikel 10

In de straf- of afzonderingscel kan daglicht toetreden.

 

Artikel 11

1.De straf- of afzonderingscel, of de afdeling waar de straf- of afzonderingscel zich bevindt, is voorzien van een toilet.

2.De jeugdige kan het toilet zelfstandig doorspoelen dan wel op verzoek onverwijld laten doorspoelen.

 

Artikel 12

1.De directeur draagt zorg dat de straf- of afzonderingscel voldoende is verlicht. De cel is daartoe voorzien van een van buiten die cel bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, conform de functionele eisen binnenverlichting volgens de geldende NEN-norm.

2.De directeur kan bepalen dat `s nachts de verlichting blijft branden indien hiervoor redenen aanwezig zijn dan wel op verzoek van de jeugdige.

 

Artikel 13

1.In een straf- of afzonderingscel bevinden zich gedurende de dag zitelementen en gedurende de nacht een matras, een kussen en voldoende dekens.

2.De in het eerste lid genoemde zaken kunnen door de directeur worden verwijderd wanneer deze door de jeugdige voor een ander doel, dan waarvoor ze bestemd zijn, worden aangewend.

3.In bijzondere gevallen kan de directeur bepalen dat de jeugdige gedurende de dag de beschikking krijgt over een ruimere celinventaris.

 

Artikel 14

1. Een straf- of afzonderingscel kan zijn uitgerust met een observatiecamera.

2. De camera is zodanig aangebracht dat

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x