Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de accijns (WA)

 

UITVOERINGSREGELING  ACCIJNS

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
     De Staatssecretaris van FinanciŽn;
     Gelet op de artikelen 2, vijfde lid, 3, vijfde lid, 7, vierde, vijfde en zesde lid, 11, 19, tweede lid, 22, derde lid, 23, derde lid, 25, vierde lid, 26, achtste lid, 27, tweede en vijfde lid, 36, eerste lid, 37, tweede lid, 38, 40, eerste en derde lid, 41, tweede lid, 42, derde lid, 53, derde lid, 56, derde lid, 63, eerste lid, 64, vierde lid, 65, zevende lid, 66, derde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, 70, vijfde lid, 71, tweede lid, 73, derde lid, 75, tweede en derde lid, 78, vierde lid, 79, eerste, tweede en derde lid, 80, tweede lid, 82, tweede lid, 84, tweede lid, 85, tweede lid, 88, tweede lid, 90, zevende lid, 91, vierde lid, 94, tweede lid, 95, vierde lid, van de Wet op de accijns (Stb. 1991, 561) en de artikelen 11, 12, 14 en 22, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns (Stb. 1991, 754);

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Afdeling 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 2, tiende lid, 2d, tweede lid, 2e, zevende lid, 7, zevende, achtste en negende lid, 26, achtste lid, 27, derde en zevende lid, 37, tweede lid, 38, 40, eerste en derde lid, 41, tweede lid, 42, tweede lid, 42a, vierde lid, 50c, derde lid, 50d, vijfde lid, 50f, zevende lid, 53, derde lid, 56, zesde lid, 64, tweede lid, 65, achtste lid, 66, vierde lid, 66a, tweede lid, 68, tweede lid, 69, 69a, derde lid, 70, zesde lid, 71, tweede lid, 71a, tweede lid, 71b, vierde lid, 71c, vierde lid, 71d, derde lid, 71e, vierde lid, 71g, eerste lid, 71h, achtste lid, 73, derde lid, 75, vierde en negende lid, 76, vijfde lid, 77, achtste lid, 78, vierde lid, 79, tweede lid, 80, derde lid, 82, tweede lid, 83, vierde lid, 84, tweede lid, 84a, zesde lid, 84b, vijfde lid, 90, zevende lid, 91, derde lid, 94, tweede lid, 95, vierde lid, van de Wet op de accijns en artikel 12 van het Uitvoeringsbesluit accijns.

Artikel 2

Deze regeling verstaat onder:

a. wet: Wet op de accijns;

b. besluit: Uitvoeringsbesluit accijns.

Afdeling 2. Overbrenging van accijnsgoederen

Artikel 3

1. De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, in zijn accijnsgoederenplaats onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van de algehele vernietiging of het onherstelbare verlies.

2. De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender of de geregistreerde geadresseerde doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, tijdens het overbrengen van onder een accijnsschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van het verloren gaan.

3. Van een voorgenomen vernietiging van in een accijnsgoederenplaats voorhanden zijnde accijnsgoederen die onbruikbaar of onverkoopbaar zijn geworden, wordt uiterlijk twee werkdagen voor de voorgenomen vernietiging door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats mededeling gedaan aan de inspecteur, onder vermelding van het tijdstip waarop de vernietiging zal plaatsvinden.

4. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 3 van de wet.

Afdeling 3. Accijnsgoederen voor eigen verbruik

Artikel 3a

De hoeveelheden, bedoeld in artikel 2d, tweede lid, van de wet, bedragen voor:

a. bier: 110 L;

b. wijn: 90 L (waarvan maximaal 60 L mousserende wijn);

c. tussenproducten: 20 L;

d. overige alcoholhoudende producten: 10 L;

e. sigaretten: 800 stuks;

f. sigaren: 200 stuks;

g. cigarilloís (sigaren met een maximumgewicht van 3 g/stuk): 400 stuks;

h. rooktabak: 1 kg.

Afdeling 4. Gebruik als brandstof in een accijnsgoederenplaats

Artikel 3b

1.De inspecteur bepaalt na overleg met de vergunninghouder welke in artikel 6c, tweede lid, van het besluit bedoelde produktie-eenheden tot een produktielokatie kunnen worden gerekend.

2.De in artikel 6c, vierde lid, van het besluit bedoelde energiebalans wordt opgesteld op basis van in overleg met de inspecteur te bepalen energie-equivalenten.

Afdeling 5. Normale reservoirs van bedrijfsmotorrijtuigen

Artikel 3c

1. Voor de toepassing van artikel 2e, zesde lid, van de wet wordt verstaan onder normale reservoirs:

a. de door de fabrikant blijvend in of aan alle voertuigen van hetzelfde type als het betrokken voertuig aangebrachte reservoirs, waarvan de blijvende inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt, zowel voor de voortbeweging van het voertuig als, in voorkomend geval, de werking van koelsystemen en andere systemen tijdens het vervoer. Als normale reservoirs gelden ook gasreservoirs die zijn aangepast voor gebruik in voertuigen en die het rechtstreeks verbruik van gas als brandstof mogelijk maken, alsmede de reservoirs die zijn aangesloten op andere systemen waarmee die voertuigen eventueel zijn uitgerust;

b. de door de fabrikant blijvend in of aan alle containers van hetzelfde type als de betrokken container aangebrachte reservoirs, waarvan de blijvende inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt voor de werking, tijdens het vervoer, van koelsystemen en andere systemen waarmee containers voor speciale doeleinden zijn uitgerust;

2. Voor de toepassing van artikel 2e, zesde lid, van de wet wordt verstaan onder containers voor speciale doeleinden: alle containers die zijn uitgerust met aangepaste koelsystemen, systemen voor zuurstoftoevoer, thermische isolatiesystemen of andere systemen.

Hoofdstuk II. Accijnsgoederen

Afdeling 1. Bier

Artikel 4

1. Onverminderd de bepalingen van de in artikel 1a, onderdelen b en l, van het besluit genoemde verordeningen, moet het van toepassing zijn van het tarief van de accijns, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet, bij de uitslag tot verbruik worden aangetoond door degene die het bier uitslaat tot verbruik.

2. Indien de inrichting waar het bier is vervaardigd, slechts gedurende een deel van het aan de in het eerste lid bedoelde uitslag tot verbruik voorafgaande kalenderjaar in werking is geweest, wordt voor de toepassing van artikel 7, derde lid, van de wet, de productie van het desbetreffende kalenderjaar vastgesteld door de feitelijke productie te vermenigvuldigen met twaalf, gedeeld door het aantal maanden dat de inrichting in werking is geweest.

Artikel 5

Het extractgehalte, uitgedrukt in grammen per 100 g bier, wordt aangeduid in percenten Plato en wordt bepaald volgens de in bijlage B bij deze regeling omschreven methode.

Artikel 6

1.Het extractgehalte van bier in geconcentreerde vorm of in vaste vorm wordt berekend naar het volume van het bier, nadat dit voor rechtstreekse consumptie geschikt is gemaakt.

2.Degene die het bier in geconcentreerde of in vaste vorm uitslaat dan wel invoert, is op verzoek van de inspecteur gehouden alle gegevens te verstrekken die het mogelijk maken op eenvoudige wijze het volume van het bier te herleiden tot het in het eerste lid bedoelde volume.

Afdeling 2. [Vervallen]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-1993]

Afdeling 3. [Vervallen]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-1993]

Afdeling 4. [Vervallen]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-1993]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-1993]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-1993]

Afdeling 5. Minerale oliŽn

Artikel 12

Het loodgehalte van lichte olie wordt bepaald volgens de in bijlage MO.1 bij deze regeling omschreven methode.

Artikel 13

1. Als herkenningsmiddel als bedoeld in artikel 1a, derde lid, van de wet wordt aan halfzware olie toegevoegd: per 1 000 L ten minste

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet op de accijns | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x