Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet inrichting landelijk gebied (Wilg)

 

REGELING  INRICHTING  LANDELIJK  GEBIED

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3910, houdende regels inzake de inrichting van het landelijke gebied

     De Minister Van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;
     Gelet op de artikelen 12, vierde lid, 52, vierde lid, 87, 91, derde lid, 92, 93 en 95, vierde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied, artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer, artikel 29 van de Wet agrarisch grondverkeer, artikel 92, tweede lid, van de Reconstructiewet Midden-Delfland, artikel 97 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies, artikel 33, eerste lid, artikel 107, tweede lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PbEU L 209) en artikel 74 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);

     Besluiten:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

– beheersautoriteit: beheersautoriteit als bedoeld in artikel 27, onderdeel a;

– betaalorgaan: erkend betaalorgaan als bedoeld in artikel 27, onderdeel b;

– bodem: bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming;

– bureau beheer landbouwgronden: bureau, bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;

– grondwaterkarakteristiek: samenstel van gegevens inzake de langjarig gemiddeld hoogste en de langjarig gemiddeld laagste grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld;

– infrastructurele voorziening: infrastructurele voorziening als bedoeld in artikel 24 van de wet;

– Minister: Minister van Economische Zaken;

– plattelandsontwikkelingsprogramma: plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005, van Nederland;

– schadeloosstelling: schadeloosstelling als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet;

– verordening (EG) nr. 794/2004: verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (PbEU L 140);

– verordening (EG) nr. 1290/2005: verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 juni 2005 betreffende financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PbEU L 209);

– verordening (EG) nr. 1698/2005: verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);

– wet: Wet inrichting landelijk gebied.

Hoofdstuk 2. Investeringsbudget landelijk gebied

Paragraaf 2.1. Eisen aan de verslaglegging door de provincies

Artikel 2

1. Met betrekking tot door gedeputeerde staten te verlenen subsidies ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1698/2005:

a. verstrekken gedeputeerde staten alle informatie aan de beheersautoriteit die de beheersautoriteit nodig heeft ter uitvoering van artikel 75 van verordening (EG) nr. 1698/2005;

b. geschiedt door gedeputeerde staten jaarlijkse verslaglegging aan de beheersautoriteit.

2. De verslaglegging bevat alle gegevens die de beheersautoriteit van de betrokken provincie nodig heeft om het jaarverslag, bedoeld in artikel 82 van verordening (EG) nr. 1698/2005, te kunnen opmaken en het binnen de in die verordening gestelde termijnen te kunnen toezenden aan het Comité van Toezicht, bedoeld in artikel 27a, en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 3

Met betrekking tot door gedeputeerde staten ten laste van het investeringsbudget uitgevoerde steunmaatregelen als bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap verstrekken gedeputeerde staten de Minister jaarlijks alle informatie die deze nodig heeft ter uitvoering van artikel 21 van verordening (EG) nr. 659/1999.

Paragraaf 2.2. Overgang van lopende Rijksverplichtingen

Artikel 4

1. Als verplichtingen als bedoeld in artikel 93, eerste en derde lid, van de wet worden aangeduid:

a. de van voor 1 januari 2007 daterende verplichtingen die voor de Minister, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat alsmede voor de landinrichtingscommissies, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Landinrichtingswet, voortvloeien uit de in bijlage A bij deze regeling genoemde wetten, Ministeriële regelingen en incidentele projectsubsidies, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit subsidieverhoudingen waarbij reeds subsidievaststelling en uitbetaling heeft plaatsgevonden, en met uitzondering van het afhandelen van bezwaar- en beroepsprocedures tegen subsidiebeschikkingen die voor 1 januari 2007 zijn ingediend;

b. de van voor 1 januari 2008 daterende verplichtingen die voor de Minister voortvloeien uit de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit het project Grensmaas, het project Zandmaas Pakket I en de Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit subsidieverhoudingen waarbij reeds subsidievaststelling en uitbetaling heeft plaatsgevonden, en met uitzondering van het afhandelen van bezwaar- en beroepsprocedures tegen subsidiebeschikkingen die voor 1 januari 2008 zijn ingediend;

c. de verplichtingen die voor de Minister voortvloeien uit de beschikkingen die zijn verleend ten aanzien van de in bijlage B bij deze regeling genoemde investeringsprojecten als bedoeld in artikel 3 van de Wet Fonds Economische Structuurversterking.

2. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, alsmede de bevoegdheden van de Minister, onderscheidelijk de Staatssecretarissen, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, die met deze verplichtingen samenhangen worden per 1 januari 2007 aan gedeputeerde staten overgedragen.

3. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, alsmede de bevoegdheden van de Minister, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, die met deze verplichtingen samenhangen worden per 1 januari 2008 aan gedeputeerde staten overgedragen.

4. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, alsmede de bevoegdheden van de Minister, die met deze verplichtingen samenhangen, worden per 1 januari 2012 aan gedeputeerde staten overgedragen.

5. Archiefbescheiden van de Minister, de Staatssecretarissen, genoemd in het eerste lid, alsmede van de landinrichtingscommissies, betreffende de verplichtingen die ingevolge het eerste lid overgaan naar gedeputeerde staten, worden overgedragen aan gedeputeerde staten van de provincie waarnaar de verplichtingen ingevolge het eerste en tweede lid overgaan, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Paragraaf 2.3. Koopplicht

Artikel 5. :

Telkens wanneer met betrekking tot grond aan het bureau beheer landbouwgronden een recht van eigendom of een daarvan afgeleid recht wordt aangeboden, is het bureau beheer landbouwgronden gehouden het hem aangeboden recht te verwerven voor rekening van de provincie waarin de desbetreffende grond is gelegen, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

a. de grond is gelegen in een gebied dat is begrensd als beheersgebied overeenkomstig hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer zoals die luidde tot 1 januari 2007, onderscheidenlijk hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies zoals die luidde tot 1 januari 2010, of is gelegen in een gebied dat is begrensd overeenkomstig artikel 2.1, tweede lid, onder b, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies;

b. ten aanzien van de grond is beheerssubsidie verleend voor de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 11, 15 en 24 tot en met 27 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer zoals die luidde tot 1 januari 2007, of voor de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 11, 15, 24a en 26a van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies zoals die luidde tot 1 januari 2010, of is subsidie agrarisch natuurbeheer verleend voor de agrarische beheerpakketten A.02.01.01, A02.01.02, A02.01.04, A.02.02.01, A.02.02.02 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies;

c. gedeputeerde staten van betrokken provincies achten het aannemelijk dat:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wilg | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x