Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Pensioenwet (PW)

 

BESLUIT  UITVOERING  PENSIOENWET  EN  WET  VERPLICHTE  BEROEPSPENSIOENREGELING

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 18 december 2006, houdende vaststelling van regels ter uitwerking van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 oktober 2006, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/2006/88128;
     Gelet op de artikelen 21, 33, 34, 38 tot en met 46, 60, 66, 69, 71, 76, 83, 84, 105, 151, 160 en 176 van de Pensioenwet, de artikelen 42, 43, 48 tot en met 57, 72, 78, 82, 91, 110, 146, 155 en 171 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, artikel 12c, vijfde lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, artikel 13, derde lid, en 23, tweede lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, artikel 65 en 67 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet, artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur, artikel 1a, eerste lid, onderdeel e, en tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman, artikel 99, eerste lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, artikel 33 en 34 van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 1, tweede lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, artikel 24, tweede lid, en artikel 55, zesde lid, van de Wet op de huurtoeslag;
     De Raad van State gehoord (advies van 16 november 2006, nr. W12.06.0459/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 2006, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/2006/101170 B;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

– afkoopvoet: verhouding tussen het af te kopen pensioen en de daarvoor in de plaats uit te keren afkoopwaarde;

– balanstotaal: het balanstotaal zoals dat blijkt uit de jaarrekening;

– De Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;

– FVP-bijdrage: bijdrage, verstrekt op grond van de Wet privatisering FVP, om te voorzien in aanvullende pensioenvoorzieningen ten behoeve van een werknemer of zijn nagelaten betrekkingen;

– fonds:

1°. pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;

2°. beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

– loonaanvullingsuitkering: een uitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

– opbouwkeuzevoet: verhouding tussen het pensioen waarvan kan worden afgezien en het pensioen dat daarvoor in de plaats kan worden opgebouwd;

– overdrachtsdatum: aanvangsdatum van de deelname aan de pensioenregeling van de ontvangende uitvoerder;

– pensioenregeling:

1°. pensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;

2°. beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

– rechthebbende: degene die in aanmerking komt voor waardeoverdracht;

– ruilvoet: verhouding tussen het in te ruilen pensioen en het daarvoor in te kopen pensioen;

– uitbesteding door een uitvoerder: het door een uitvoerder verlenen van een opdracht aan een derde tot het ten behoeve van die uitvoerder verrichten van werkzaamheden die deel uitmaken van:

1°. of voortvloeien uit het uitoefenen van het bedrijf; of

2°. de wezenlijke bedrijfsprocessen ter ondersteuning daarvan;

– uitvoerder:

1°. pensioenuitvoerder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;

2°. pensioenuitvoerder als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

– vervolguitkering: een uitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel 1a. Nadere regels arbeidsongeschiktheidspensioen

1. Voor zover een aanvulling op een vervolguitkering of een loonaanvullingsuitkering geen arbeidsongeschiktheidspensioen is als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt deze aanvulling als arbeidsongeschiktheidspensioen in de zin van een van die artikelen aangemerkt indien:

a. de aanvulling op de vervolguitkering niet varieert met inkomsten uit arbeid, tenzij de aanvulling hoger wordt vastgesteld indien de inkomsten uit arbeid toenemen;

b. de aanvulling op de loonaanvullingsuitkering niet varieert met inkomsten uit arbeid, tenzij de aanvulling hoger wordt vastgesteld indien de inkomsten uit arbeid toenemen; of

c. het een eenmalige aanvulling is die wordt verstrekt in verband met werkhervatting of werkuitbreiding.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op algemeen verbindend verklaarde bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten die betrekking hebben op aanvullingen op een vervolguitkering of op een loonaanvullingsuitkering, indien het verzoek tot algemeen verbindend verklaring is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de Wet van 15 juli 2008 houdende enige wijzigingen van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enige andere wetten.

Hoofdstuk 2. Informatie

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 21, vierde lid, 38, derde lid, 39, tweede lid, 40, derde lid, 41, tweede lid, 42, derde lid, 43, tweede lid, 44, derde lid, 45, tweede lid en 46, vijfde lid van de Pensioenwet en de artikelen 48, derde lid, 49, derde lid, 50, tweede lid, 51, derde lid, 52, tweede lid, 53, derde lid, 54, tweede lid, 55, derde lid, 56, tweede lid en 57, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling

Artikel 2. Informatie over basispensioenregeling

1. De informatie over de inhoud van de basispensioenregeling, bedoeld in artikel 21 van de Pensioenwet dan wel artikel 48 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval het volgende:

a. de ingangsdatum van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling;

b. de pensioensoorten, waarbij aangegeven wordt of nabestaandenpensioen, al dan niet samen met ouderdomspensioen, deel uitmaakt van de basispensioenregeling;

c. het karakter van de pensioenovereenkomst, bedoeld in artikel 10 van de Pensioenwet, dan wel de beroepspensioenregeling, bedoeld in artikel 28 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, waarbij wordt vermeld welke risico’s door de werknemer dan wel beroepsgenoot gedragen worden;

d. de wijze waarop de pensioenaanspraken worden vastgesteld;

e. de ingangsdatum van het pensioen en de duur van de uitkering;

f. de gevolgen van beëindiging van de deelneming voor de hoogte van de pensioenaanspraken waarbij aangegeven wordt welke pensioenaanspraken op risicobasis zijn;

g. de gevolgen van arbeidsongeschiktheid voor de verwerving van pensioenaanspraken;

h. een betalingsvoorbehoud van de werkgever;

i. de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting, bedoeld in artikel 54 van de Pensioenwet dan wel artikel 65 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en

j. de informatieverplichtingen van de werknemer dan wel beroepsgenoot jegens de werkgever en de uitvoerder.

2. Indien er sprake is van een premieovereenkomst dan wel premieregeling informeert de uitvoerder de werknemer dan wel beroepsgenoot over:

a. de bestemming van de premie waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen pensioen op opbouwbasis, pensioen op risicobasis, de kosten en de ontwikkeling van deze elementen in de tijd; en

b. het verloop van de premie.

3. Tevens wordt informatie verstrekt over:

a. het wettelijk recht op waardeoverdracht, bedoeld in artikel 71 van de Pensioenwet dan wel artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling of de mogelijkheid tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 75 van de Pensioenwet dan wel artikel 86 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

b. de keuzemogelijkheden die er zijn ten aanzien van uitruil;

c. het bestaan van een vrijwillige pensioenregeling en de pensioensoort waarop deze vrijwillige pensioenregeling betrekking heeft;

d. welke informatie op verzoek wordt verstrekt op grond van artikel 46 van de Pensioenwet, artikel 57 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 9;

e. het actueel zijn van een korte- of langetermijnherstelplan; en

f. de bij de uitvoerder geldende klachtenregeling.

Artikel 3. Mogelijkheid toezichthouder tot stellen nadere regels met betrekking tot informatieverstrekking bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid

De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot het informeren van de deelnemer over de risico’s, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voor zover het gaat om premieovereenkomsten dan wel premieregelingen met beleggingsvrijheid voor de deelnemer.

Artikel 4. Informatie over toeslagverlening

1. De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 21 en 38 tot en met 45 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 48 tot en met 56 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Pensioenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x