Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Boek 2 Burgerlijk Wetboek (Boek 2 BW)

 

BESLUIT  JAARREKENING  BANKEN

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 10 mei 1993, houdende bepalingen voor de balans, de winst- en verliesrekening en de toelichtingen daarop van banken

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie, mede namens Onze Minister van FinanciŽn, van 29 januari 1993, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 303967/93/6;
     Gelet op de Richtlijn nr. 86/635/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiŽle instellingen (PbEG L372), alsmede op artikel 417 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
     Gezien het advies van De Nederlandsche Bank N.V.;
     De Raad van State gehoord (advies van 15 april 1993, nr. W03.93.0058);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 29 april 1993, nr. 363307/93/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

ß 1. Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop

 

Artikel 1

1.Onder de activa worden afzonderlijk opgenomen:

a. de kas, de tegoeden op girorekeningen en de onmiddellijk opeisbare tegoeden bij centrale banken in landen waar de bank een vestiging heeft;

b. de waardepapieren uitgegeven door publiekrechtelijke lichamen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste twee jaar, die herfinancierbaar zijn bij de centrale bank;

c. de vorderingen;

d. de verhandelbare, uitgegeven waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente;

e. de aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren;

f. de deelnemingen;

g. de immateriŽle activa, op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 365 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

h. de materiŽle vaste activa;

i. de overige activa;

j. de van aandeelhouders opgevraagde stortingen;

k. de overlopende activa.

2.Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen:

a. de schulden, al dan niet in verhandelbare schuldbewijzen belichaamd;

b. de overlopende passiva, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld;

c. de voorzieningen, op de wijze bepaald in artikel 374 leden 1, 2 en 4 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

d. de achtergestelde schulden;

e. het eigen vermogen, op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 373 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

3.Buiten de balanstelling worden opgenomen de voorwaardelijke schulden en de onherroepelijke toezeggingen die tot een kredietrisico kunnen leiden.

 

Artikel 2

1.Vermogens die de bank in eigen naam voor rekening van een ander niet afgescheiden van haar eigen activa en passiva beheert, worden onder de desbetreffende balansposten opgenomen.

2.Indien bij een verkoop van activa teruglevering tegen een bepaalde prijs is bedongen, wordt de bij verkoop ontvangen prijs als schuld tegenover deze activa opgenomen en wordt in de toelichting het bedrag van de overgedragen activa vermeld.

3.Deviezentermijntransacties, termijntransacties ter beurze en terugkoopbedingen bij de uitgifte van obligaties of andere vastrentende waardepapieren worden in geen geval als een verkoop van activa met beding van teruglevering aangemerkt.

4.Tot zekerheid ontvangen activa worden slechts op de balans opgenomen, indien het gereed geld betreft.

 

Artikel 3

1. Onder de vorderingen worden afzonderlijk opgenomen:

a. vorderingen op banken, met inbegrip van de bij een koop van activa door de bank betaalde prijs, indien teruglevering tegen een bepaalde prijs is bedongen en met afzonderlijke vermelding van de onmiddellijk opeisbare vorderingen;

b. vorderingen op klanten, niet zijnde banken, met inbegrip van de bij een koop van activa door de bank betaalde prijs, indien teruglevering tegen een bepaalde prijs is bedongen.

2. Onder banken als bedoeld in het eerste lid worden verstaan:

a. binnen het grondgebied van de Europese Unie gevestigde banken die zijn toegelaten het bedrijf van bank uit te oefenen;

b. buiten het grondgebied van de Europese Unie gevestigde banken;

c. centrale banken of andere volkenrechtelijke of publiekrechtelijke banken.

3. Onder waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente worden vermeld die uitgegeven door publiekrechtelijke lichamen en door anderen. Deze waardepapieren worden tevens onderscheiden naar gelang zij al dan niet als vaste activa worden aangemerkt, onder vermelding van de maatstaf ter onderscheiding die hiervoor is gebruikt, alsmede naar gelang zij al dan niet zijn opgenomen in een prijscourant van een beurs. Opgegeven wordt het bedrag dat opeisbaar wordt tijdens het boekjaar volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft.

4. Eigen waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente die de bank houdt of doet houden, mogen niet worden geactiveerd, tenzij deze waardepapieren niet als vaste activa worden aangemerkt, zij in omloop zijn gebracht en niet achtergesteld zijn, en het handel betreft. Het bedrag van deze waardepapieren wordt alsdan vermeld.

5. Onderscheiden naar de in lid 1 bedoelde groepen van vorderingen en naar de in lid 3, eerste volzin, bedoelde waardepapieren worden aangegeven de al dan niet in schuldbewijzen belichaamde vorderingen op groepsmaatschappijen en die op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de bank of waarin de bank een deelneming heeft.

6. Vermeld wordt welke van de vorderingen, bedoeld in lid 1, onder a en b, en welke van de waardepapieren, bedoeld in lid 3, telkens zoals nader onderscheiden op grond van lid 5, achtergesteld zijn.

7. De in lid 5 bedoelde uitsplitsing wordt eveneens vermeld bij de activa, bedoeld in artikel 1 lid 1, onder b.

8. Vermeld wordt tot welk bedrag de looptijd van vorderingen op klanten onbepaald is. Bij de overige vorderingen op klanten alsmede bij de niet onmiddellijk opeisbare vorderingen op banken wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd tot aan elke aflossing:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Boek 2 BW | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x