Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Boek 6 Burgerlijk Wetboek (Boek 6 BW)

 

UITVOERINGSBESLUIT  AANSPRAKELIJKHEID  GEVAARLIJKE  STOFFEN  EN  MILIEUVERONTREINIGING

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 15 december 1994 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de artikelen 175, zesde lid, van Boek 6, en 620, onderdeel a, 1030, onderdeel a, 1210, onderdeel a, 1218, 1670, onderdeel a, en 1678 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede tot wijziging van het Besluit van 19 februari 1990 ter uitvoering van artikel 951f van het Wetboek van Koophandel

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 25 maart 1994, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 431900/94/6;
     Gelet op de artikelen 175, zesde lid, van Boek 6 en 620, onderdeel a, 1030, onderdeel a, 1210, onderdeel a, 1218, 1670, onderdeel a, en 1678 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede artikel 951f van het Wetboek van Koophandel;
     De Raad van State gehoord (advies van 18 juli 1994, nr. W03.94.0292);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 12 december 1994, stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 471491/94/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

§ 1. Aanwijzing gevaarlijke stoffen

Artikel 1

Als stoffen die worden geacht aan de omschrijving van artikel 175, eerste lid, eerste zin, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek te voldoen worden aangewezen:

a. de stoffen die zijn opgenomen in Bijlage I bij richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196), zoals gewijzigd door richtlijn nr. 92/32/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 april 1992 (PbEG L 154);

b. de gevaarlijke afvalstoffen aangewezen ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, voor zover zij niet reeds onder de in onderdeel a bedoelde stoffen vallen.

Artikel 2

1. Als gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 620, onderdeel a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangewezen een stof die behoort tot een van de volgende categorieėn:

a. olie in bulk als opgenomen in Appendix I van Annex I van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van schepen (Trb. 1975, 147) en het bijbehorende Protocol van 1978 (Trb. 1978, 188), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, voor zover de aansprakelijkheid ter zake van deze olie niet reeds valt onder de Wet aansprakelijkheid olietankschepen;

b. schadelijke vloeistoffen in bulk als bedoeld in Appendix II van Annex II van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van schepen (Trb. 1975, 147) en het bijbehorende Protocol van 1978 ( Trb. 1978, 188), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, en die stoffen en mengsels welke in overeenstemming met artikel 3(4) van Annex II van het Verdrag voorlopig zijn ingedeeld in een van de Categorieėn A, B, C of D;

c. gevaarlijke vloeistoffen in bulk als opgenomen op de lijst van Hoofdstuk 17 van de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, 1983, daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, en de produkten voor welke overeenkomstig artikel 1.1.3 van de Code door de betrokken bevoegde autoriteit of havenautoriteit voorlopig geschikte vervoersvoorwaarden zijn gegeven;

d. gevaarlijke en schadelijke stoffen, materialen en voorwerpen in verpakte vorm die vallen onder de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde International Maritime Dangerous Goods Code, daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan;

e. tot vloeistof verdichte gassen als bedoeld in Hoofdstuk 19 van de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquified Gases in Bulk, 1983, daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, en de produkten waarvoor overeenkomstig artikel 1.1.6 van de Code door de betrokken bevoegde autoriteit of havenautoriteit voorlopige geschikte vervoersvoorwaarden zijn gegeven;

f. vloeistoffen in bulk met een vlampunt van niet meer dan 60°C (gemeten met de gesloten kroes methode);

g. vaste bulkstoffen die chemisch gevaarlijke eigenschappen bezitten die vallen onder Appendix B van de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes, daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, en die gestort worden vervoerd.

2. Als gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 620, onderdeel a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wordt tevens aangewezen het residu van een stof in bulk met een vlampunt van niet meer dan 60°C (gemeten met de gesloten kroes methode).

Artikel 3

Een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Boek 6 BW | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x