Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb)

 

BESLUIT  BURGERSERVICENUMMER

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 30 oktober 2007, houdende regels ter uitvoering van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Besluit burgerservicenummer)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 17 oktober 2006, nr. 2006-0000339264, CS/CZW;
     Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, 6, 8, vijfde lid, 16, 18, derde lid, en 21, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer en de artikelen 5, 6, eerste lid, 34, vierde lid, 35, achtste lid, 59, tweede lid, 91, 99 en 114, vijfde lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
     De Raad van State gehoord (advies van 15 november 2006, nr. W04.06.0456/I);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 oktober 2007, nr. 2007-0000370830, STAF/CZW/WVOB;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet: de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

b. systeembeschrijving: de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2;

c. geautomatiseerde systeem van het college van burgemeester en wethouders: het geautomatiseerde systeem waarmee het college van burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan het bepaalde in en krachtens artikel 8, vierde en vijfde lid, van de wet;

d. geautomatiseerde systeem van de gebruiker: het geautomatiseerde systeem waarmee de gebruiker uitvoering geeft aan de regels, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet.

Hoofdstuk 2. De beheervoorziening

Paragraaf 1. Inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de beheervoorziening

Artikel 2

Bij ministeriŽle regeling wordt een systeembeschrijving vastgesteld.

Artikel 3

De systeembeschrijving bevat een beschrijving van:

a. de hoofdlijnen van de inrichting van de beheervoorziening;

b. de wijze waarop nummers worden aangemaakt en ter beschikking gesteld aan het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk Onze Minister, teneinde als burgerservicenummer te worden toegekend;

c. de wijze waarop gegevens in het nummerregister worden opgenomen;

d. de gevallen waarin en de wijze waarop gegevens in het nummerregister worden gewijzigd of uit het nummerregister worden verwijderd;

e. de uitwisseling van gegevens, die verband houdt met de bijhouding van het nummerregister;

f. de inrichting en werking van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, d en e, van de wet, met inbegrip van de gegevens die worden uitgewisseld tussen de beheervoorziening en de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van de wet, onderscheidenlijk tussen de beheervoorziening en de rijksbelastingdienst, en de wijze waarop die gegevensuitwisselingen plaatsvinden;

g. de wijze waarop de beheervoorziening het geautomatiseerde systeem van een gebruiker, een college van burgemeester en wethouders of de rijksbelastingdienst in staat stelt, aan te sluiten op de beheervoorziening, alsmede van de beveiliging van de aansluiting op de beheervoorziening;

h. de gevallen waarin en de wijze waarop aantekening wordt gehouden van het gebruik dat van de beheervoorziening wordt gemaakt;

i. de hoofdlijnen van het beheer van de beheervoorziening.

Artikel 4

Onze Minister draagt zorg dat de beheervoorziening functioneert op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.

Artikel 5

1.Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de in het nummerregister opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, opneming, wijziging, verwijdering of verstrekking van deze gegevens.

2.Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de beheervoorziening tegen onbevoegd gebruik en belemmering van de goede werking van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet.

3.De maatregelen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, hebben ten minste betrekking op:

a. de personen die werkzaam zijn voor Onze Minister;

b. de toegang tot de beheervoorziening, met inbegrip van de verbindingen met de beheervoorziening;

c. de toegang tot gebouwen en ruimten waar de beheervoorziening of onderdelen daarvan aanwezig zijn;

d. de apparatuur en de programmatuur van de beheervoorziening;

e. de gegevens en het beheer van de gegevens die in de beheervoorziening zijn opgenomen;

f. het geval dat de geheimhouding van de in het nummerregister opgenomen gegevens is geschaad;

g. het voorkomen van calamiteiten en het afhandelen daarvan.

Paragraaf 2. Het nummerregister

Artikel 6

Het nummerregister bevat met betrekking tot de nummers die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wabb | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x