Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Oorlogswet voor Nederland (OWN)

 

BESLUIT  GEWELDGEBRUIK  BIJ  UITOEFENING  BUITENGEWONE  BEVOEGDHEDEN

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 23 april 1997, houdende vaststelling nadere regels inzake gebruik geweld bij uitoefening van buitengewone bevoegdheden (Besluit geweldgebruik bij uitoefening buitengewone bevoegdheden)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Defensie, directie Juridische Zaken, afdeling Wet- en Regelgeving, van 30 oktober 1996, nr. CWW 88/014;
     Gelet op artikel 8, vierde lid, van de Oorlogswet voor Nederland;
     De Raad van State gehoord (advies van 20 december 1996, nr. W07.96.0515);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie van 22 april 1997, nr. CWW 88/014;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet: Oorlogswet voor Nederland;

b. meerdere: degene die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht de meerdere is;

c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis, uitgeoefend op personen of zaken;

d. geweldmiddel: geweldmiddel, genoemd in artikel 6;

e. het gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.

2. Onder gebruik van geweld wordt mede verstaan het dreigen met geweld.

Artikel 2

Dit besluit is niet van toepassing in geval van een internationaal gewapend conflict of een intern gewapend conflict als bedoeld in de gemeenschappelijke artikelen 2 en 3 van de op 12 augustus 1949 tot stand gekomen Verdragen van Genève (Trb. 1951, 72 t/m 75), alsmede de op 10 juni 1977 te Genève tot stand gekomen Aanvullende Protocollen (Trb. 1980, 87 en 88), in welk geval de voor dat internationaal gewapend conflict of intern gewapend conflict vastgestelde geweldsinstructie van toepassing is op het gebruik van geweld door militairen in de uitoefening van de buitengewone bevoegdheden uit hoofdstuk II van de wet.

Paragraaf 2. Algemene voorwaarden voorafgaand aan gebruik van geweld

Artikel 3

Het gebruik van een geweldmiddel is uitsluitend toegestaan aan een militair:

a. aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, en

b. die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.

Artikel 4

1. Indien de militair onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na een vooraf gegeven uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.

2. Het gebruik van een waterwerper of van CS-traangas is slechts geoorloofd in opdracht van de meerdere na vooraf verkregen toestemming van het militair gezag.

Paragraaf 3. Waarschuwing

Artikel 5

1. Tenzij de omstandigheden dit niet toelaten, gaat aan het

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | OWN | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x