Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (WBP)

 

BESLUIT  VERVALLEN  CAUSALITEIT  EN  VOORTZETTING  VOORZIENINGEN  WETTEN  VOOR  OORLOGSGETROFFENEN

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 16 juni 2004, houdende regeling betreffende het vervallen van de causaliteitseis voor de toekenning van een vergoeding van of tegemoetkoming in de kosten van voorzieningen en het voortzetten van een vergoeding van of tegemoetkoming in de kosten van voorzieningen na het overlijden van de gerechtigde in de wetten voor oorlogsgetroffenen (Besluit vervallen causaliteit en voortzetting voorzieningen wetten voor oorlogsgetroffenen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 mei 2004, kenmerk OHW-U-2475721;
     Gelet op artikel 11a, tweede en derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, artikel 3, zevende en achtste lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, artikel 15, tweede en derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, artikel 21a, tweede en derde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en artikel 33a, eerste en tweede lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 mei 2004, nr. W13.04.0169/III);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 juni 2004, kenmerk OHW-U-2486973;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

1. Het vervallen van de causaliteitseis, bedoeld in artikel 11a, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen 19401945, artikel 3, zevende lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en artikel 15, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, heeft betrekking op:

a. de vergoeding van de kosten van maximaal 4 uur huishoudelijke hulp per week;

b. de vergoeding van de kosten van het vervoer voor het onderhouden van sociale contacten.

2. De vergoeding, genoemd in het eerste lid, wordt alleen toegekend indien hiertoe een medische noodzaak bestaat en de gerechtigde de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt.

Artikel 2

1. Het vervallen van de causaliteitseis, bedoeld in artikel 21a, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 19401945 en artikel 33a, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, heeft betrekking op:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WBP | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x