Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Gemeentewet (Gemw)

 

BESLUIT  BEGROTING  EN  VERANTWOORDING  PROVINCIES  EN  GEMEENTEN

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 17 januari 2003, houdende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en gemeenten (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 juli 2002, nr. FO2002/U78569;
     Gelet op artikel 190 van de Provinciewet en artikel 186 van de Gemeentewet;
     De Raad van State gehoord (advies van 4 december 2002, nr. W04.02.0300/1);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 januari 2003, nr. FO2002/U100707;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

a. uitzettingen: alle uitgezette middelen;

b. verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft;

c. financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt;

d. bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht;

e. deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap, waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente aandelen heeft;

f. CBS: Centraal bureau voor de statistiek;

g. rentetypische looptijd; als gedefinieerd in de Wet fido, artikel 1, onder b;

h. vaste schuld: het gezamenlijk bedrag van:

1į. de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van ťťn jaar of langer, en

2į. de voor een termijn van ťťn jaar of langer ontvangen waarborgsommen;

i. netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet fido, artikel 1, onder e;

j. EMU-saldo: het vorderingsaldo van de sector overheid op transactiebasis. Het EMU-saldo wordt berekend overeenkomstig het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de gemeenschap, ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap.

2. In dit besluit wordt onder verbonden partij mede verstaan een Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210) waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.

Artikel 2

1.Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd.

2.De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.

3.De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag.

4.Onder de baten en lasten worden ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente.

Artikel 3

1.De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de productenraming en de productenrealisatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiŽle positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.

2.De begroting, de meerjarenraming, de productenraming en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiŽle positie.

3.De jaarstukken, de productenrealisatie en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiŽle positie aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 4

1.De indeling van de begroting en de jaarstukken is identiek.

2.Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.

Artikel 5

Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken.

Artikel 6 [Vervallen per 19-03-2014]

Hoofdstuk II. De begroting en de toelichting

Titel 2.1. Algemeen

Artikel 7

1.De begroting bestaat ten minste uit:

a. de beleidsbegroting;

b. de financiŽle begroting.

2.De beleidsbegroting bestaat ten minste uit:

a. het programmaplan;

b. de paragrafen.

3.De financiŽle begroting bestaat ten minste uit:

a. het overzicht van baten en lasten en de toelichting;

b. de uiteenzetting van de financiŽle positie en de toelichting.

Titel 2.2. Het programmaplan

Artikel 8

1. Het programmaplan bevat de te realiseren programma's, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het bedrag voor onvoorzien.

2. Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten.

3. Het programmaplan bevat per programma:

a. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten;

b. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken;

c. de raming van baten en lasten.

4. De provincie onderscheidenlijk gemeente kan de baten en lasten per programma verdelen in de onderdelen baten en lasten voor prioriteiten en voor overig.

5. Het overzicht algemene dekkingsmiddelen bevat ten minste:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Gemeentewet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x