Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Algemene douanewet (Adw)

 

ALGEMEEN  DOUANEBESLUIT

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 5 juli 2008, houdende regels ter uitvoering van de Algemene douanewet (Algemeen douanebesluit)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van FinanciŽn van 8 februari 2008, nr. DV2007/103 M, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Economische Zaken;
     Gelet op de artikelen 1:4, 1:19, 1:25, 1:28, 1:30, 3:1, 4:1, 9:5, 10:10 en 12:1 van de Algemene douanewet;
     De Raad van State gehoord (advies van 10 april 2008, nr. W06.08.0054/III);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van FinanciŽn van 2 juli 2008, nr. DV 2008-332U, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Economische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1:1

Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1:4, 1:19, 1:25, 1:28, 1:30, 3:1, 4:1, 9:5, 10:10 en 12:1 van de Algemene douanewet.

 

Afdeling 1.1. Internationaal recht

 

Artikel 1:2

De inspecteur neemt van het op 10 december 1982 te Montego Bay tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83) bij de douanecontrole in acht:

a. de artikelen 21, 24, 25, 26 en 32, voor zover het de territoriale zee betreft;

b. de artikelen 33 en 303, voor zover het de aansluitende zone betreft; en

c. artikel 56, voor zover het de exclusieve economische zone betreft.

 

Artikel 1:3

Onze minister van FinanciŽn kan aan organisaties de bevoegdheid verlenen, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van soortgelijke organisaties, carnets TIR (TIR-Overeenkomst) af te geven of in dat kader borg te staan. Hij kan daarbij voorwaarden en eisen stellen waaraan deze organisaties moeten voldoen.

 

Afdeling 1.2. Kosten ambtelijke werkzaamheden

 

Artikel 1:4

Kosten zijn verschuldigd:

a. voor werkzaamheden verricht op verzoek van de belanghebbende:

1į. buiten de normale openingstijden;

2į. op andere plaatsen dan die aangewezen zijn voor het onderzoek van goederen; of

3į. waarbij speciale kosten als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het Communautair douanewetboek, zijn gemaakt;

b. voor het doen vernietigen van goederen, bedoeld in artikel 56 van het Communautair douanewetboek;

c. voor het ambtshalve onderzoek van de goederen, bedoeld in artikel 241, tweede lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek;

d. inzake het aanvullend onderzoek van goederen, ingeval de verschillen tussen de uitkomst van het gedeeltelijk onderzoek en de uitkomst van het aanvullend onderzoek, blijven binnen de spelingen, bedoeld in artikel 1:35 van de Algemene douanewet.

 

Afdeling 1.3. Lijfsvisitatie

 

Artikel 1:5

1.De ambtenaar, bedoeld in artikel 1:28, zesde lid, van de Algemene douanewet, vermeldt in een schriftelijk verslag de redenen voor het geven van de toestemming over te gaan tot gehele ontkleding dan wel het onderzoek van het onderlichaam.

2.Na afloop van de lijfsvisitatie waarbij overgegaan is tot gehele ontkleding dan wel onderzoek van het onderlichaam vult degene die de lijfsvisitatie uitvoert, binnen 48 uur het schriftelijke verslag aan met vermelding van de wijze waarop de lijfsvisitatie is verricht en de resultaten van de lijfsvisitatie. Hij doet dit verslag toekomen aan de inspecteur, en in het geval dat een verpleegkundige het onderzoek van het onderlichaam verricht, doet hij een afschrift toekomen aan de arts die daartoe opdracht heeft gegeven.

3.Op de besloten plaats waar de lijfsvisitatie plaatsvindt waarbij wordt overgegaan tot gehele ontkleding dan wel het onderzoek van het onderlichaam, wordt degene die de lijfsvisitatie uitvoert slechts vergezeld door de ambtenaar, bedoeld in artikel 1:28, zesde lid, van de Algemene douanewet. Hiervan kan worden afgeweken indien deze ambtenaar een redelijk vermoeden heeft dat de persoon die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen een gevaar oplevert voor de veiligheid van zichzelf of van anderen.

4.Apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken, mag op een niet besloten plaats worden gebruikt, mits de beelden op een besloten plaats worden geanalyseerd. De persoon die de beelden analyseert, hoeft niet van hetzelfde geslacht te zijn als dat van de persoon die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen.

5.Bij regeling van Onze minister van FinanciŽn kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken en het gebruik daarvan.

 

Afdeling 1.4. Gebruik geweld en veiligheidsfouillering

 

Artikel 1:6

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

a. ambtenaar: degene die namens de inspecteur een douanecontrole uitoefent;

b. meerdere: de ambtenaar die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel heeft over de taakuitvoering;

c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of goederen;

d. geweldsmiddel: de wapens en uitrusting waarmee met overeenkomstige toepassing van artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie geweld kan worden uitgeoefend;

e. aanwenden van een geweldsmiddel: het gebruiken van een geweldsmiddel, daaronder begrepen het dreigen met een geweldsmiddel, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen.

 

Artikel 1:7

1.Indien een ambtenaar onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, oefent hij geen geweld uit dan na uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan welk middel mag worden aangewend.

2.Het eerste lid is niet van toepassing in het geval de meerdere, bedoeld in het eerste lid, vooraf anders heeft bepaald.

 

Artikel 1:8

1.De ambtenaar wendt bij de uitoefening van zijn dienst uitsluitend het geweldsmiddel aan dat door of vanwege Onze minister wie het aangaat is verstrekt.

2.Het aanwenden van een geweldsmiddel is

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Adw | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x