Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Kaderwet militaire pensioenen

 

BESLUIT  AANVULLENDE  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDS-  EN  INVALIDITEITSVOORZIENINGEN  MILITAIREN

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 6 februari 2001, houdende vaststelling van de regels rond het recht op militair arbeidsongeschiktheids- of invaliditeitspensioen voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar (Besluit aanvullende  arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 19 februari 1999, nr. P/99000777;
     Gelet op artikel 2, vijfde lid, van de Kaderwet militaire pensioenen;
     De Raad van State gehoord (advies van 27 april 1999, nr. W07.99.0082/II);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 1
februari 2001, nr. P/2001000559;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. militair: de beroepsmilitair, dienstplichtige of reservist;

b. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

c. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een uitkering ingevolge de WAO, de aanspraak op vakantie-uitkering daaronder begrepen;

d. ontslaguitkering: een uitkering ingevolge het Werkloosheidsbesluit defensie-personeel of het Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd;

e. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;

f. berekeningsgrondslag:

1e voor de beroepsmilitair: voor zover daarover de verplichting tot premieafdracht in de zin van het pensioenreglement heeft bestaan, de som van de militaire inkomsten uit het jaar voorafgaande aan zijn ontslag;

2e voor de reservist en dienstplichtige: het bedrag van de inkomsten die hij in het jaar voorafgaande aan het einde van zijn werkelijke dienst uit hoofde van zijn beroep of bedrijf zou hebben kunnen genieten indien hij niet in werkelijke dienst zou zijn geweest;

g. suppletieregeling: de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.

Artikel 2. Arbeidsongeschiktheid en invaliditeit

1. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder arbeidsongeschiktheid met dienstverband verstaan: een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekten of gebreken, die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan de militair opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder zij moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten.

2. Indien ingevolge het eerste lid voor een bepaalde ziekte of gebrek arbeidsongeschiktheid met dienstverband is aangenomen, dan geldt dit eveneens voor een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een andere ziekte of gebrek waarvoor dat verband niet kan worden aangenomen.

3. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder invaliditeit met dienstverband verstaan: een invaliditeit van tenminste 10% tengevolge van:

a. verwonding, ziekten of gebreken, welke zijn veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden;

b. ziekten of gebreken, welke het gevolg zijn van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen; of

c. ziekten of gebreken, welke zijn ontstaan, tot uiting zijn gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere, zeer nadelige invloeden, waaraan de beroepsmilitair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest;

4. Onder uitoefening van de militaire dienst wordt verstaan:

a. de uitvoering van expliciet of impliciet gegeven dienstopdrachten of dienstbevelen;

b. het verrichten van handelingen of activiteiten in het kader van algemene of bijzondere dienstverrichtingen; of

c. activiteiten, die gezien het daaraan verbonden dienstbelang als uitoefening van die dienst aangemerkt kunnen worden.

5. Onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden wordt verstaan:

a. een uitzonderingstoestand in de zin van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden;

b. de deelname aan operaties ter bevordering of handhaving van de internationale rechtsorde;

c. de verlening van bijstand, zoals onder meer bedoeld in artikel 71 Wetboek van Militair Strafrecht, de artikelen 57, 58 of 59 van de Politiewet 2012 en artikel 146, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover sprake is van een verhoogd risico.

6. Tot de buitengewone omstandigheden in de zin van het vijfde lid worden mede gerekend:

a. het onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verwerven, op te voeren of te onderhouden, voor zover sprake is van een verhoogd risico;

b. gevaarzettende situaties die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van zijn taak waaraan de militair zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken;

c. afzonderlijk door Onze Minister te bepalen gevallen die bijzonder van aard zijn en waarbij een verhoogd risico aanwezig is;

een en ander voor zover de gebruikelijke veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gezondheid geheel of gedeeltelijk door de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, of de Commandant Koninklijke Marechaussee buiten werking zijn gesteld.

7. Voor elke verwonding, ziekte of gebrek wordt afzonderlijk vastgesteld of sprake is van invaliditeit met dienstverband.

8. Indien voor een bepaalde verwonding, ziekte of gebrek invaliditeit met dienstverband is vastgesteld betekent dit dat voor die aandoening, indien die aandoening leidt tot arbeidsongeschiktheid en die arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de invaliditeit met dienstverband, eveneens sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband.

9. Op het onderzoek naar de toepasselijkheid van dit besluit is het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen van toepassing.

10. Onze Minister kan met betrekking tot dit artikel nadere en, zo nodig, afwijkende regels stellen.

Paragraaf 2. Aanspraken voor de beroepsmilitair

Artikel 3. Het arbeidsongeschiktheidspensioen

1.De beroepsmilitair die ter zake van ziekten of gebreken uit zijn militaire betrekking is ontslagen heeft, zolang vanwege die betrekking recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen.

2.Eveneens recht op arbeidsongeschiktheidspensioen heeft de op andere gronden ontslagen beroepsmilitair die binnen een maand na zijn ontslag of in de periode waarin hij recht heeft op een ontslaguitkering alsnog arbeidsongeschikt wordt en aan die arbeidsongeschiktheid recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent.

3.Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt vastgesteld op het bij de mate van arbeidsongeschiktheid behorende percentage van de berekeningsgrondslag. Dat percentage is:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x