Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Scheepvaartverkeerswet

 

BESLUIT  MELDINGSFORMALITEITEN  EN  GEGEVENSVERWERKINGEN  SCHEEPVAART

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 4 mei 2012, houdende regels voor de scheepvaart over meldingsformaliteiten en over de verwerking van de ontvangen gegevens door organisaties en personen die niet aan het scheepvaartverkeer deelnemen (Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 6 maart 2012, nr. IenM/BSK-2012/20694, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
     Gelet op Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (PbEU 2010, L 283), hoofdstuk V, voorschrift 19-1, van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157), en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen (SOLAS-verdrag), Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot het intrekken van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG 2002, L 131), Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU 2004, L 129), Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (PbEU 2005, L 255), Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (Herschikking) (PbEU 2009, L 131), en de artikelen 8 van de Binnenvaartwet, 15 van de Havenbeveiligingswet, 3, 4, 20 en 31, elfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet en 38 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
     De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 6 april 2012, nr. W14.12.0069/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 27 april 2012, nr. IenM/BSK-2012/60139, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Definities

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van hoofdstuk 6, wordt verstaan onder:

– AIS: op een schip geïnstalleerd automatisch identificatiesysteem als bedoeld in de artikelen 6 en 6bis van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart of tracking- en tracingsysteem als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn River Information Services;

– Kustwachtcentrum: Kustwachtcentrum in Den Helder;

– NCA-SafeSeaNet: degene die als nationaal bevoegde autoriteit belast is met de taken genoemd in bijlage III, onder 2, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart;

– bevoegde autoriteit:

1°. voor de wateren in beheer bij het Rijk: de personen die als zodanig bij ministeriële regeling zijn aangewezen door Onze Minister;

2°. voor de wateren in beheer bij een ander openbaar lichaam: het bestuur van dat openbaar lichaam, dan wel de personen die als zodanig door het bestuur zijn aangewezen;

– richtlijn meldingsformaliteiten:Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (PbEU 2010, L 283);

– richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart:Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot het intrekken van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG 2002, L 131);

– richtlijn River Information Services:Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (PbEU 2005, L 255);

– RIS: River Information Services als bedoeld in artikel 1 van de Scheepvaartverkeerswet;

– RIS-autoriteit: de bevoegde instantie voor de RIS-toepassing en voor de internationale uitwisseling van gegevens, bedoeld in artikel 8 van de richtlijn River Information Services;

– SafeSeaNet: het communautaire systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie, bedoeld in de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart;

– Uniek Europees scheepsidentificatienummer: nummer als bedoeld in artikel 2.18 van bijlage II van Richtlijn 2006/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad (PbEU 2006, L 389);

– verordening scheeps- en havenbeveiliging: Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU 2004, L 129).

2. In hoofdstuk 6 en de daarop berustende bepalingen, wordt verstaan onder:

– applicatie-serviceprovider: serviceprovider, die de van een meldplichtig zeeschip ontvangen meldplichtige gegevens doorzendt naar het LRIT-datacentrum;

– LRIT: long range identification and tracking systeem als bedoeld in Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, onderdeel 4.1, van het SOLAS-verdrag;

– LRIT-datacentrum: datacentrum waarin meldplichtige gegevens worden opgeslagen;

– meldplichtige gegevens: gegevens, bedoeld in Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, onderdeel 5, van het SOLAS-verdrag;

– SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157), en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen.

 

Hoofdstuk 2. Meldingsformaliteiten

 

Artikel 2. Aankomst- en vertrekmeldingen

1. De kapitein, de exploitant of de agent van een zeeschip dat behoort tot een bij ministeriële regeling vast te stellen categorie van zeeschepen en dat op weg is van of naar een in Nederland gelegen haven, ankerplaats, terminal of een in de Nederlandse territoriale zee gelegen laad- of losinrichting, meldt de bevoegde autoriteit de bij ministeriële regeling te bepalen gegevens omtrent de aankomst, het vertrek en de positie van het schip, de gegevens met betrekking tot het schip, de daarmee vervoerde lading en de uit te voeren reis.

2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:

a. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder vrijstelling of ontheffing van deze meldplicht mogelijk is, en

b. de wijze waarop en het moment waarop de melding plaatsvindt.

 

Artikel 3. Beveiligingsmelding

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de door een kapitein, exploitant of agent van een schip aan de bevoegde autoriteit te verschaffen inlichtingen als bedoeld in artikel 6 van de verordening scheeps- en havenbeveiliging.

 

Artikel 4. Melding ten behoeve van havenstaatcontrole

De kapitein, de exploitant of de agent van een schip dat op weg is naar een haven als bedoeld in artikel 1 van de Wet havenstaatcontrole en dat in aanmerking komt voor een uitgebreide inspectie als bedoeld in die wet, meldt aan het bij ministeriële regeling aangewezen bestuursorgaan, de bij die regeling te bepalen gegevens op een bij die regeling vast te stellen moment en wijze, voordat met het schip een in Nederland gelegen haven, een in de Nederlandse territoriale zee gelegen offshore-installatie of een ankerplaats ter hoogte van die haven of offshore-installatie wordt aangedaan.

 

Hoofdstuk 3. Beheer en hergebruik van gegevens

 

Artikel 5. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op de gegevens:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x