Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)

 

REGELING  GROENPROJECTEN  2010

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Financiėn van  15 maart 2010, nr. VROM/DGM/K&L 2010006954, houdende regels inzake de aanwijzing van en verklaring voor in Nederland gelegen projecten welke in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos (Regeling groenprojecten 2010)

     De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Financiėn, na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en na overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
     Gelet op artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, en zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

     Besluiten:

 

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. accountantsverklaring: verklaring, afgegeven door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent;

b. bedrijventerrein: ruimtelijk aaneengesloten of functioneel verbonden terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door vestigingen ten behoeve van handel, nijverheid, commerciėle dienstverlening en industrie, daaronder niet begrepen een terrein in overwegende mate bestemd voor kantoren, detailhandel of horeca;

c.

1°. project als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°,4°, 8° en 9°, b, c, d, e, f, g, h onder 7°, i, j, en k, waarvoor ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend een aanvang met de uitvoering van de werkzaamheden is gemaakt;

2°. project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1°, 2°, 5° en 6°, waarvoor op de dag van indiening van een aanvraag tot afgifte van een verklaring een aanvang met de uitvoering van de werkzaamheden is gemaakt;

3°. project als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 5°, 6° en 7°, dat ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend, reeds voldeed aan een van de projectomschrijvingen in het betreffende onderdeel;

4°. projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 3° en 4°, waarvoor meer dan acht maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend, de hypotheekakte werd gepasseerd dan wel de leenovereenkomst werd gesloten;

d. Bouwbesluit: Bouwbesluit 2003;

e. bruto vloeroppervlak: oppervlakte conform NEN 2580 gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omsluiten;

f. duurzaam geproduceerd hout: hout waarvoor een door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu erkend certificaat is afgegeven waaruit blijkt dat het voldoet aan de Nederlandse eisen en waarvan het gebruik is aangetoond door middel van certificaten en afleverbewijzen of facturen;

g. duurzame melkveehouderij: het bedrijfsmatig houden van melkkoeien op een duurzame wijze met een integraal duurzaam veehouderijsysteem dat in uitvoering overeenstemt met een Duurzame melkveestal die op grond van artikel 3.31 of artikel 3.42a, tweede lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;

h. eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die een woning als bedoeld in onderdeel z in eigendom heeft danwel verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben, danwel de erfpachter, vruchtgebruiker of gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, voorzover deze rechten betrekking hebben op een woning zoals hiervoor bedoeld;

i. Energie-index: maat voor de energieprestatie van bestaande woningen aan de hand van een berekeningsmethode die voldoet aan de BRL 9501 zoals vastgesteld op 6 december 2006;

j. energieklasse: gestandaardiseerde omzetting van de Energie-index in een als onderdeel van het energieprestatiecertificaat opgenomen energieklasse;

k. energielabel: gestandaardiseerde omzetting van de energieklasse in een label met de waardes A tot en met G;

l. Energieprestatiecoėfficiėnt: coėfficiėnt die de energieprestatie van een nieuwbouwwoning of -utiliteitsgebouw aangeeft aan de hand van een genormeerde berekening;

m. energieprestatiecertificaat: een op een gebouw toegesneden certificaat dat niet ouder is dan tien jaar waarin het resultaat is vermeld van de berekening van de hoeveelheid energie die nodig wordt geacht voor de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van dat gebouw, waaronder verwarming, warmwatervoorziening, koeling, ventilatie en verlichting, waarin referentiewaarden zijn vermeld waarmee de energieprestatie van het gebouw kan worden vergeleken en beoordeeld, en dat vergezeld gaat van aanbevelingen voor kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie;

n. gemeenschappelijk visserijbeleid: het geheel van Europese regels voor de visserij en de aquacultuur;

o. Groen Label Kas: tuinbouwkas als teeltruimte die wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig telen van tuinbouwgewassen met een lagere milieubelasting, en die in technische uitvoering overeenstemt met een Groen Label Kas die op grond van artikel 3.31 of artikel 3.42a lid 2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;

p. labelstap: verandering van de Energie-index van een gebouw, waardoor het gebouw in een andere energieklasse valt en zodoende een ander energielabel krijgt;

q. landbouwgrondstoffen: producten van de bodem, van de veefokkerij en van de visserij, met uitzondering van producten die een eerste be- of verwerking hebben ondergaan;

r. natuur- en milieueducatie: het organiseren van leersituaties om inzicht in en betrokkenheid bij het milieu en ecologische verbanden en processen te vergroten, en waarbij aandacht wordt geschonken aan mogelijkheden om de opgedane kennis in het dagelijkse leven toe te passen;

s. project: in Nederland gelegen technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden;

t. projectbeheerder: degene voor wiens rekening en risico het project wordt ontwikkeld en in stand wordt gehouden;

u. projectvermogen: vermogen dat nodig is voor de financiering van vaste activa en de werkzaamheden om de vaste activa te plaatsen, voor zover noodzakelijk voor en uitsluitend dienstbaar aan de totstandbrenging van een project;

v. projectvermogen eigen woning: projectvermogen als bedoeld in artikel 6, lid 9 en lid 11 voor projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1° en 3° voor zover uitgevoerd door een eigenaar-bewoner;

w. utiliteitsgebouw: gebouw waarvoor in het Bouwbesluit een energieprestatie-eis is vastgelegd, met uitzondering van woningen;

x. verbeterproject: project gericht op een wezenlijke verandering van een bestaand project, waardoor dit naar inrichting, aard of omvang een wijziging ondergaat welke het aanmerkelijk waardevoller maakt voor het milieu, waaronder natuur en bos;

y. verklaring: schriftelijk besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarin wordt verklaard dat een project in het belang is van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos;

z. woning: gebouw, bedoeld voor bewoning, dat voortdurend als hoofdverblijf ter beschikking zal staan aan een of meer natuurlijke personen en per wooneenheid ten minste is voorzien van een eigen toegang, een eigen toilet, een eigen bad- of douchevoorziening, alsmede van een energieaansluiting, bedoeld voor een kooktoestel om een maaltijd te kunnen bereiden.

 

Artikel 2

De Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiėn en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, een verklaring afgeven voor:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet IB 2001 | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x