Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)

 

AANWIJZINGSREGELING  WILLEKEURIGE  AFSCHRIJVING  EN  INVESTERINGSAFTREK  MILIEU-INVESTERINGEN  2009

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)

     De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Ministers van Economische Zaken en, voor zover het betreft artikel 2, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
     Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

     Besluit:

 

 

Artikel 1. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen

Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:

a. zij in overeenstemming zijn met de bestemming die voor die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan is aangegeven in de bijlage bij deze regeling;

b. zij niet eerder zijn gebruikt;

c. zij bestaan uit de in de bijlage bij deze regeling met betrekking tot die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan genoemde bestanddelen;

d. zij gericht zijn op de verbetering van het natuurlijke milieu of het dierenwelzijn;

e. zij, indien het bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan in landbouwbedrijven betreft, niet gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden, en

f. daarvoor niet vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen uit anderen hoofde dan toekenning van de willekeurige afschrijving een zodanig bedrag aan geldelijke steun wordt verstrekt, dat door die toekenning het totale bedrag aan geldelijke steun dat ingevolge communautaire regelgeving mag worden verstrekt, wordt overschreden.

Artikel 2. Milieu-investeringsaftrek

Als investeringen, behorend tot categorie I, II respectievelijk III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die voldoen aan de in artikel 1, onderdelen a tot en met f, genoemde voorwaarden.

Artikel 3. Uitzondering

Investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, komen voor niet meer dan € 25 miljoen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 9 februari 2009.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer
.

 

 

Bijlage bij de artikelen 1 en 2

 

Paragraaf 1. Algemeen

1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2014.

2. Investeringen waarvan de code begint met:

– een F of G, behorende tot categorie I van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 36% van het investeringsbedrag in aanmerking voor een investeringsaftrek;

– een A of D, behorende tot categorie II van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 27% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek;

– een B of E, behorende tot categorie III van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 13,5% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek;

– een A, B, C of F komen in aanmerking voor 75% willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

3. Tot de in paragraaf 2 genoemde bedrijfsmiddelen worden tevens gerekend:

– voorzieningen, zoals leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur, die technisch noodzakelijk zijn voor en uitsluitend dienstbaar zijn aan deze bedrijfsmiddelen en geen zelfstandige betekenis hebben;

– de certificaten die in deze bijlage worden vereist.

4. Het geluidniveau van de mobiele machines, bedoeld in bedrijfsmiddel E 3412, is gelijk aan of lager dan het geluidniveau in de hierna volgende tabel. Indien voor een mobiele machine in de tabel geen geluidniveau is opgenomen, wordt niet voldaan aan onderdeel a, onder 1, van bedrijfsmiddel E 3412.

Dat het geluidniveau gelijk is aan of lager is dan het geluidniveau in de hierna volgende tabel wordt aangetoond met een EG-typegoedkeuringsverklaring en een verklaring van gelijkvormigheid. In de EG-typegoedkeuringsverklaring wordt het gewaarborgde en gemeten geluidniveau aangegeven conform de Regeling geluidemissie buitenmaterieel. Met een verklaring van gelijkvormigheid verklaart de leverancier of importeur dat het geleverde bedrijfsmiddel overeenkomt met een gemeten exemplaar, waarvan met de EG-typegoedkeuringsverklaring is aangetoond dat deze aan de gestelde emissie-eisen voldoet. Voor de technische beoordeling van het bedrijfsmiddel kan de Minister van Infrastructuur en Milieu de EG-typegoedkeuringsverklaring en de verklaring van gelijkvormigheid opvragen. De verklaring van gelijkvormigheid door de leverancier wordt opgesteld met gebruikmaking van een door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld model dat verkrijgbaar is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Een geluidmeting geschiedt door een daartoe bevoegde, door de Minister van Infrastructuur en Milieu op grond van artikel 5 van de Regeling geluidemissie buitenmaterieel aangewezen, keuringsinstantie, een zogeheten “notified body”. Bij een puinbreker geschiedt deze geluidmeting volgens de meetmethoden die zijn opgenomen in de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgegeven VAMIL-publicatiereeks 11 en 13. Het geluiddrukniveau als omschreven voor een landbouw- of bosbouwtrekker wordt gemeten volgens Richtlijn 2009/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende bepaalde onderdelen en eigenschappen van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (PbEU 2009 L 214).

In de tabel staat L voor maaibreedte in centimeters (cm), P voor vermogen in kiloWatt (kW) en dB(A) voor decibel.

Mobiele machine

Geluidniveau in dB(A)

Gazonmaaier met L ≤ 120 cm

71+15logL

Gazonmaaier met L > 120 cm

73+15logL

Graafmachine met P ≤ 15 kW

82+9logP

Graafmachine met P > 15 kW

82+9logP

Houtversnipperaar met een invoerdiameter > 50 mm en ≤ 200 mm

109

Houtversnipperaar met een invoerdiameter > 200 mm

86+11logP

Huisvuil- of vuilniswagen

104

(Knik)dumper met P ≤ 55 kW

100

(Knik)dumper met P > 55 kW

80+11logP

Laadschop met P ≤ 66 kW

98

Laadschop met P > 66 kW

79+11logP

Mobiele kraan (onder andere telescoopkraan) met P ≤ 55 kW

99

Mobiele kraan (onder andere telescoopkraan) met P > 55 kW

79+10logP

Motorpomp met P ≤ 35 kW

87

Motorpomp met P > 35 kW

70+11logP

Puinbreker

84+11logP

Stroomaggregaat met P < 2

90

Stroomaggregaat met 2 ≤ P ≤ 10 kW

93

Stroomaggregaat met P > 10 kW

88+2logP

Landbouw- of bosbouwtrekker

57+11logP*

Veeg(zuig)machine met P ≤ 10 kW

100

Veeg(zuig)machine met P > 10 kW

90+11logP

Verreiker of vorkheftruck met P ≤ 55 kW

99

Verreiker of vorkheftruck met P > 55kW

80+11logP

5. De bedrijfsmiddelen, bedoeld in de codes

B 3411

Emissiearme milieuvriendelijke mobiele machine

B 3413

Mobiele machine voor heiwerkzaamheden

voldoen aan de in paragraaf 2, bij het betreffende bedrijfsmiddel, vermelde eisen aan de luchtzijdige emissies door de verbrandingsmotor van het bedrijfsmiddel. Dit wordt aangetoond met een EG-typegoedkeuringsverklaring en een verklaring van gelijkvormigheid. In de EG-typegoedkeuringsverklaring worden de emissiewaarden van het bedrijfsmiddel op basis van het Besluit typekeuring luchtverontreiniging motoren voor mobiele machines aangegeven. Met een verklaring van gelijkvormigheid verklaart de leverancier of importeur dat het geleverde bedrijfsmiddel overeenkomt met een gemeten exemplaar, waarvan met een EG-typegoedkeuringsverklaring is aangetoond dat deze aan de gestelde emissie-eisen voldoet. Voor de technische beoordeling van het bedrijfsmiddel kan de Minister van Infrastructuur en Milieu de EG-typegoedkeuringsverklaring en de verklaring van gelijkvormigheid opvragen. De verklaring van gelijkvormigheid wordt opgesteld door de leverancier of importeur met gebruikmaking van een door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld model dat verkrijgbaar is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Onder de grenswaarden van fase IV voor dieselmotoren als omschreven in richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PbEG 1997, L 59) worden de grenswaarden verstaan zoals bedoeld in het Besluit typekeuring luchtverontreiniging motoren voor mobiele machines.

Onder de grenswaarden van Tier 4 (final) voor dieselmotoren worden de grenswaarden verstaan conform de US-EPA-emissienorm.

Voor fase IV voor dieselmotoren gelden de grenswaarden in onderstaande tabel:

Netto vermogen (P) in kW

Koolmonoxide in g/kWh

Koolwaterstof in g/kWh

Stikstofoxiden in g/kWh

Deeltjes in g/kWh

130 ≤ P ≤ 560

3,5

0,19

0,4

0,025

56 ≤ P < 130

5,0

0,19

0,4

0,025

Voor Tier 4 (final) voor dieselmotoren gelden de grenswaarden in onderstaande tabel:

Netto vermogen (P) in kW

Koolmonoxide in g/kWh

Som van koolwaterstof en stikstofoxiden in g/kWh

Deeltjes in g/kWh

19 ≤ kW < 37

5,5

4,7

0,03

8 ≤ kW < 19

6,6

7,5

0,4

kW < 8

8,0

7,5

0,4

De milieuvriendelijke landbouw- of bosbouwtrekker, bedoeld in bedrijfsmiddel B 3411, voldoet aan de Regeling voertuigen in samenhang met richtlijn 2000/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2000 inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- of bosbouwtrekkers en houdende wijziging van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad (PbEG 2000, L 173), daaruit vloeit voort dat een dergelijke trekker eveneens aan de grenswaarden in bovenstaande twee tabellen voldoet.

6. De bedrijfsmiddelen, bedoeld onder de codes

A 1330

Waterhydraulisch systeem

A 3222

Automatisch smeersysteem

F 3310

Duurzaam vaartuig

B 3320

Duurzame energievoorziening en aandrijving voor een binnenvaartschip

E 3412

Milieuvriendelijke mobiele machine

B 3413

Mobiele machine voor heiwerkzaamheden

voldoen aan de in paragraaf 2, bij het betreffende bedrijfsmiddel, vermelde eisen aan het gebruik van water, bio-olie of biovet in een hydraulisch systeem of een smeersysteem. Dit wordt aangetoond met een verklaring van de producent. Uit die verklaring van de producent blijkt dat het hydraulische systeem of het smeersysteem van het betreffende bedrijfsmiddel is voorzien van water, een bio-olie of een biovet dat eenvoudig biologisch afbreekbaar en niet-toxisch is. Uit die verklaring blijkt verder dat bij het gebruik van een dergelijke olie, een dergelijk vet of water de garantiebepalingen voor het bedrijfsmiddel onverkort van toepassing zijn.

Niet-toxische olie of vet is eenvoudig biologisch afbreekbaar als daarvoor, door een daartoe geaccrediteerde organisatie, een certificaat is afgegeven op basis van het Europees Ecolabel, dan wel, voor zover het betreft hydrauliekolie voor land- en bosbouwmachines als bedoeld in bedrijfsmiddel E 3412, een Blauer Engel-certificaat.

Indien het hydraulische systeem of smeersysteem gevuld is met water en er kans op bevriezing bestaat, worden aan het systeem slechts stoffen toegevoegd die nodig zijn om het vriespunt te verlagen. Waterhydrauliek of watersmering wordt in ieder geval vereist bij het bedrijfsmiddel A 1330 (Waterhydraulisch systeem).

7. Ten aanzien van de volgende zogenoemde ‘generieke’ bedrijfsmiddelen, bedoeld onder de codes

A 0001

Nieuwe milieuvriendelijke techniek

F 1100

Productieapparatuur voor (half)producten op basis van grondstoffen van biologische oorsprong

A 1200

Apparatuur voor vermindering van het gebruik van grondstoffen

F 1205

Water- en grondstofbesparende installatie (aanpassen bestaande situatie)

A 1240

Waterbesparende installatie

A 1340

Installatie voor het tegengaan van kalkaanslag of bio-fouling (aanpassen bestaande situatie)

A 1400

Apparatuur voor recycling (geen downcycling, eventueel upcycling) van grondstoffen

B 1401

Apparatuur voor recycling (downcycling) van grondstoffen

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater (aanpassen bestaande situatie)

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten uit afval

B 1530

Verwerkingsinstallatie voor zuiveringsslib bij afvalverwerkende bedrijven (aanpassen bestaande situatie)

A 1531

Verwerkingsinstallatie voor industrieel zuiveringsslib op de eigen inrichting (aanpassen bestaande situatie)

A 1810

Milieuvriendelijk product met certificaat

F 2610

Apparatuur voor het vervaardigen van vleesvervangers

F 2650

Mestverwerkingsinstallatie met terugwinning van fosfaat en stikstof

F 4410

Apparatuur voor procesgeïntegreerde vermindering van stofontwikkeling (aanpassen bestaande situatie)

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

A 4480

Niet-filtrerende ontstoffingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)

F 4500

VOS-emissiereducerende technieken binnen de metaalindustrie

F 5100

Biodiversiteitversterkende apparatuur of werken

A 6310

Duurzaam hout in (onderdelen van) een werk of een product

F 6320

Natuurvriendelijke voorzieningen in de bebouwde omgeving

wordt, op een daartoe strekkend verzoek van de Minister van Infrastructuur en Milieu, een meerkostenberekening overgelegd volgens de definities van Verordening (EG) nr. 1147/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 31 oktober 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 794/2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-verdrag, wat betreft deel III.10 van bijlage I (PbEU 2008, L 313) en wordt aangetoond dat:

– met het betreffende bedrijfsmiddel milieuvoordelen worden behaald ten opzichte van het gangbare alternatief in de betreffende branche(s) in Nederland,

– een groter milieurendement wordt gehaald dan wettelijk verplicht is, en

– eventuele wijzigingen van de productiecapaciteit in de besparings- en meerkostenberekening worden verwerkt.

Bedrijfsmiddelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder voldoen niet aan de eisen van Verordening (EG) nr. 1147/2008 en komen daarmee niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Voorts wordt voor deze ‘generieke’ bedrijfsmiddelen aangetoond dat het betreffende bedrijfsmiddel:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet IB 2001 | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x