Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op het specifiek cultuurbeleid

 

BESLUIT  OP  HET  SPECIFIEK  CULTUURBELEID

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 10 april 2010, houdende nadere regels voor subsidiŽring van cultuuruitingen (Besluit op het specifiek cultuurbeleid)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 november 2009, nr. WJZ/164386 (8253), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
     Gelet op artikel 8, eerste lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
     De Raad van State gehoord (advies van 23 december 2009, nr. W05.09.0464/I);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 maart 2010, nr. WJZ/199438 (8253), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Subsidies ten behoeve van cultuuruitingen

 

Artikel 1

1. Onze Minister kan ten behoeve van cultuuruitingen als bedoeld in artikel 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid jaarlijkse instellingssubsidies en projectsubsidies verstrekken.

2. Een jaarlijkse instellingssubsidie is een subsidie aan een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of aan een publiekrechtelijke rechtspersoon gedurende een kalenderjaar voor het geheel of een gedeelte van de activiteiten van die rechtspersoon, waarbij het kalenderjaar gelijk is aan het boekjaar.

3. Een projectsubsidie is een subsidie die anders dan per boekjaar wordt verstrekt.

 

Artikel 2

Een subsidie of een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 5 ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikel 3

1. Onze Minister kan subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende categorieŽn van activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt.

2. Als Onze Minister een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid vaststelt, wordt tegelijkertijd vermeld op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

 

Artikel 4

Bij ministeriŽle regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 1 van dit besluit en de artikelen 4a, 4b en 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

 

Hoofdstuk 2. Specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten

 

Artikel 5

Specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten ten behoeve van het door het desbetreffende openbaar lichaam te voeren cultuurbeleid worden door Onze Minister verstrekt met inachtneming van de artikelen 6 tot en met 14.

 

Artikel 6

1. De aanvraag voor een specifieke uitkering wordt uiterlijk zes maanden vůůr de aanvang van de desbetreffende uitkeringsperiode ingediend. Bij ministeriŽle regeling kan een andere termijn worden vastgesteld.

2. In de aanvraag voor een specifieke uitkering geeft gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders aan welke:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x